Agnelli bestuurt Fiat over zijn graf heen

Drie weken na zijn dood heeft Umberto Agnelli, de patriarch van Italië's industriële dynastie, een belofte aan zijn familie ingelost. Via twee transacties hebben de houdstermaatschappijen van de familie-Agnelli zo'n 350 miljoen euro aan contanten geoogst. Het grootste deel van dat geld moet zijn weg terugvinden naar de ongeveer zeventig familieleden die vorig jaar gehoor gaven aan wijlen Umberto Agnelli's oproep om 250 miljoen euro te steken in de reddingsoperatie voor Fiat. In ruil voor dat geld, dat nodig was om het familiebelang van 30 procent in de autofabrikant op peil te houden, beloofde Agnelli andere investeringen van Agnelli-bedrijven te gelde te maken. Maar het doorsluizen van het geld naar de familieleden is ingewikkeld en kan een herstructurering van de Agnelli-groep op gang brengen. Nadat de verkoop van belangen in Club Med en Société Foncière Lyonnaise voltooid is, zal een van de Agnelli-bedrijven, het niet-beursgenoteerde Exor, zo'n 300 miljoen euro aan contanten in kas hebben. Exor wordt voor 70 procent gecontroleerd door een andere niet-beursgenoteerde houdstermaatschappij, G. Agnelli & Co., die het directe eigendom is van ongeveer zeventig familieleden, onder aanvoering van John Elkann, de kleinzoon van Gianni Agnelli, de in 2003 overleden vroegere topman van Fiat.

De rest van de aandelen is in handen van de investeringsmaatschappij Ifi, waarvan de preferente aandelen worden verhandeld op de beurs van Milaan.

Het doorsluizen van Exors geld zou betekenen dat een derde, zo'n 100 miljoen euro, naar Ifi zou gaan. Een deel daarvan, als dat als dividend bij G. Agnelli & Co. terecht zou komen, zou naar de preferente aandeelhouders weglekken. Dit illustreert het probleem waarmee de familie wordt geconfronteerd bij het liquideren van zijn bezittingen. Nu de belangrijkste investeringsmaatschappij van de familie, Ifil, overweegt voor 2,6 miljard euro aan belangen te verkopen in de Italiaanse bank Sanpaolo-Imi, de Franse financierder Worms en het detailhandelsconcern Rinascente, begint dat weglekken in de papieren te lopen.

Maar er kan misschien iets op gevonden worden. De familie kan, wellicht met het geld van Exor, de uitstaande preferente aandelen van Ifi terugkopen. Daarmee worden twee doelen gediend. In de eerste plaats zou een aandelenterugkoop, zelfs tegen een premie ten opzichte van de marktprijzen, minder geld kosten dan de dividendlekkage naar preferente aandeelhouders als gevolg van de eventuele verkoop van Ifils bezittingen. In de tweede plaats wordt de weg erdoor vrijgemaakt voor een fusie tussen Ifi en zijn controlerende aandeelhouder, G. Agnelli & Co. Hierdoor zouden de Agnelli's zelfs in staat zijn de combinatie Ifi/Agnelli & Co. een beursnotering te bezorgen, zodat de familieleden van de vijfde generatie de ultieme beloning krijgen voor hun geduld: een kans om al hun belangen in de diverse houdstermaatschappijen te verkopen.

    • Rob Cox