Meer dan roots

De opleiding Talen en culturen van Indonesië hoopt meer studenten te trekken in combinatie met studies als geschiedenis of antropologie.

DIT WEEKEND begint in Den Haag de Pasar Malam. De Leidse opleiding Talen en culturen van Zuidoost-Azië – in de praktijk vooral Indonesië – is vertegenwoordigd met een kraampje, om belangstellende jongeren te informeren. Dat kan geen kwaad. Meldden zich eind jaren tachtig nog 25 à 30 eerstejaars aan, dit studiejaar waren het er nog maar acht. Bovendien is het groepje dat nog aan de opleiding begint eenzijdig samengesteld: de meesten zijn op zoek naar hun roots.

``De belangstelling is enorm teruggelopen'', zegt Leonard Blussé, in Leiden bij de opleiding geschiedenis hoogleraar Europees-Aziatische betrekkingen. Sinds februari is hij voor de helft van zijn tijd aangesteld bij de opleiding Talen en culturen van Zuidoost-Azië en Oceanië, als opvolger van Cees Fasseur. ``Dat komt onder meer omdat studenten niet weten wat ze eraan hebben, wat ze ermee kunnen. Om het modern te zeggen: de opleiding wordt niet goed in de markt gezet.''

pilot

Om dat te doorbreken heeft Blussé een plan bedacht: een bachelor-variant die behalve taal en cultuur een tweede discipline aanbiedt, zoals geschiedenis, kunstgeschiedenis, antropologie of rechten. ``De bacheloropleidingen duren drie jaar. In de nieuwe variant, die bij wijze van pilot komend studiejaar van start gaat, besteed je het tweede en derde studiejaar de helft van je tijd aan Talen en culturen van Zuidoost-Azië, en de andere helft aan één van die andere vakken. Op die manier, zo is afgesproken, kun je ook doorstromen naar een master geschiedenis, of kunstgeschiedenis en waarschijnlijk ook antropologie. Ook met rechten willen we zoiets afspreken. Nu is het nog zo dat ze bij die opleidingen tegen onze bachelors zeggen: ga eerst maar eens een extra jaar bij ons college lopen, dan zien we daarna of we je tot onze masteropleiding toelaten. Dan voel je je als student behoorlijk gepakt.''

De huidige bacheloropleiding Talen en culturen Van Zuidoost-Azië biedt naast taal en cultuur een kennismaking met een breed scala aan onderwerpen waar de student even aan kan ruiken: een beetje economie, beetje rechten, beetje geschiedenis, beetje taalkunde, beetje boeddhisme. ``Daar is zo'n opleiding ook voor zegt hoogleraar Javaans (de enige ter wereld) Ben Arps. ``Tenminste, als je doorgaat in Talen en culturen van Zuidoost-Azië. Maar omdat de student van nu niet met zijn hart kiest maar met zijn verstand, komen er nauwelijks bachelors binnen.''

Het is een grabbelton, vindt Blussé. ``In de nieuwe opzet leren studenten die er geschiedenis bij nemen een verhaal schrijven, een onderzoekje doen. Nemen ze antropologie dan doen ze weer veel aan methodiek. Studenten die én de taal en de cultuur gedaan hebben, én zich diepgaand met bijvoorbeeld geschiedenis hebben beziggehouden, zijn voor een masteropleiding bij geschiedenis stukken interessanter dan de zoveelste die met vaderlandse geschiedenis aankomt. Ook krijgen studenten bij ons zo'n beetje persoonlijk onderwijs. Bij geschiedenis is een bachelor er één van de 250.''

``Het is nogal wat voor een achttienjarige met interesse in een niet-westerse taal en cultuur om voor een opleiding als de onze te kiezen'', zegt Blussé. ``Zoals het nu is gooi je jezelf in een studie zonder te weten hoe je positie op de arbeidsmarkt zal uitpakken. Vaak hebben die mensen ook belangstelling voor geschiedenis of antropologie en kiezen ze toch maar voor die discipline, met het idee de taal en cultuur van bijvoorbeeld Indonesië er later bij te doen. Dat wordt dus niks. Niet dat je dan te oud zou zijn, het past eenvoudig niet in de opzet van die andere studie, je kunt er in de praktijk geen tijd voor vrijmaken. De aanvoer van studenten met een zekere brille, die je aan een proefschrift kunt zetten, is enorm teruggelopen. De nieuwe variant heeft zulke studenten meer te bieden en hopelijk weten ze ons weer te vinden. Op het gebied van Zuidoost-Azië is Leiden uniek. We hebben de rijkste bibliotheek ter wereld, met prachtig archiefmateriaal.''

Wat ook speelt is dat bij achttienjarigen het enthousiasme voor een land als Indonesië tanende is. Blussé: ``Zuidoost-Azië verdwijnt uit het gezichtsveld. Eigenlijk is dat merkwaardig. Het is een belangrijk gebied, ook economisch, waar we als Nederland door onze kennis van de taal en cultuur een enorme voorsprong hebben op de rest van de wereld, ook op wetenschappelijk gebied. Bij antropologie heeft men zich in toenemende mate afgewend van Indonesië, om over te stappen op Afrika en vooral Latijns Amerika. Dat is veel makkelijker: je kunt er zo naartoe, bij de indianen zitten, beetje Spaans erbij en klaar is Kees. Gelet op onze fantastische collecties over Indonesië is dat doodzonde. Amerikanen en Australiërs zien stomverbaasd toe hoe onze prominente positie erodeert.''

leuke tijd

Waar Leiden vooral niet aan moet beginnen is het opzetten van regiostudies Zuidoost-Azië zoals die aan de Amerikaanse westkust bestaan, vindt Blussé. ``Dan doe je van alles wat, heb je een reuze leuke tijd, en dat was het dan. Wij hoeven in Leiden zo nodig niet iets leuks op te zetten, wij willen slimme geïnteresseerde studenten diepgang bieden. Maar als mensen een grabbelton willen kan dat ook, niet iedereen is een studiehoofd en als je door wilt in Zuidoost-Aziatische studies is er met die grabbelton niks mis. Er moet interactie tussen die groepen komen. Om het napoleontisch te zeggen: nodig is masse de manoeuvre. De nieuwe variant is extra, wat we aanbieden is the best of two worlds. Ook wil ik meer buitenlandse studenten. TANAP, het project waarbij promovendi uit Azië naar Nederland komen om via onze archieven meer te weten te komen over de geschiedenis van het eigen vaderland, brengt leven in de brouwerij. En het staat haaks op de gewoonte alleen naar Azië te kijken en niet naar de Nederlandse kant van de zaak.''

Aansluitend aan de middelbare school een niet-westerse taal leren, de cultuur leren kennen, je verdiepen in een vreemde samenleving: het herinnert Blussé aan de jaren dat hij naar China en Japan trok en er antropologisch veldwerk deed. ``Op die leeftijd ben je gevoelig voor externe indrukken, je hebt er de tijd voor en het mag want het zit geïntegreerd in de opleiding. Die ervaring pakt niemand je af. Tegelijk ben je met onze bachelorsopleiding met tweede discipline voor het bedrijfsleven interessanter dan iemand met de zoveelste managementopleiding. Ik geloof stellig dat andere talen en culturen-opleidingen in Leiden ons hierin zullen navolgen.''