Buddycomplex

Renske de Greef (20) is blij dat ze vrienden heeft met wie ze goed kan praten. De jongerencolumn van Spunk.

Op mijn buik lig ik op bed gedachteloos aardbeien in mijn mond te stoppen. De jongen die de aardbeien voor me heeft meegenomen kijkt lief en vriendelijk. Ik ben vol verve het verhaal over mijn laatste date aan het vertellen. Tijdens mijn dramatische monoloog rol ik een beetje heen en weer over mijn bed en probeer wat gymnastische oefeningen, meer uit verveling dan uit een andere overtuiging. Ik trek mijn sokken op, die zo dik en vormeloos zijn dat ze afzakken.

Ik zit op een stoel in haar kamer. Ze heeft giechelend onhandig een stoel vanuit haar broertjes kamer gepakt, terwijl ze vertelde dat ze geen stoelen had, omdat ze `toch alleen maar sliep in haar kamer, dus geen stoelen nodig had'. Ze ligt nu op bed, terwijl ze de aardbeien die ik voor haar heb meegebracht opeet. Ik zweer je dat ze expres langzaam eet. En ze kijkt me aan terwijl ze het doet. Volgens mij wil ze me. Ze heeft ook expres zo'n nonchalante outfit aangetrokken, eentje van `ik heb er helemaal niet over nagedacht, twee uur lang, maar ik ben zo puur dat het beregeil is'. Met haar wollen sokken. Ze trekt ze nu op, om aandacht aan haar benen te geven. Ik kijk toch wel even naar haar benen. Zo bloot.

Ik pak mijn kussen en prop het onder mijn borsten, zodat ik gearmd met het kussen mijn kin erop kan leggen en zwaai met mijn benen in de lucht heen en weer. In één ruk door ga ik verder over mijn laatste ex-vriendje, waarna ik een soepele brug maak om ook nog wat te praten over de twee daarvoor. Hij zwijgt en kijkt me begripvol en aanmoedigend aan. Een tijdlang lig ik met mijn hoofd van het bed af ondersteboven met hem te praten over wat ik nu eigenlijk wil in een relatie, terwijl ik vlechtjes maak in mijn haar dat in lange lokken langs mijn gezicht valt en kriebelt. Ik lach naar hem, omdat mijn haar in mijn neus kietelt. Na een tijdje sta ik al pratend op en begin ik mijn kast te inspecteren. Zonder op te houden over de mooie en vervelende momenten tussen mij en mijn eerste vriendje pak ik wat kleren uit de kast. Al pratend trek ik mijn dikke wollen trui uit, daarna mijn huisjoggingrokje en mijn sokken, zodat ik in mijn ondergoed sta tijdens mijn klaagzang over de jongen die niet terugbelt. Hij zucht instemmend.

Waar heeft ze het eigenlijk over? Verdomme, alweer over haar vriendjes. Ze ligt daar maar te rollebollen over dat bed alsof het niets kost. Nu lacht ze naar me. Omdat ze me wil. Ja toch? Ik ken haar nu al een half jaar en zo doet ze altijd als ze me ziet. Ze wil me, maar ik moet nog het goede moment afwachten. Ik wou wel dat ze eens ophield met mij over al haar vriendjes te praten. Het kan me echt helemaal geen ruk schelen. Ze staat nu op. Ik denk dat ik weet wat ze gaat doen. Ik zucht.

Nog wat kletsend en neuriënd loop ik in mijn string door mijn kamer om een andere bh te pakken. Half met mijn rug naar hem toe doe ik mijn bh uit en trek de andere aan. Ik pak een panty en trek hem voorzichtig aan, terwijl ik hem lachend vertel over iets wat ik laatst meemaakte. Daarna trek ik een strak jurkje aan. Ik inspecteer mezelf in de spiegel, knik nauwelijks merkbaar even goedkeurend en haal mijn handen door mijn haar.

Ze doet het altijd. Ze martelt me ermee, maar ze doet het altijd. Doet ze het om me uit te dagen? Wil ze dat ik wat doe? Daar gaan haar kleren al. Nu nog de bh. Ik zie haar rug, half haar borsten, haar buik. Ik zie dat ze zich mooi aankleedt. Een geile outfit. Maar dus niet voor mij. Voor mij trekt ze een konijnentrui aan. Voor een of andere hitsige neger waar ze zich keihard straks door laat palen doet ze een mini-jurk aan.

Ik draai me naar hem om. ,,Zo. Ik moet gaan, ik heb een date. Dank je wel voor het luisteren.'' Ik loop naar hem toe en ga even voor hem op mijn knieën op het bed zitten. Ik kijk hem aan en een moment zijn we allebei even stil.

Nu loopt ze naar me toe. Zal ze dan toch... ? Ze heupwiegt, verdomd, ze gaat wat doen. Nu knielt ze neer, op het bed en komt met haar gezicht dichterbij. Het is stil. We kijken elkaar aan.

Ik kijk hem lief aan. ,,Zo fijn dat wij vrienden zijn'', verbreek ik de stilte. Dan sta ik op en met een glimlach aai ik even langs zijn wang.

Ook al heb ik hem vaker gehoord, hij komt weer aan als een klap in mijn gezicht. Die zin. Die zin. Weer die zin. Verbloemd, de eufemistische versie, de metafoor, het synoniem. We Zijn Vrienden. Ergo: Wij Zullen Nooit Neuken. Ik denk telkens weer: misschien deze keer. Maar ik moet geloof ik beseffen wat ik ben. Ik ben een buddy. De jongen waar ze tegen aan praat over haar vriendjes, waar ze geen moeite voor doet, waar ze makkelijk glimpen van haar lijf aan laat zien, omdat ze mij betiteld heeft als buddy. De eeuwige `goede vriend'. Een aai over mijn wang. Alsof ik haar hond ben. En dat ben ik eigenlijk ook.

Meer: www.spunk.nl