Portugal hunkert naar vrolijk sportfestijn

Gastland Portugal opent vanavond het EK voetbal met een groepswedstrijd tegen Griekenland. In speelstad Porto is het stadion klaar, maar is de omgeving nog een bouwput.

Als een vliegende schotel hangt het Dragao Stadion boven de noordoever van Porto. De gloednieuwe voetbaltempel, genoemd naar de draak die symbool staat voor de Portugese havenstad, is vanavond het strijdtoneel van de openingswedstrijd van het Europees kampioenschap voetbal. Het sierlijke stadion – volgens architectuurkenners een toonbeeld van ingetogenheid en strenge geometrie – is een pronkstuk in een grauwe buitenwijk die wordt beheerst door hijskranen en bouwputten. Het stadion van FC Porto is op tijd klaar voor het EK, maar in de directe omgeving hebben de aannemers en bouwvakkers hun strijd tegen de klok verloren.

Bijna vanzelfsprekend wordt er deze week flink geklaagd door met name de buitenlandse bezoekers. De vooroordelen laten zich raden. Die Portugezen zijn veel te laks en veel te lui om zo'n groot sportevenement in goede banen te leiden. Ze wentelen zich liever in melancholie dan dat ze de handen uit de mouwen steken. Portugal was voor de recente toetreding van de Oost-Europese landen toch zeker de armste natie van de EU. Hoe had de Europese voetbalbond (UEFA) zo dom kunnen zijn het EK aan een `ontwikkelingsland' toe te wijzen? In 2000 hadden de veel rijkere landen België en Nederland hetzelfde evenement nota bene samen georganiseerd.

De critici worden gesteund door enkele statistieken. Van de tien miljoen Portugezen leeft ongeveer twintig procent onder de armoedegrens. De economie is zwak, het voetbalproject geldverslindend. Zo hebben de bouw en renovatie van de tien stadions in totaal ongeveer 600 miljoen euro gekost. Na afloop van het EK worden de zes stadions in de provinciesteden Aveiro, Braga, Coimbra, Faro, Leira en Guimares (met minimaal 30.000 zitplaatsen) niet of nauwelijks bevolkt. Alleen in Porto en Lissabon komen meer dan tienduizend toeschouwers naar de nationale competitieduels kijken. Weggegooid geld, een bodemloze put, zo redeneren ook veel Portugezen. Waarom niet investeren in de slechte infrastructuur en de belabberde gezondheidszorg?

De pleitbezorgers van het EK in Portugal refereren liever aan de Zomerspelen in 1992, toen Barcelona zich in al zijn schoonheid aan de sportwereld presenteerde. De Catalaanse stad profiteert nog dagelijks van de olympische spin-off. Het centrum van de metropool kreeg een opknapbeurt en het aantal toeristen heeft zich sindsdien verdrievoudigd. Tel uit je winst! En wat de Spanjaarden is gelukt, moeten de Portugezen toch ook kunnen bewerkstelligen. Hun gastvrijheid is in elk geval een verademing. Overal word je vriendelijk aangesproken en keurig de weg gewezen. Al sturen de verkeersborden je nog wel eens de verkeerde kant op.

Volgens een woordvoerder van de Portugese voetbalbond heeft 93 procent van de natie zich vóór het EK uitgesproken. Het volk wil brood en spelen en zo min mogelijk narigheid. De ondervraagden hunkeren in grote meerderheid naar een vrolijk sportfestijn en hopen dat het nationale corruptieschandaal (omkooppraktijken in het clubvoetbal) en het nationale pedofielenschandaal (ook bekende Portugezen bezochten jarenlang een jeugdopvangtehuis in Lissabon) voor even naar de achtergrond verdwijnen.

In Portugal is Futebol volkssport nummer één. Het land kent 77.000 geregistreerde voetballers en een veelvoud aan passieve liefhebbers. Benfica en FC Porto, de winnaar van de Champions League, zijn Europese topclubs met een roemrijk verleden. Het Portugese voetbal teert op zijn koloniale geschiedenis. Veel spelers zijn donker gekleurd en afkomstig uit Afrika of Brazilië.

Het nationale elftal van Portugal is van oudsher een mix van keiharde verdedigers, technisch vaardige middenvelders en weinig scorende aanvallers. Eusebio, bijgenaamd `Parel van Mozambique', was de grote uitzondering. Hij scoorde altijd en overal. Hij haalde na elk doelpunt de bal uit het net en rende dan zo snel mogelijk naar de middenstip om dan weer een nieuwe schotpoging te wagen. Maar Eusebio voetbalde in de jaren zestig en zeventig. Hij is alleen nog in cafés en op billboards te zien.

Zijn opvolgers Figo en Rui Costa nemen na dit EK afscheid als international en willen nog één keer schitteren voor eigen publiek. Zij krijgen de voorkeur boven de jonge talenten van FC Porto die volgens velen beter en fitter zijn. De generatiekloof in de selectie is een luxeprobleem voor de Braziliaanse bondscoach Scolari, die voorlopig voor de `oude hap' lijkt te kiezen. Tot onbegrip van de meeste clubtrainers en journalisten. In Portugal wordt deze week dezelfde landelijke discussie gevoerd als in Nederland. Alleen `de ruit van Oranje' is hier nooit onderwerp van gesprek geweest.

In het land van de fado gelooft 33 procent dat Portugal over drie weken Europees kampioen wordt. En de zestien ondervraagde bondscoaches dichten alleen titelhouder Frankrijk meer kansen toe dan het gastland. Drie keer eerder in de EK-historie ging de titel naar de thuisploeg. In een poule met Spanje, Rusland en Griekenland (de tegenstander van vanavond) moet Portugal in elk geval de kwartfinale kunnen halen.

Over de veiligheid maakt de bevolking zich volgens enquêtes nog geen zorgen, hoewel de NAVO-bondgenoot troepen heeft uitgezonden naar Irak en als zodanig een reëel doelwit is voor de strijders van Al-Qaeda. De Portugese regering heeft zeventien miljoen euro aan extra veiligheidsmaatregelen uitgegeven; niet alleen om terrorisme tegen te gaan, ook om hooligans buiten de deur te houden. Zo komen naar verwachting in totaal 150.000 Engelsen (deels over land via Spanje) hun voetbalhelden aanmoedigen. Wie een kijkje neemt in de prachtige binnensteden, houdt zijn hart vast voor het eventuele supportersgeweld.

    • Jaap Bloembergen