Geen geschiedenis zonder deugdelijk historisch kader 1

Met de opmerkingen van de heer Drentje ben ik het geheel eens (Opinie & Debat, 5 juni). Mijn ervaring in Frankfurt is, dat ook bij studenten er voor een goed historisch verhaal altijd belangstelling is, maar als je dan thematisch wil vergelijken zoals mevrouw Grever op dezelfde pagina voorstaat, gebrek aan chronologisch en verder historisch overzicht tot problemen bij hen leidt. Hoe mooi de ideeën achter een thematische aanpak in de geschiedenis ook zijn, zonder een deugdelijk historisch kader en daar bedoel ik allereerst een goed geleerde chronologie mee heeft het geen zin.

Hoe kun je hetzelfde fenomeen uit verschillende tijden vergelijken, zoals mevrouw Grever wil, als je je niet bewust ben dát het om verschillende tijden gaat en wát er allemaal tussen ligt? Wie eenmaal goed een rij jaartallen in het hoofd heeft, kan alles meteen in een kader plaatsen. Het moeten dan natuurlijk wel zinvolle jaartallen zijn, die in hun beknoptheid de mnemotechnische sleutels tot erbij geleverde achtergrondkennis zijn. De zoen van Delft van 1428 reken ik daar niet toe, maar 754 wel. Je hoeft niet zwaar katholiek te zijn om de moord op Bonifatius als representatief te zien voor de geleidelijke kerstening van Noordwest-Europa en de taaie weerstanden daartegen, en ook een steile calvinist kan daar geen moeite mee hebben: zonder katholicisme geen reformatie.

Didactisch is het gewoon een mooie `kapstok'. En iets uit het hoofd leren: dat kan iedereen en geeft de zwakkere leerling een gevoel van zekerheid; er is geen enkele reden om zo op memoriseren neer te kijken. Maar, en daar vind ik de bijdrage van mevrouw Grever te zwaartillend, het is niet zo dat er geen gemeenschappelijke cultuur is om het geschiedenisonderwijs te dragen en dat dus alles heel moeilijk wordt. Dat draait de zaak wat om: het geschiedenisonderwijs schept gemeenschappelijke cultuur, maar inderdaad, zó gecanoniseerd als vroeger binnen de verzuiling gaat niet meer. Het zal vanuit een Europees perspectief moeten, waarbinnen het eigene van de ontwikkeling op het grondgebied der Nederlandse staat een bijzondere plaats krijgt; en met Europees perspectief reken ik de ontwikkeling in het mediterrane bekken vanaf Griekenland mee (hoe kun je anders bijvoorbeeld de Renaissance verklaren?). Als dat maar eerst wordt aangeboden, zoals de heer Drentje het formuleert, mét een rij jaartallen die de leerlingen een goede kapstok biedt, dan kan vervolgens voor verdieping zoals mevrouw Grever die wil alle gelegenheid zijn en moet dat ook zijn. En zo moeilijk is dat alles nu ook weer niet!

In mijn geschiedenisboeken (Rijpma) werd dat al gedaan, zonder uitdrukkelijke benadrukking van de ene of de andere ideologische positie. In feite ligt het materiaal al sinds 1970 klaar. Het zou verder in het kader van de integratie van alle immigranten juist nuttig zijn om het geschiedenisonderwijs te verruimen, bijvoorbeeld door het totale aantal lesuren in het programma gewoon te verhogen: je gaat toch naar school om iets zinnigs te leren op een leeftijd waarop dat juist gemakkelijk kan en moet?

    • Frankfurt Am Main
    • Prof. A.J.B. Sirks