Van Buitenen in rol Fortuyn

Het succes van de partij van Paul van Buitenen duidt op wantrouwen van de kiezer tegen de EU, maar vooral tegen de gevestigde politieke partijen.

De nationale boodschap van de Europese verkiezingen van gisteren: fors verlies van de coalitiepartijen CDA, VVD en D66. De Europese boodschap had één naam: Paul van Buitenen. De voormalige klokkenluider van Brussel, die in zijn campagne beloofde verspilling van geld in de Europese Unie aan te pakken, kreeg als nieuwkomer ruim zeven procent van de stemmen.

Geen politieke leider trachtte gisteren de nationale dimensie van de uitslagen van de Europese verkiezingen te ontkennen. Wel waren leiders van de coalitiepartijen genuanceerder dan oppositieleider Bos (PvdA). Bos claimde dat de kiezers hebben laten weten dat zij het kabinet Balkenende II beu zijn. Premier en CDA-leider Balkenende bracht het tegenvallende resultaat ook wel in verband met het feit dat zijn partij ,,verantwoordelijkheid draagt in een lastige tijd.'' Maar hij onderstreepte tegelijk dat de relatief hoge opkomst, bijna veertig procent, betekende dat ,,Europa meer tot de verbeelding spreekt''. Zo bezien kunnen de twee zetels verlies voor het CDA ook mede op het conto van Europees lijsttrekker Eurlings worden geschreven.

Schuld verdelen was ook het motto van de VVD-fractieleider in de Tweede Kamer, Van Aartsen. Na een conflictueuze week kon hij de nationale achtergrond van het verlies van zijn partij niet ontkennen. Staatssecretaris en VVD-darling Rutte had vóór hem daarmee al de toon gezet: hij weet het verlies van de VVD vroeg in de avond aan de ,,pittige week'' die de VVD achter de rug heeft, met het aftreden, onder interne druk, van staatssecretaris Nijs (Onderwijs), en een botsing tussen Van Aartsen en oud-partijleider Dijkstal over de rechtse koers van de VVD. De Eurocampagne van de VVD raakte zo op de achtergrond.

Van Aartsen riep van deze twee incidenten alleen het optreden van Dijkstal in herinnering. Maar het feit dat hij de partijstrubbelingen zelf noemde, lijkt genoeg om de komende weken de in de partij sluimerende vraag naar boven te brengen wie nu eigenlijk de leider is bij de VVD: vice-premier Zalm of Van Aartsen. Beiden speelden in de conflicten van deze week een belangrijke rol.

In de schuldverdeling betrok Van Aartsen ook Europees lijsttrekker Jules Maaten. Volgens Van Aartsen was het verlies ook te wijten aan de `pro-Europese campagne' van de VVD, die met name de Eurokritische partij van Van Buitenen in de kaart zou hebben gespeeld. Daarmee raakte de VVD-fractieleider aan een van de cruciale vragen die deze verkiezingsuitslag opgeworpen heeft. Tonen de hogere opkomst en uitslag nu een groter Euroscepticisme van de kiezer aan, of niet? Als dat wel het geval zou zijn, lijkt het overigens waarschijnlijk dat de Eurocampagne van de VVD die partij eerder heeft behoed voor een groter verlies dan de huidige zes procent. Want ten opzichte van de grote partijen CDA en PvdA toonde de liberalen zich in de campagne meer gereserveerd tegenover Europa, al was het maar door de nadrukkelijke verwijzing naar de `grenzen' van Europa in de verkiezingsleus.

Maar is de Euroscepsis echt gegroeid? De partij die zich het meest heeft geprofileerd met een sceptische houding tegenover het Europese ideaal, de LPF, heeft het Europarlement met 2,5 procent van de stemmen niet gehaald. Dat past echter ook in de dalende belangstelling voor de LPF in de nationale peilingen.

De eveneens betrekkelijk Eurosceptische SP won wel licht, een zetel. Ook daarvoor zijn ook andere verklaringen mogelijk dan de SP-campagne van de afgelopen weken om een `waakhond' naar Europa te sturen. Zo kan de SP-groei worden gelezen als gevolg van de linkse stem tegen het kabinetsbeleid, maar ook als correctie ten opzichte van 1999. Sinds de Euro-verkiezingen van toen is de SP steeds gegroeid. In dit verband is het wel interessant dat de SP er niet in geslaagd is in Europa, net als in Nederland, GroenLinks procentueel in te halen: het is bijna-zeven tegen ruim-zeven procent. Beide partijen krijgen nu twee zetels. Het pro-Europese GroenLinks leidt daarmee als enige linkse oppositiepartij verlies, bijna vier procent ten opzichte van 1999. Maar toen was GroenLinks ook nationaal meer in trek dan de afgelopen jaren.

Meest opvallend als het gaat om de mengeling van nationale en `Europese' krachten is de spectaculaire winst van Europa Transparant. De grootste winnaar is een voormalige ambtenaar van de Europese Commissie, die naam maakte met het aanpakken van concrete misstanden in de EU. Met Van Buitenen heeft de kiezer zichzelf een, door zijn kritiek, bovengemiddeld betrokken Europeaan als afgevaardigde gekozen, én een institutioneel kritische boodschap aan de EU gegeven.

Maar het succes van Europa Transparant roept ook 2002 in herinnering. Van Buitenen vervult nu de rol die Pim Fortuyn toen bij de Kamerverkiezingen speelde: de rol van inbreker in de gevestigde verhoudingen. Daarmee komt het wantrouwen van de kiezer opnieuw in beeld. Maar niet per se het wantrouwen tegen de EU, maar ook, en vooral tegen de gevestigde politieke partijen. Zij hebben immers alle de afgelopen decennia samen, zonder grote twijfels, aan het project Europa gebouwd. Waar de verschillen over dergelijke politieke vragen ontbreken, kan de kiezer twee dingen doen: de stembus mijden of een alternatief buiten de gevestigde orde zoeken die de wens van grip en controle uitdrukt. Wegblijven is dit jaar minder gebeurd dan vijf jaar geleden.

In het mobiliseren van de alternatieve stem in Europa Transparant beter geslaagd dan de Partij van de Dieren. Die haalde ruim drie procent, te weinig voor een zetel. De tien procent van de stemmen die deze partijen samen kregen, vormen minder dan de helft van het aantal kiezers dat nu wel kwam en in 1999 niet. Die kwamen dus óf omdat Europa meer leeft, of om `nationaal' te stemmen. De PvdA, die traditioneel altijd profiteert van een hogere opkomst, is de enige pro-Europese partij die winst boekt.