Probeer 't niet

Maartje Duin over de twee mythes die Hollywood beheersen: die van acteur/gouverneur Arnold Schwarzenegger en schrijver Charles Bukowski.

Twee dagen na aankomst in Los Angeles maakte ik voor het eerst kennis met het fenomeen van de wannabe-kunstenaar. Morris Williams, de man van wie ik mijn auto kocht, was dichter. Niet dat zijn werk gepubliceerd werd. Maar nu hij mij ontmoet had, ging dat veranderen. Had ik geen contacten in de boekenwereld in Nederland? Mooi, dan kon ik zijn literair agent worden. Prompt begon hij voor te dragen uit eigen werk. Dat werk beloofde weinig goeds. Om te ontkomen aan een pijnlijke situatie probeerde ik me in zijn wereld te verplaatsen.

,,Stel'', zei ik, ,,een Nederlander, zonder enige acteerervaring, komt naar Hollywood. Dan kan hij moeilijk verwachten dat hij hier meteen een wereldberoemde filmster wordt. Toch?''

,,En waarom niet?'' wierp Morris tegen. ,,Dat is precies wat er met Arnold Schwarzenegger gebeurde!''

Tegen deze ijzersterke logica kon ik niet op. Nadien zou ik er bijna dagelijks mee geconfronteerd worden en ik bleef me erover verbazen, totdat ik me realiseerde dat mijn eigen beweegredenen om naar LA te komen misschien niet zoveel verschilden van die van Morris Williams. Toen vond ik het opeens heel normaal.

Het voorval schoot me weer te binnen bij het zien van de documentaire Bukowski - born into this, die hier net in de bioscoop verscheen. Hierin vraagt een interviewster aan Charles Bukowski wanneer hij zich realiseerde dat hij schrijver was. ,,Niemand realiseert zich dat hij een schrijver is,'' antwoordt Bukowski. ,,Iedereen dénkt dat hij een schrijver is.''

Waarom deed Bukowski's uitspraak me aan Schwarzenegger denken? Omdat de twee meer met elkaar gemeen hebben dan ze vermoedelijk zelf zouden willen toegeven. Beiden zijn iconen van Los Angeles. En beiden staan bekend om hun productiviteit. Bukowski liet aan het eind van zijn leven meer dan 45 boeken achter, proza en poëzie. Schwarzenegger speelde in 37 films voor hij aan zijn politieke carrière begon.

Toch zou onze gouverneur een heel ander antwoord geven op een dergelijke vraag. Schwarzenegger houdt ons het verhaal voor dat hij naar Californië kwam `met twintig dollar in mijn zak en een droom'. Van de openlucht-sportschool op Muscle Beach heeft hij het tot Sacramento geschopt en als het aan hem ligt, wordt de wet zo veranderd dat hij over een paar jaar in het Witte Huis zit. `You can do it!' is zijn motto. Daarmee heeft hij vele volgelingen gekweekt.

Bukowski houdt een heel andere mythe in stand: de mythe dat hij jarenlang niets anders deed dan zuipen en naaien. Werken? Waarom zou je? `Anyone can get a job', laat hij Mickey Rourke in de film Barfly zeggen, `It takes a man to make it without working.'

Anders dan Schwarzenegger laat Bukowski geen gelegenheid onbenut om zijn volgelingen te ontmoedigen.

In zijn gedicht So you want to be a writer? formuleert hij het als volgt. `If it doesn't come bursting out of you / in spite of everything / don't do it (...) if you have to sit for hours / staring at your computer screen / or hunched over your typewriter / searching for words / don't do it (...) don't be like so many writers / don't be like so many thousands of / people who call themselves writers / don't be dull and boring and / pretentious, don't be consumed with self-/ love (...)'

In de documentaire werd zijn graf getoond, een bedevaartplaats voor Bukowski-adepten. Op de grafsteen staan twee woorden gebeiteld. Het is alsof de schrijver ze er op zijn sterfbed met zijn laatste drankdoorasemde adem uit heeft geperst: `Don't try'.

Voor de wannabe-kunstenaar in Los Angeles zit er maar één ding op: een voorbeeld nemen aan Bukowski, maar luisteren naar Schwarzenegger. Dat had Morris Williams al lang begrepen.

    • Maartje Duin