Ideale stoel kan naar voren kantelen

Kantoorstoelen kunnen een onverwachte bedreiging zijn voor argeloze werknemers. Neem bijvoorbeeld het horizontaal verstelbare zitvlak: als dit te ver naar voren wordt uitgeschoven kan een werknemer die op het puntje van zijn stoel zit voorover vallen.

Om dit en vergelijkbare problemen te voorkomen, is de nieuwe Nederlandse richtlijn over kantoorstoelen gisteren uitgelegd aan producenten van kantoormeubilair, fysiotherapeuten en bedrijfsergonomen.

Op een symposium van het Nederlandse Normalisatie-instituut (NEN), een stichting met bestuurders uit het bedrijfsleven die het gebruik van overheidsstandaarden wil bevorden, werd de richtlijn uit de doeken gedaan.

De in april verschenen nieuwe richtlijn kent een ideale werk- of kantoorstoel met verstelbare componenten.

Niet alleen de armsteunen (verstelbaar zowel in de hoogte als in de breedte), maar ook de hoogte van het zitvlak en de rugleuning moeten kunnen bewegen. Bovendien moet een goede stoel kunnen rijden, maar ook weer niet zo makkelijk dat de gebruiker onderuit gaat.

Volgens de oude regel is de ideale breedte van de armsteunen 40 millimeter, nu zou dat 50 moeten zijn. De zitting mag bij de nieuwe `ideale' stoel ook naar voren kunnen kantelen. De lengte van de zogeheten tenen, waaraan de wielen zijn bevestigd, zijn gelijk gebleven: 365 milimeter.

De oude Nederlandse richtlijn moest worden aangepast na de invoering van een nieuwe Europese richtlijn in 2003.