Iraakse schuld rap omhoog

De Iraakse schuldenlast ontwikkelt zich in rap tempo tot een groot politiek probleem. Hoewel de Verenigde Staten waarschijnlijk de grootschalige kwijtschelding zullen binnenhalen waar zij op uit zijn, zal dat gepaard gaan met politieke en economische offers. Sommige private crediteuren konden er daarentegen wel eens goed uitspringen.

De rapporten over de omvang van de Iraakse buitenlandse schuld maken gewag van grote bedragen, tot een hoogte van 350 miljard dollar. Twee decennia roekeloze buitenlandse politiek – kostbare oorlogen met Iran, Koeweit en de VS – hebben tot een hoop financiële schade geleid. De vrienden van Irak hebben kredieten ter beschikking gesteld. De vijanden van Irak hebben grote verliezen geleden.

Diverse landen, waaronder Koeweit en de VS, zijn zowel vriend als vijand geweest.

In de praktijk is Irak veel te arm om voor zijn fouten uit het verleden te kunnen boeten. De totale jaarlijkse exportinkomsten zullen de eerstkomende jaren waarschijnlijk niet veel hoger uitvallen dan 30 miljard dollar, zelfs als de olieprijzen hoog blijven.

En het land heeft behoefte aan aanzienlijke investeringen, ter waarde van misschien wel 100 miljard dollar, om de schade van de laatste oorlog te herstellen. Een omvangrijke schuldsanering is onvermijdelijk. Het land kan het zich niet veroorloven meer dan 30 miljard dollar terug te betalen. Het handhaven van de politieke stabiliteit zou zelfs een nog lager bedrag kunnen vergen.

Het lijkt er op dat de grootste crediteuren – Koeweit, de Golfstaten, Rusland en Frankrijk – het meest te lijden zullen hebben, maar de werkelijkheid is ingewikkelder, omdat politieke overwegingen belangrijker zijn dan economische.

De politieke situatie is makkelijk te beschrijven: de Irakezen willen geld, hun buren willen vrede en wraak, de Amerikanen willen een succesvolle indruk achterlaten en de Europeanen willen dat de Amerikanen betalen voor het beginnen van de oorlog.

In die baaierd van tegenstrijdige belangen bevinden de VS zich in een zwakke positie. De regering Bush wil heel graag dat de nieuwe Iraakse regering overleeft, terwijl de meeste crediteuren niet in de stemming zijn om het de Amerikanen makkelijk te maken. Het gevolg is waarschijnlijk dat er compromissen en deals zullen worden gesloten. De uiteindelijke overeenkomsten zullen waarschijnlijk gunstig zijn voor Russische en Franse oliemaatschappijen.

Veel private crediteuren zijn actief in de energiesector. Zij hoeven er niet bekaaid vanaf te komen, want Irak heeft hun kennis hard nodig. Hun verlies zou wel eens mee kunnen vallen, ook al moeten de staatscrediteuren een flinke veer laten.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.