Geen geschiedenis zonder deugdelijk historisch kader 2

Hoezeer Drentje ook de spijker op de kop slaat met zijn pleidooi voor een duidelijke inhoudelijke structuur voor het schoolvak geschiedenis, hier en daar is hij blijkbaar toch niet geheel juist geïnformeerd.

Zo wijt hij het uitblijven van een implementatie van de `common sense'- voorstellen van de Commissie-De Rooy aan een ,,stevig verankerde positie van een generatie vakdidactici die voorstander is van een thematisch verkaveld onderwijs''. Niets is minder waar. Vanuit vakdidactische kring wordt juist aangedrongen op implementatie van de voorstellen, voorstellen die zonder de doorslaggevende invloed van vakdidactici binnen de Commissie-De Rooy (onder wie ondergetekende) nooit deze vorm zouden hebben gekregen.

Nee, het uitstel van de implementatie is alleen toe te schrijven aan het uitblijven van actie op het departement van OC&W. Daar heeft men er lange tijd domweg niets aan gedaan, ondanks aandringen van bijvoorbeeld de VGN (Vereniging van Geschiedenisleraren in Nederland) om zulks wel te doen.

Eind vorig jaar is men op OC&W eindelijk in actie gekomen. Een van de problemen met de voorstellen van de Commissie-De Rooy is het vinden van een goede vorm voor een nieuw eindexamen, passend op een nieuw soort geschiedenisonderwijs. Overigens zal ook op het nieuwe examen niet zomaar zonder meer naar het jaartal van de moord op Bonifatius gevraagd worden. Kennis van zo'n getal zegt op zichzelf inderdaad niet zo veel.

Ik zou me wel een vraag als deze kunnen voorstellen: `In 754 werd bij Dokkum de christelijke missionaris Bonifatius door Friezen vermoord. In het kader van welke ontwikkelingen die zich toen voordeden is zo'n moord verklaarbaar?' De leerling zou uit algemene kennis moeten weten dat omstreeks die tijd het christendom in deze streken werd verspreid, wat het begrijpelijk maakt dat zo'n incident zich kon voordoen. Daarvoor staat de moord op Bonifatius immers symbool. In die zin zou hij de vraag dan ook moeten beantwoorden. Daarbij moet wél bedacht worden dat leerlingen dit type vragen over `de hele geschiedenis' (van prehistorie tot heden) zouden moeten kunnen beantwoorden. Erg gedetailleerde kennis kan men dan niet verlangen, wel kennis op hoofdlijnen, kennis van een algemeen historisch referentiekader.