Paardenmeisjes

In den beginne was er de lul. Jarenlang knipte Lidy Jacobs (1959) een ware encyclopedie aan fallussen bij elkaar uit homoseksblaadjes, damesbladen, zelfs autobladen. Het waren wat zij noemde `blinde pikken'. En zij gaf hen ogen en een karakter. Later kregen ze pootjes, kwamen ze los van het papier en kregen ze een naam: Willy's. Uitgevoerd in pluche balanceerden de meterslange roze penissen op skippybalgrote testikels. Ze gaf ze bovendien een verzameling zusjes: de bloemkutjes.

Op de expositie The Hangin' Gang Bang bij Galerie Cokkie Snoei gaat de kunstenaar weer een stapje verder in de richting van het figuratieve. De geslachtsdelen zijn nu anatomisch onderdeel van een vreemd volkje `libidinale wezens'. Deze kruisingen tussen hond, konijn, paard en mens schommelen in tuigjes waarin riante gaten zijn uitgespaard voor zwabberende piemels en uitstulpende schaamlippen. De grootste twee, de struise Brunhilde en de met J-Lo-achterwerk gezegende Jacobien, draaien als wulpse paaldanseressen rond een glimmende staaf.

Jacobs mutanten zijn zinnelijker dan Claes Oldenburgs soft sculptures en explicieter dan de erotische bontbeelden van Fluxus-adept Ferdi. Maar ze roepen dubbelzinnige gevoelens op. De geilheid wordt gesmoord in knuffelberenonschuld. Volledig aaibaar zijn ze echter ook weer niet. Daarvoor zijn de geaderde oren, gerimpelde teentjes en vooral die uiterst gedetailleerde geslachtsdelen te nadrukkelijk aanwezig.

Diezelfde subversieve kwaliteit is ook aanwezig in Jacobs nieuwe collagewerk. Het begrip paardenmeisjes krijgt een vervreemdende draai in een serie pin-ups met paardenkoppen. Sterker nog is het anderhalve meter lange tableau met allerhande seksstandjes. Van deze pornografische polonaise is niet meer te zien dan de uit vleeskleurig papier geknipte contouren. Door de lebberende en vingerende figuren hol en gezichtsloos te maken, reduceert Jacobs hun seks tot louter vorm.

Mede-exposant Ellemieke Schoenmaker (1968) bewandelt de omgekeerde weg van figuratie naar abstractie. Zij begon met het schilderen van landschappen en veel, heel veel meisjes. Gaandeweg ging ze experimenteren met plastics, soorten verf en stoffen, en raakten de onderwerpen steeds meer ondergeschikt aan kleur en patroon. In de vier werken die ze presenteert onder de titel Colour don't leave me alone zijn nog wel lichaamsdelen te herkennen: een hoofd en hand hier, een bil in bikinislipje daar. Maar overheersend zijn de vlakjes, stippen, strepen en ongecontroleerde vlekken. De kleuren knallen soms aanstekelijk en een groot werk als Underground Location heeft een bepaalde meditatieve kwaliteit. Maar al te vaak blijven de schilderijen steken in het decoratieve.

Lidy Jacobs en Ellemieke Schoenmaker. T/m 27 juni in Galerie Cokkie Snoei, Mauritsweg 55, Rotterdam. Do t/m zo 13-18u.