Volksprotest legt Nigeria plat

De meeste Nigerianen delen alleen in de olierijkdom van hun land via een lage benzineprijs. De regering wil daar een eind aan maken. Gevolg: een nationale staking.

,,Een oorlogsverklaring aan de regering.'' Zo heeft de Nigeriaanse president Olusegun Obasanjo de nationale staking genoemd die vandaag haar derde dag is ingegaan. De vakbonden eisen dat de brandstofprijzen tot het niveau van voor de laatste twee prijsverhogingen worden teruggedraaid.

Het is een botsing van twee werelden. Voor de regering staat haar ambitieuze economische hervormingsprogramma op het spel waarmee ze na vijf jaar burgerbewind dan toch eindelijk ernst wil maken. Dat plan werd door het Internationaal Monetair Fonds in maart nog bejubeld als ,,een unieke mogelijkheid [...] om corruptie te bestrijden, landbouw te bevorderen, het platteland te ontwikkelen, armoede te verminderen en de infrastructuur te herstellen''. Het programma voorziet in privatisering, liberalisering, sanering van het topzware overheidsapparaat, diversificatie van de economie en deregulering. Beëindiging van de subsidie op brandstof is een sleutelonderdeel. Maar de vakbeweging koopt niets voor die belofte van economische ontwikkeling omdat daarvan in het verleden nog nooit iets is terechtgekomen.

Nigeria is de grootste olieproducent van zwart Afrika, maar staat 152ste op de ontwikkelingsranglijst van VN-organisatie UNDP (van de 175 landen). Het deel van de bevolking dat onder de armoedegrens leeft van 1 dollar per dag is sinds de onafhankelijkheid in 1960 gestegen van 30 tot 70 procent. Ondanks de 300 miljard dollar aan olie-inkomsten die het land de afgelopen veertig jaar zijn binnengevloeid.

Voor de 130 miljoen bewoners van Afrika's volkrijkste natie betekent de laatste benzineprijsverhoging van 24 mei alleen maar weer een aanslag op hun toch al wankele bestaan. Het overgrote deel van de werknemers in de grote steden heeft de afgelopen dagen gehoor gegeven aan de stakingsoproep. De actie wordt gedragen door de drie grootste vakbewegingen: de Nigeria Labour Congress, de Trade Union Congress en de Congress of Free Trade Unions.

Tientallen organisaties steunen de staking, zoals studentenbonden en mensenrechtenorganisaties, die er een politieke lading aan geven en spreken van ,,een nationaal protest tegen een politieke klasse die het land als haar privé-bezit beschouwt''.

De meeste bedrijven, winkels, overheidsgebouwen, ziekenhuizen en scholen in de grote steden zijn sinds woensdag gesloten. In de oliestad Port Harcourt leek het vanmorgen op een zondag met verlaten wegen die op een werkdag tot op de laatste centimeter door files en straathandel zijn bezet.

Anders dan bij vorige stakingen blijven ook de meeste banken en benzinestations gesloten, vitaal voor het slagen van de actie. De kurk waarop de Nigeriaanse economie drijft de oliesector is ook getroffen, al kon een woordvoerder van Shell in Lagos gisteren niet zeggen in welke mate.

De natie had zich begin van de week voorbereid op een staking van mogelijk 21 dagen. Bij de benzinestations stonden maandag en dinsdag lange rijen, niet alleen van automobilisten die een laatste keer hun tank wilden volgooien, maar ook van grote groepen vrouwen met jerrycans. Sommige banken konden de toeloop van mensen die geld kwamen opnemen niet verwerken. Zij die het zich konden permitteren hamsterden voedsel.

[vervolg NIGERIA: pagina 11]

NIGERIA

'Recht op lage benzineprijs

[vervolg van pagina 9]

De vrachtwagenchauffeur, de visvrouw, de politieman, wie je in Port Harcourt ook spreekt, allemaal zeggen ze dat ze ,,lijden, echt lijden'' onder de hoge benzineprijzen.

,,Transport wordt duurder, levensmiddelen worden duurder. Ik kan mijn gezin niet meer voeden'', zegt verpleger Okon Ugwoke. Sinds mei 2000 is de prijs van benzine stapsgewijs met 150 procent verhoogd van 20 tot 50 naira per liter (van ongeveer 12 tot 30 eurocent). Stakingen en rechtszaken hebben die prijsverhogingen tot nu toe alleen maar vertraagd, niet gestopt.

De Nigeriaanse benzineprijs mag international nog heel bescheiden zijn, Nigerianen vinden dat ze daar ook recht op hebben. Ze leven toch in een olieproducerende natie? Als ze niet in de oliewelvaart mogen delen, gun ze dan tenminste hun lage benzineprijs. Zo is het tijdens dertig jaar militair bewind ook steeds geweest.

Nigerianen accepteren ook niet dat er in hun land altijd tekort is aan benzine. Steeds weer zitten benzinepompen zonder voorraad. Terwijl Nigeria meer olie exporteert dan Koeweit.

De staatsoliemaatschappij NNPC heeft bouw en onderhoud van raffinaderijen stelselmatig verwaarloosd. Daarom moet de olienatie van oudsher het leeuwendeel importeren van de benzine, diesel en kerosine die ze nodig heeft voor binnenlands gebruik. Internationale concerns hebben geen belang bij het opzetten van raffinaderijen zolang de benzine in Nigeria onder de internationale marktprijs wordt verkocht. Elke keer dat er weer een raffinaderij van NNPC komt stil te liggen, elke keer dat de benzine-import weer stagneert, ontstaat er een benzinetekort.

Handelaren op de zwarte markt verdienen daar goed aan. Ze onderhouden vaak goede connecties met hooggeplaatste functionarissen die altijd wel aan een voorraadje benzine kunnen komen. Een deel van de benzine wordt naar buurlanden gesmokkeld waar de prijs veel hoger ligt.

Prijsverhogingen, afschaffing van subsidie, moeten een eind maken aan die marktverstoring en corruptie. Dat is in het belang van de natie, zegt de regering. Maar voor de meeste Nigerianen is de prijs te hoog.