Van het ene trauma naar het andere

Of het nu gloedvolle reportages zijn, buitenissige statistieken of tips voor op het veld – de nostalgische tendens in de vloed aan Nederlandse voetbalboeken stemt pessimistisch. `1974' is nog niet verwerkt, of de angst voor de strafschop dient zich alweer aan.

Je gaat het pas zien als je het doorhebt: Nederland durft niet te geloven in een zegetocht, de komende vier weken bij de Europese kampioenschappen voetbal in Portugal. Want welke onderwerpen er ook aan de orde komen in de traditionele golf aan voetbalboeken aan de vooravond van een groot toernooi, het huidige Nederlands elftal en zijn kansen op succes spelen nauwelijks een rol. Men kijkt liever de andere kant op: naar vroeger. De boeken vallen uiteen in vier categorieën: lyrische nostalgie, premature nostalgie, statistische nostalgie en leedverwerking.

Gemijmer over de geur van gras in vroeger dagen, vergeten sterren en afgebroken stadions heeft de afgelopen tien jaar een grote rol gespeeld in de opkomst van de Nederlandse voetbalschrijverij. De lezer kan zich daarbij niet alleen verlustigen in nieuwe wetenswaardigheden, maar ook dadelijk op zoek gaan naar de dingen die hij al weet. Zo blader je in Johan Fabers Het mysterie Marco éérst naar het `ik ben de beste op mezelf na' dat de jonge Marco van Basten op het vloeiblad van zijn jongensbureau schreef. Dat zinnetje is volgens Faber `na zijn carrière tot legendarische proporties [...] opgeblazen'. Dat geldt veel minder voor de andere aantekeningen waar Faber over kon beschikken. Zoals veel junioren hield Van Basten bij welke wedstrijden hij speelde en of hij scoorde, Maar weinigen gingen er zo lang mee door. Want ook nadat de jonge ster in 1983 het Feyenoord van Johan Cruijff met 8-2 had vernederd, pakte hij er 's avonds nog zijn multomap bij: `gescoord: 3x'. Even onbewogen zijn de notities als een paar maanden later de dug-out van Ajax bij een oefenwedstrijd in Den Haag instort: `Hassie van Wijk 5 tenen geamputeerd. Lou Bartels 2 tenen geamputeerd'.

De jonge Van Basten komt in Het mysterie Marco naar voren als een uitgesproken introverte jongen, die door zijn vader met harde hand richting voetbaltop is geduwd. Een jongen die oprecht overtuigd leek van zijn eigen kunnen, maar die nooit het achterste van zijn tong liet zien. Faber is dan ook niet in staat het mysterie van Van Bastens persoonlijkheid te ontrafelen. Aan het eind van het boek houd je een wazig beeld over waarin het genie van Johan Cruijff ergens een verbinding aangaat met de ongrijpbaarheid van Abe Lenstra.

De aantekeningen uit de multomap behoren tot het mooiste materiaal van Faber, die geen medewerking kreeg van Van Basten, maar wel van diens vader Joop – die de jeugdspullen van zijn zoon nog steeds bewaart. Tegenover de goede research staan lyrische uitweidingen die niet erg in de geest van Van Basten zijn, zoals het slothoofdstuk waarin de voetballer zijn hele loopbaan aan zich voorbij ziet trekken in de seconden voordat hij in de EK-finale van 1988 scoort tegen de Sovjet-Unie.

Prematuur

Veel meer voetbalgevoel is samengebracht in Tovenaars in Oranje, waarin Mik Schots en Jan Luitzen de magie van dertig grote Nederlandse voetballers uit de geschiedenis beschrijven. Ze doen dat met aanstekelijke, maar soms ook losgeslagen lyriek, zoals in het beeld van een koppende Patrick Kluivert, in 1998 tegen Brazilië: `Hangend in het luchtledige, als de gekruisigde Christus, maar dan met licht gespreide benen, wurmde hij zich nog een paar centimeter hoger, ondertussen zijn bovenlichaam naar achteren halend: even meegeven om des te harder uit te kunnen halen.'

Soms is de nostalgie echt prematuur. De verslagen van de eerste Feyenoord-Ajax van Rafael van der Vaart in Rafael Ferdinand van der Vaart. Fenomeen zullen misschien later nog hun waarde krijgen, maar doen nu potsierlijk aan. De herinneringen van de ster (aan zijn doelpunt in de WK-finale 2006) heeft auteur Mark van den Heuvel moeten verzinnen. Dan ga je je anno 2004 toch een beetje zorgen maken om de 21-jarige Van der Vaart, die een nogal ongelukkig jaar beleefde.

Ook erg vroeg is het boek van Nando Boers over Van der Vaarts voormalige ploeggenoot Cristian Chivu (1980), Cristi. Cristian Chivu. Van Resita tot Amsterdam. In commercieel opzicht is het echter aan de late kant, want sinds zijn transfer naar AS Roma vorige zomer is Chivu voor de Nederlandse voetbalfan alweer behoorlijk ver weg – en Roemenië doet ook al niet mee aan het EK. Gelukkig heeft dat de uitgeverij niet afgeschrikt, want Cristi is een mooi portret, waarvoor de auteur niet alleen met Chivu sprak, maar ook met diens vrienden en familie in Roemenië. Het toont de verlatenheid van de negentienjarige voetballer in het Amsterdamse Holiday Inn Hotel. Of wanneer hij op aanraden van een ploeggenoot rondjes rijdt over de ringweg (`Babangida had hem gezegd: just follow the signs `A10''). Daarnaast staan er mooie scènes uit de internationale voetbalwereld in beschreven, zoals het wederzijdse loeren van verschillende scouts en spionnen naar elkaar op Oost-Europese tribunes als ze op zoek zijn naar jonge talentvolle spelers.

Het dunne boekje Oranje lukraak is typisch een boek uit de derde categorie: statistische nostalgie. Het is geheel gevuld met aardigheidjes over het Nederlands elftal die tot doel hebben de fan te herinneren aan oude wedstrijden. Bijvoorbeeld door een overzicht van snordragers in het Nederland elftal, de namen van mascottes bij grote toernooien en de lijst van wedstrijden waarbij keeper Joop Hiele op de reservebank zat. Een uitgebreider voorbeeld van hetzelfde genre is Martin van Necks De Oranje rapporten, waarin een zekere VIENO (Vereniging voor Interessante Edoch Nutteloze Informatie) nogal wat zaken uitzoekt – veelal via internet – en daarbij wat dieper graaft dan Oranje lukraak. Zo staat in De Oranje rapporten niet alleen wie de jongste debutant aller tijden in het Nederlands elftal is (Jan van Breda Kolff, die in 1911 17 jaar en twee maanden oud was), maar hoe zijn zoon en kleinzoon met redelijk succes hun weg vonden in de Amerikaanse basketbalwereld. Even nutteloos zijn de gegevens over de geboortemaanden van internationals (let op november, vergeet juli) en de spelers met de kortste interlandcarrière (Joop Wille, acht minuten tijdens de met 4-2 gewonnen Nederland-België op 21 april 1940).

Penalties

De laatste categorie voetbalboeken maakt het meest duidelijk over de wankele gemoedstoestand van de Nederlandse voetballiefhebber. Hier wordt groot leed verwerkt. Met het oudste trauma, de verloren finale van het wereldkampioenschap 1974 lijkt na dertig jaar het ergste achter de rug. In april verscheen al Auke Koks reconstructie 1974. Wij waren de besten (besproken in Boeken, 16.04.04), waarin de auteur het vermeende onrecht van de finalewedstrijd relativeert. Het net verschenen tweetalige themanummer van Hard gras gaat een stap verder. `Zij waren beter' staat daar op de cover. De stukken zijn, zoals meestal in het blad, goed tot uitstekend, al gaat de overkill aan 1974-herdenkingen tegenstaan. Na een goed artikel van Simon Kuper over strafschopversierder Bernd Hölzenbein, ben je toch minder geïnteresseerd in het titelverhaal van het nummer. Dat is óók een prima stuk, maar het gaat wel over dezelfde Bernd Hölzenbein. Georg M. Oswald maakte overigens een prachtig portret van de neergang (en het opkrabbelen) van Gerd Müller.

Het tweede, recentere trauma van het Nederlandse voetbal, de nederlagen na strafschoppen in 1992, 1996, 1998 en 2000, doet nog dagelijks pijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de al genoemde statistiekboekjes; Oranje lukraak biedt overzichten van een flinke reeks verloren penaltyseries, en Penalty! Het trauma van Oranje pakt de zaken nog grondiger aan. Daarin staan alle penalty's ooit van het Nederlands elftal. Duidelijk is dat het probleem in de jaren negentig onstond en van kwaad tot erger is gegaan.

De structuur van die lange lijst penalty's is in de rest van het boek echter ver te zoeken: het springt heen en weer in de tijd en rijgt nutteloze citaten van voetballers en deskundigen aan elkaar, inclusief wel erg voor de hand liggende sneren naar meervoudig penaltymisser Clarence Seedorf. Het laatste deel van het boek is het leukst, wanneer de auteur, Henri van der Steen, bij verschillende clubs langsgaat om zélf op penalty's te oefenen. Het leidt hem naar een tip aan `niet-specialist' Jaap Stam (`Gewoon blind rossen, Jaap, à la Neeskens') die in zijn bescheidenheid duidelijk maakt dat het nationale zelfvertrouwen inderdaad nog lang niet op peil is.

Zelfs de grote Johan Cruijff heeft geen goede oplossing voor het penalty-probleem, blijkt uit Pieter Winsemius' boekje Je gaat het pas zien als je het door hebt. Over Cruijff en leiderschap, waarin hij met wisselend succes probeert algemene waarheden uit Cruijffs voetbalvisie te halen: het gaat erom dat iedereen zijn taken kent en kan uitvoeren, dat de nadruk ligt op rendement van het hele team en – uiteindelijk – op het ontstaan van `teamintuïtie'. Penalty's zijn moeilijker te duiden, getuige Cruijffs analyse van de in 2002 door Frank de Boer en Kluivert gemiste strafschoppen: `Ze gingen er niet in'.

Johan Faber: Het mysterie Marco. Van Basten, Ajax en Oranje. Thomas Rap, 302 blz. €18,50

Mik Schots en Jan Luitzen: Tovenaars in Oranje. A.W. Bruna, 256 blz. €14,95

Mark van den Heuvel: Rafael Ferdinand van der Vaart. Fenomeen. Tirion Sport, 144 blz. €14,98

Nando Boers: Cristi. Cristian Chivu van Resita tot Amsterdam. Nijgh & Van Ditmar, 208 blz. €14,95

Floris en Martin Brester: Oranje lukraak. Nutteloze voetbalfeiten die iedereen moet weten.

Zijderups, 88 blz. €5,–

Martin van Neck: De Oranje-rapporten. Uitgeverij 521, 190 blz. €9,90

Zij waren beter/Der Rauch vieler Jahre. Hard gras 39. Juni 2004. L.J. Veen, 112 + 112 blz. €7,75

Henri van der Steen: Penalty! Het trauma van Oranje. Tirion, 160 blz. €13,98

Pieter Winsemius: Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Over Cruijff en leiderschap. Balans, 224 blz. €14,95