Geheimtaal voor jongeren

Nauwelijks verstaanbare straattaalspekers treden op in een nieuw lesprogramma voor de basis- en middelbare school.

`joe broko mi span, matti.' Als Meneer Van Straaten dat tegen één van zijn leerlingen zegt die zit te klieren, heeft hij meteen alle aandacht. ``Dan spreek je ze aan in hun taal, dán bereik je ze'', zegt het Sectiehoofd Informatiekunde van het Jan van Egmondcollege in Purmerend. De vertaling voor al degenen onder ons die deze `straattaal' niet beheersen: `Je haalt me uit mijn concentratie, vriend.'

Straattaal is één van de onderdelen die aan bod komen in het taalproject Taaltrotters, waaraan de school meedoet. Het project is ontwikkeld door Stichting Studio Taalwetenschap in Amsterdam naar aanleiding van het Europese Jaar van de Talen in 2001. ``We wilden iets maken vanuit de taalwetenschap dat kinderen zou aanspreken, iets waarmee ze zich konden identificeren zodat ze `taal' leuk zouden gaan vinden'', vertelt directeur Karijn Helsloot. Met een groep kunstenaars, taalwetenschappers en leerkrachten is zij twee jaar lang bezig geweest met de ontwikkeling van het programma, geschikt voor leerlingen eind basisschool en begin voortgezet onderwijs. Uitgangspunt was om verschillende taalkundige onderwerpen op een leuke, speelse manier aan de orde te laten komen. Dat resulteerde in een hip gestileerd interactief beeldverhaal met bijbehorend opdrachtenboekje, het Taaltrotterspaspoort.

Het verhaal volgt vier tieners die van hun docent de opdracht krijgen `iets nieuws' te doen met taal. Ze besluiten een lied te gaan maken en gaan daarvoor alle vier op zoek naar materiaal. Via hen maken kinderen kennis met de kernstructuren van taal: Mercé zoekt de klinkers en medeklinkers (segmentele fonologie), Ahmet het ritme en de melodie (prosodie), Lieve husselt woorden tot een zin (syntaxis en morfologie) en Lukas vult de zinnen in met taal – groepstaal, familietaal, straattaal (sociolinguïstiek).

Aan deze `zoektocht' zijn in het Taaltrotterspaspoort opdrachten gekoppeld. Lukas heeft bijvoorbeeld een dove broer met wie hij gebarentaal spreekt. Een opdracht voor de leerlingen is om op internet hun naam in gebarentaal op te zoeken. Lieve heeft een Marokkaans vriendje dat haar een mop in `Berbernederlands' vertelt, dus met de goede Nederlandse woorden, maar in een Berberse grammatica: `Een strandwachter kwam naar Hassan dat geweest gejaagd vissen in strand.' Aan de leerlingen de opdracht de mop in echt Nederlands te vertalen en te omschrijven wat ze opvalt.

In de docentenkamer van het Jan van Egmond College vertelt docente Nederlands Wilma van Geemert, dat ze Taaltrotters een echte aanwinst vindt. ``In de reguliere methodes is nauwelijks aandacht voor taalwetenschap, terwijl kinderen het wel heel verrassend vinden.'' ``Kinderen denken dat hún taal dé taal is'', vult Helsloot aan. ``Via Taaltrotters ontdekken ze hun eigen taal en worden ze zich tegelijkertijd bewust van verschillen en overeenkomsten tussen talen. Want ze `reizen' allemaal tussen verschillende talen, thuis, op school, met hun oma en opa, op tv, in de krant. Vandaar de naam `Taaltrotters', afgeleid van `globetrotters' (een link die de leerlingen van het Jan van Egmond College overigens niet direct doorhadden). Zo willen we leerlingen én leerkrachten ook laten zien dat sommige dingen heel moeilijk zijn voor kinderen die het Nederlands niet als thuistaal hebben.''

Taaltrotters – bekroond met de Populariseringsprijs 2003 van de Landelijke Onderzoeksschool Taalwetenschap – reist sinds maart 2002 als tentoonstelling langs Nederlandse en Belgische musea. Vanaf komend najaar is de tentoonstelling in Leeuwarden te zien, met het recent verschenen Fryske Taaltrotterspaspoart. Maar voor wie niet zo ver wil reizen heeft Stichting Studio Taalwetenschap het beeldverhaal ook op cd-rom uitgebracht, zodat scholen het programma binnenshuis kunnen doen.

In de mediatheek van het Jan van Egmond College hebben zich vanochtend dertig brugklassers verzameld. In tweetallen werken ze zelfstandig aan de Taaltrotters-opdrachten. Hun bevindingen presenteren ze later in de klas. De uit Iran afkomstige Shobab en zijn buurman Johan vergelijken het Nederlands en het Farsi. Shobab: ``1998 spreken wij uit als negentien negentig acht. Dan maak je niet zo snel fouten.'' Niels en Remco bekijken het filmpje van straattaal-spreker Lukas. Ze vinden dat hij wel `errug extreem' praat. ``We snappen nog niet de helft van wat-ie zegt.'' Volgens Helsloot is dat geen misser van het programma, maar inherent aan het fenomeen. ``Iedere stad, iedere wijk, ieder schoolplein heeft zijn eigen straattaal, die ook steeds verandert.''

Maar `errug extreem' of niet, Niels en Remco hebben wel lol als ze moeten opschrijven welke straattaal-woorden zij kennen, want dat líjkt natuurlijk nog niet op een gewone taalles. `Sma', schrijven ze op, `jongen', en `swa' wat `meisje' betekent. `Loessoe' betekent `weg', `spang' is `knap', `woela' is `echt waar', en `doekoe' is `geld'. De jongens hebben een heel repertoire tot hun beschikking. ``Wij praten gewoon zo. Je leert het op straat, van je vrienden'', zegt Niels. ``Dat is niet om stoer te doen of zo.''

Alhoewel. Remco: ``Je wilt laten horen dat je het kunt. Vooral als je een nieuw woord hebt gehoord. Dan hoor je erbij.'' Dat geldt overigens vooral voor jongens, vertelt Helsloot. ``Meisjes spreken veel minder straattaal.''

Natuurlijk is straattaal van alle tijden, maar de hedendaagse straattaal is doorspekt met buitenlandse woorden (vooral Surinaams en Turks) en dat maakt het nog meer tot `geheimtaal' voor jongeren. Lastig voor ouders, dus. Niels knikt: ``Als ik thuis ben moet ik echt moeite doen om goed te praten, want anders snapt mijn moeder het niet.'' En lastig voor docenten. Toen Wilma van Geemert laatst `ouwe' naar haar hoofd geslingerd kreeg was ze behoorlijk beledigd. En daarvan schoot de leerling die het tegen haar zei weer in de stress, want hij bedoelde het juist goed, weet Van Geemert nu. ``Als ze 'ouwe' tegen je zeggen is dat een compliment, het betekent dat ze je mogen.''

Meer informatie:

www.studiotaalwetenschap.nl