Psst! Je hebt het niet van mij, maar ...

Die oom die tijdens feestjes altijd verse beleggingstips presenteert, komt opeens in een ander daglicht te staan. Hij zal zich toch wel aan de wet houden en niet beschikken over voorwetenschap?

Bij één tipgevende oom zijn de risico's nog te overzien, maar de belegger die veel tipgevers kent kan zich zorgen gaan maken over de legaliteit van die adviezen. In een rapport van de Algemene Rekenkamer over het financiële toezicht in Nederland stonden gisteren opzienbarende cijfers. Volgens deze controleur van de overheid hangt rond 3 tot 4 procent van het handelsvolume een luchtje. Het bekende luchtje van voorwetenschap.

Hoewel, luchtje? Het gaat hier wel om vele miljarden die een kwalijke geur verspreiden. Op de Amsterdamse beurs bedroeg de handelsomzet in aandelen vorig jaar 430 miljard euro. Wie daar de percentages van de Rekenkamer op loslaat komt op 13 tot 17 miljard euro aan aandelen waarbij sprake zou kunnen zijn van handel met voorwetenschap. Opties, een gewild instrument bij insider trading, zijn nog buiten beschouwing gelaten. Deze hoge cijfers zijn volgens de Rekenkamer ontleend aan wetenschappelijk onderzoek.

Datzelfde onderzoek zegt ook dat alleen regelgeving oneerlijke beleggers niet tegenhoudt. Zonder goede handhaving verandert er niets: een constatering waarvoor het bewijs niet alleen in de wetenschap maar ook op straat voorhanden is. En met de handhaving is het niet best gesteld. Marktmisbruik wordt door de AFM alleen reactief bestreden, klaagt de Rekenkamer, want onverwachte acties bij risicogroepen worden niet gehouden. En de Rekenkamer denkt bij risicogroepen aan ,,insiders en beursgenoteerde ondernemingen''.

In 2002 kreeg AFM 68 maal van buiten een melding die betrekking had op mogelijke handel met voorwetenschap. Gemiddeld wekelijks één van de beurs, en nog eens 16 van beleggers. In 21 gevallen kwam AFM zelf een vermoeden op het spoor.

Hoewel misbruik van voorwetenschap een misdrijf is, heeft het handhavingsbeleid niet tot volle gevangenissen geleid. In 2002 deed AFM twaalf maal aangifte bij het openbaar ministerie, een jaar later was dat zes maal. Veel meer aangiftes kon justitie volgens de toezichthouders niet aan. En het aantal boetes was ,,nagenoeg nihil''.

Over de pakkans heeft AFM geen informatie, schrijft de Rekenkamer. Wie de mogelijke omvang van de handel met voorwetenschap combineert met het aantal aangiftes en boetes weet echter genoeg. De kans dat het volgende feestje met die tippende oom in de cel wordt gevierd, is te verwaarlozen.

    • Erik van der Walle