Effectiviteit onderwijs in VS valt niet aan te tonen

De effectiviteit van Amerikaanse onderwijsprogramma's valt op wetenschappelijke gronden niet te onderbouwen. Dat blijkt uit twee grootschalige evaluaties waarover Science deze week bericht. De belangstelling voor de wetenschappelijke beoordeling van educatieve programma's is in de Verenigde Staten toegenomen dankzij recente onderwijshervormingen. Twee jaar geleden voerde president Bush een nieuwe onderwijswet door (`No Child Left Behind') die van schooldistricten verlangt dat ze onderwijsprogramma's aanbieden waarvan de effectiviteit `door onderzoek op wetenschappelijke gronden' vaststaat.

In de praktijk blijkt dat geen enkel onderwijsprogramma deze eis kan hard maken, aldus Science. De National Research Council onderzocht in totaal 698 studies naar wiskundeprogramma's op lagere en middelbare scholen en concludeert dat `de verzameling onderzoeksmateriaal onvoldoende is om de effectiviteit van individuele programma's te beoordelen'. BEST, een publiek-private organisatie die de participatie van vrouwen en minderheden in de (exacte) wetenschap probeert te verhogen, onderzocht 200 programma's die met dit doel zijn opgezet. Geen enkele daarvan voldeed aan de (strenge) eisen die BEST hanteert voor wetenschappelijk aangetoonde effectiviteit.

De wetenschappelijke evaluatie van onderwijsprogramma's is ingewikkeld, omdat talloze variabelen de effectiviteit beïnvloeden (eerdere prestaties, kwaliteit van leraren, financiële middelen). De onderzoekers dringen aan op `gecontroleerde studies' waarbij de onderzochte groepen onderling alleen verschillen in het aangeboden onderwijsprogramma. Dergelijke studies, populair onder medici, zijn lastig uit te voeren: de effecten spelen op de lange termijn en de vereiste `controlegroep' wordt een programma onthouden waarbij ze mogelijk baat heeft.