Column

Ruzie zoeken

Volgens Jozias van Aartsen is het verlies van de VVD onder andere te wijten aan de uitspraken van Hans Dijkstal. Vreemd. Zijn ongezouten mening was voor mij een reden om voor het eerst van mijn leven vierkant op de VVD te stemmen. Ik vond het klare taal. Meestal is het: hoe ouder hoe rechtser, maar bij Hans werkt dat precies andersom. Vind ik vrolijk.

Een paar VVD’ers hoorde ik zeuren dat het niet kan wat Dijkstal gedaan heeft. Je valt je partijgenoten in het openbaar niet af. Wat een gezeur. Dat houdt zo’n partij toch levend? Beetje lawaai. Gezond potje ruzie. Daar wordt iedereen scherp van. En na een tijdje leg je het bij. Anders wordt het een kwaadaardig gezwel. Twee weken geleden had ik mot met het Brabants Dagblad en in mijn woede had ik de hoofdredacteur tot een hoerenlopende vreemdganger gebombardeerd. Niet smaakvol, maar wel effectief. Inmiddels is de ruzie bijgelegd. Zij zullen me niet meer screenen en ik zal hem niet meer onterecht op kosten van de krant laten lunchen met een snuffelstagière. Excuses over en weer en de zaak is klaar. Ik ga binnenkort met de hoofdredacteur eten. Ik betaal het restaurant en hij het bordeel.

Elkaar af en toe goed de waarheid vertellen kan geen kwaad en in zo’n scheldpartij vallen dan wel eens verkeerde woorden. Nou en? Die woorden zorgen wel voor discussie en gedoe. Ik vond de jodenstervergelijking van Dijkstal weinig smaakvol, maar ik had er ook al een paar keer aan gedacht. En ik was het eigenlijk wel met hem eens. Beetje herrie is toch leuk? Dat houdt ons wakker. Annette Nijs vindt haar minister een muts met weerhaken en zegt dat in iets andere woorden in Nieuwe Revu. Daarna had ze onmiddellijk moeten aftreden. Niet dat getut van: zo heb ik het niet bedoeld. Zo bedoelde ze het wel. Ruzie is lekker. Ruzie lucht op.

Daarom word ik zo droef van het voetbaltrainersvakbondje waarbinnen is afgesproken dat ze geen kritiek op elkaar mogen leveren. Wat een impotent getut. Dus als Adriaanse vindt dat Dickie een hele slechte bondscoach is waarmee je nog niet van de veteranen van Madurodam wint, dan mag hij dat wel aan de coniferen melden, maar niet aan een journalist. Ik vind het altijd leuk als ik van een collega lees dat hij mij een derderangs cabaretier of een verschrikkelijke nitwitcolumnist vindt. Daarna kijk ik met extra aandacht naar de man zijn show of lees ik voor het eerst zijn stukje. Meestal trek ik dan de conclusie dat ik het in zijn geval niet had gezegd. Niet dat ik zo goed ben, maar in zo’n geval word ik vaak overvallen door het gevoel van: laatste kan ik niet meer worden. Maar dat het gezegd of geschreven is, vind ik juist prima. Zo’n mening houdt iedereen toch wakker? Ook mij. Juist mij.

Toen ik vorige week die bejaarde oud-strijders in Normandië zag dacht ik in eerste instantie dat het een trainend Nederlands elftal op het strand van Noordwijk was. En ik was ook niet verbaasd toen ik Advocaat vorige week hoorde zeggen dat hij blij was dat Keizer, Swart en Rensenbrink in de buurt van de telefoon blijven zodat hij ze te allen tijde kan oproepen.

En het is toch prachtig dat een incontinentieluierfabriek en een rollatorfirma na de ultrakorte EK de nieuwe hoofdsponsors van de KNVB worden? Heel Nederland denkt er toch zo over? En waarom mag Co Adriaanse dat dan niet hardop zeggen? Het antwoord van Dickie moet gewoon zijn dat die Cootje zijn bek moet houden. Zoals hij ook Jan Mulder de wind van voren gaf. Heerlijk.

Maar wat blijkt: de HH voetbaltrainers mogen elkaar alleen maar veren in de reet steken. En iedereen weet: te veel veren belemmert een gezonde stoelgang.

Of ik zelf ook kritiek uit op andere komieken? Ik niet. Ik zeg waar ik om lach en als ik er niet om lach dan noem ik het gewoon niet. Jiskefet zit niet te wachten op mijn mening dat ze al een paar jaar niet meer leuk zijn. Waarom niet? Dat weten ze zelf ook wel.