Gulzigheid aan de noordkust van Spanje

Rik Zaal eet en drinkt in Gijón, waar de appelwijn enorme afstanden aflegt van fles tot glas.

Als er een Japanner binnenkomt in restaurant El Candil te Gijón ontstaat er enige opwinding bij het personeel. De twee vrouwelijke kelners lijken iets gespitster op hun werk dan daarvoor en de gerant voelt zich nog verantwoordelijker dan eerst, zo te zien. Er wordt gecommuniceerd in een ogen- en gebarentaal die tot een verstandhouding leidt en zelfs tot het begin van een bestelling. De Japanner krijgt een grote fles mineraalwater, een fles bier en een fles witte wijn voorgezet. Gulzig of een misverstand? Gulzig, want in een paar slokken is het bier naar binnen en gaat hij over op de wijn en het water. Hij rookt er sigaretten bij op een sterk zuigende manier. Uit de keuken komen borden met rauwe vissen en schelpdieren om te laten zien. De Japanner kiest en een kreeft en een krab; zo gulzig is hij. Daarna is het even rustig bij zijn tafeltje. Het personeel neemt een korte pauze. En ik hoor de ene kelner tegen de andere zeggen: ,,Dit is de eerste keer dat wij een Japanner in de zaak hebben.''

STADSSTRANDEN

Deze gebeurtenis zegt iets over Spanje en over de stad Gijón. Over Spanje, dat een bovenmatig gulzige man niet raar gevonden wordt, dat het bestellen van een hele kreeft en een hele krab in ieder geval niet iets is om het over te hebben, en dat het ook heel gewoon is een klant de hele voorraad verse vis en schelpdieren aan tafel te laten zien. Over Gijón zegt het voorval dat ze daar niet vaak buitenlanders zien.

Gijón ligt in het noordwesten van Spanje aan de Atlantische Oceaan die daar Mar Cantábrico wordt genoemd. Met 260.000 inwoners is het de grootste stad van de autonome regio Asturië, een gebied dat officieel zelfs het Prinsdom Asturië heet, met de onlangs getrouwde kroonprins Felipe van Spanje als ceremoniemeester. Gijón is groter dan de hoofdstad Oviedo (200.000 inwoners) en kosmopolitischer, voorzover je dat van een Spaanse provinciestad waar ze nog nooit een Japanner hebben gezien kunt zeggen. Minder bekrompen is Gijón in ieder geval, vrolijker ook dan het wat kleinburgerlijke en sombere Oviedo. En Gijón heeft een prachtig lang en breed stadsstrand.

Spanje zit goed in de steden met een strand. Aan de Middellandse Zee liggen natuurlijk de bekendste, maar ook aan de Atlantische Oceaan in het noorden heeft Spanje er vier: San Sebastián aan de beroemde Bahía de la Concha; La Coruña in het uiterste westen, in Galicië; Santander in Cantabrië met het prachtige El Sardinero-strand; en Gijón. Wat al die Spaanse strandsteden zo aangenaam maakt is dat ze vrijwel niet verbadplaatst zijn, dat het gewoon Spaanse steden zijn met Spaanse gewoonten. De vier strandsteden in het noorden trekken bovendien vrijwel uitsluitend toeristen uit Spanje zelf, zodat de Spaansheid van die steden ook gemakkelijk gehandhaafd blijft.

In Gijón komen zelden toeristen, ook geen Spaanse. De stad is vanouds een centrum van de kolen- en staalindustrie en ook nu nog wordt er van alles geproduceerd waar veel rook van komt. De meeste vakantiegangers houden daar niet van. Toch is het stranddeel van de stad zo slim rond een baai gebouwd dat de zware industrie aan het oog onttrokken is. De olieraffinaderijen en de rook zie je pas wanneer je naar de westkant van de stad gaat, waar aan een andere baai een jachthaven is gebouwd en waar je uitkijkt op de grote handelshaven. Gijón heeft één hotel met uitzicht op zee: Alcomar aan de strandboulevard.

CIDERCAFÉS

Tussen de twee baaien ligt het smalste deel van het schiereiland Cimadevilla, het noordelijkste puntje van de stad. Op Cimadevilla, op een oude vestingheuvel, de Cerro de Santa Catalina, is een park aangelegd dat als het ware in de zee eindigt. De beeldhouwer Eduardo Chillida heeft er een gigantisch en indrukwekkend beeld gemaakt. Ode aan de horizon heeft hij het genoemd, Elogio del Horizonte.

De drukte en de gezelligheid heersen aan beide kanten van de stad. Er wordt net zo hard geflaneerd langs het strand als langs de haven. Beide stromen ontmoeten elkaar op het smalste stuk van de stad waar het centrale plein is, de Plaza Mayor. Daar bevindt zich een van de belangrijkste ontmoetingsplaatsen van de stad, sidrería El Galana. Een sidrería is een café waar cider wordt geschonken, appelwijn inderdaad, de specialiteit van Asturië, en dat gaat zo. Je bestelt een fles cider (altijd een fles, nooit een glas), de kelner opent hem en heft de fles met zijn ene arm hoog boven zijn hoofd. Dan giet hij de cider in het lage, brede glas dat hij zo laag mogelijk in zijn andere arm houdt. De cider legt op die manier een afstand af van zo'n anderhalve meter en gaat daardoor schuimen. Daarna overhandigt de kelner het glas aan de klant. De schuimende cider moet nu direct worden opgedronken, want zo is hij het lekkerst. Er zijn tientallen ciderhuizen waar vooral tussen zeven en tien uur 's avonds dit inschenkritueel plaatsheeft. Sommige klanten, vooral de wat jongere die de populaire sidrería's Mercante en Las Ballenas aan de haven bevolken, nemen de flessen mee naar buiten en proberen het inschenken zelf. Daar kun je goed zien hoe moeilijk dat is.

Afgezien van die cider gaat het leven 's avonds ongeveer zoals in de rest van Spanje. Tussen zeven en tien worden er bij de cider wat hapjes gegeten, daarna wordt er pas echt aan tafel gegaan. In de cidercafés vaak, op die wat chaotische, maar oergezellige Spaanse wijze met vele borden waarop van alles ligt dat voor de hele tafel bestemd is. Maar er zijn in Gijón ook gewone restaurants met een gebruikelijker manier van eten. Een stuk ten zuiden van de Plaza Mayor, waar zich een ander meer op winkels gericht centrum van de stad bevindt, zijn twee van de beste en meest authentieke restaurants van de stad te vinden. Casa Justo (50 Hermanos Felgueroso) is een sidrería; rumoerig, slordig en toch duur, met hele verse vis en hele verse schelpdieren. Op nummer 38 bevindt zich La Zamorana, daar is het nog iets duurder. Iets dichter bij de Plaza Mayor, aan de Numa Guilhou 1, is het restaurant van de Japanner, El Candil, zeer aan te raden, ook voor het middageten. En ze doen er niet moeilijk over de soms vreemde wensen van buitenlanders.

Rik Zaal is auteur van `Spanje.

Een reisgids'