Fransen aarzelen over `Frankrijk in het groot'

In Frankrijk dreigt de UMP, de partij van president Chirac, morgen fors te verliezen. Of dat het einde betekent van premier Raffarin is de vraag.

Peilingen, Fransen zijn er dol op. Nauwgezet wordt wekelijks bijgehouden hoe het gesteld is met de populariteit van politieke kopstukken. Daarmee gaat het goed of het is oppassen geblazen. Meningen over dit of dat worden al naar gelang en als de geloofwaardigheid het enigszins toelaat bijgesteld. Zo kondigde premier Jean-Pierre Raffarin deze week aan een parlementair debat te wensen over het `homohuwelijk', hoewel hij daar in principe niets van moet hebben. Waarschijnlijke reden voor zijn plotsklapse gematigdheid: volgens peilingen is 61 procent van de Fransen ervoor. Het is een vorm van directe democratie.

Het is dan ook geen wonder, dat de peilingen inzake de verkiezingen voor het Europese parlement zeer serieus worden genomen. Voor de rechtse meerderheidspartij UMP – en dus voor de regering en president Jacques Chirac – voorspellen ze weinig goeds. De PS, de grootste, socialistische, oppostiepartij, staat aan kop met een voorspelde score van 26 procent, de UMP moet het met tien procentpunt minder doen. De nederlaag van de regionale verkiezingen in maart, waarbij rechts van de tweeëntwintig regio's er één, de Elzas, overhield, lijkt zich te zullen herhalen.

Zes van de tien Franse stemmers zegt de regering-Raffarin te willen `straffen'. Helemaal los van hun eigen Europese plannen, die niet veel duidelijker zijn dan die van de UMP, spelen de socialisten naar hartelust op dat voornemen in, al riep voorman François Hollande in zijn laatste grote meeting het electoraat enigszins preuts op tot het uitbrengen van een ,,rechtvaardige, gerechtvaardigde en noodzakelijke'' stem.

Anderzijds doet premier Raffarin zijn uiterste best – met de oproep tot het uitbrengen van een ,,Franse stem'' – om de verkiezingen van morgen los te koppelen van zijn eigen beleid. Zijn persoonlijke positie lijkt meer dan ooit in het geding. Lijkt, want wonderen zijn niet uitgesloten: na het pak slaag van maart vroeg president Chirac hem immers ook om aan te blijven, een nieuwe regering te vormen en in menig opzicht een diametraal ander beleid te gaan voeren dan hij de week ervoor nog met verve verdedigde. Hetgeen Raffarin koelbloedig deed.

In vergelijking met de regionale verkiezingen brengen die voor Europa nog een extra, forse complicatie met zich mee: de `souverainistes'. Voormannen als Philippe de Villiers en Charles Paqua maken deel uit van de parlementaire meerderheid, maar gezien de inzet – een in hun ogen voor Frankrijk bedreigend Europa – doen ze met afzonderlijke lijsten mee aan de verkiezingen.

Pasqua staat er slecht voor, maar De Villiers, vertegenwoordiger van een hard, katholiek rechts, krijgt volgens de peilingen maar liefst acht procent van de stemmen. Paradoxaal genoeg mede dank zij premier Raffarin zelf, die hem heeft aanbevolen in de hoop daarmee Jean-Marie Le Pens Front National, erfvijand van rechts als het gaat om de gunst van de kiezer, de pas af te snijden.

De Villiers is niet het enige paard van Troje. De dissidente partij UDF, van François Bayrou, die zich altijd al heeft verzet tegen annexatie door de UMP en fungeert als gedoogfractie binnen de meerderheid, is een score van 11,5 procent voorspeld. Beide heren hebben gewaarschuwd, dat de UMP zich niet rijk mag rekenen met hun winst.

Die winst lijkt in hoge mate bepaald door angst. Het verkiezingsaffiche van de UMP verkondigt dan wel: `Europa is Frankrijk in het groot', de regeringsverantwoordelijkheid van Raffarin stelt grenzen aan de afstand die hij van Europa kan nemen. Daarvan hebben Bayrou en De Villiers geen last. Beiden hebben van de ,,al lang en breed zonder ons besliste'' toetreding van Turkije een onverbloemd en vruchtbaar thema gemaakt. Turkije hoort volgens hen niet in Europa thuis en dat standpunt wordt kracht bijgezet met de verwijzing naar de demografische overmacht van de honderd miljoen Turken.

Voorstanders van toetreding wijzen onder meer op het tegenwicht dat een zo groot mogelijk Europa tegen het `keizerrijk' Amerika kan vormen. Niet dat mede door anti-Amerikanisme geïnspireerde argument wordt bestreden door de tegenstanders, maar de rekensom. Het huidige Europa telt er met 450 miljoen inwoners al tweehonderd miljoen meer dan Amerika: als dat niet voldoende is, dan liggen de oorzaken van de Europese achterstand elders.

Tot overmaat van ramp heerst er verdeeldheid over de Turkije-kwestie binnen de UMP. President Chirac en zijn minister van Buitenlandse Zaken Michel Barnier zijn voorstander van toetreding, zij het in een zo ver mogelijk gelegen `ooit', terwijl hun partij zich begin dit jaar plotseling tegenstander verklaarde. De socialisten hebben het netelige probleem vooralsnog opgelost door het te negeren: het is eenvoudigweg `geen thema voor deze verkiezingen'.

Een ander geliefd onderwerp – en niet alléén van `hard' links en rechts – is het `ultraliberalisme' van Europa. De openbare diensten, de verzorgingsstaat, de werkgelegenheid – ze dreigen in de ogen van velen verloren te gaan. Een kijker naar een discussieprogramma op televisie vroeg zich in dit verband per sms af: ,,Kan het sociale Europa niet worden afgedwongen door het Franse model van bovenaf op te leggen?'' Typerend. Europa moet Frans zijn, met Franse methoden – of het kan maar beter niet zijn.