Nog één coup plegen

Veertig jaar geleden, toen de Londense theatercultuur een frisse kleur op de wangen had door het werk van een flink aantal vrijpostige jongeren, was John Arden een van de prominenten. Al liepen zijn stukken niet lang, hij werd belangrijk gevonden zowel in zijn dramatische vormgeving als in zijn maatschappijvisie. Misschien zou hij op den duur als de prominentste van allen gelden, werd wel eens geopperd. Zijn dialogen klonken vaak stroef, ontoeschietelijk – dat moest nog wennen.

Tien jaar later, in de jaren zeventig, was hij zowat van het Londense toneel verdwenen. Dit kwam doordat hij steile voorspelbare links-politieke stukken was gaan schrijven, onder de invloed, zei men, van zijn nieuwe levensgezellin Margaretta D'Arcy. Hij was in Ierland gaan wonen, en daar werd nog wel eens een nieuw stuk van hem opgevoerd. De tijden van Live Like Pigs, Sergeant Musgrave's Dance en Armstrong's Last Goodnight waren voorbij. In de jaren tachtig schreef hij romans en verhalen die een bescheiden mate van belangstelling kregen. Zijn geluid komt tegenwoordig uit de verte; het raakt makkelijk overstemd.

Vergeten is hij niet, en het kan de moeite waard zijn om te lezen wat hij nog te bieden heeft, in zo'n voorbeeldig uitgegeven boek als The Stealing Steps, met zijn verhalen van de laatste acht jaar. De titel stamt uit Hamlet, wanneer de doodgraver zegt dat `Age with his stealing steps / Hath claw'd me in his clutch.' De stiekeme stappen hebben ook Arden bereikt, die nu vijfenzeventig is. Wat is er over van het jonge meesterschap van vroeger?

Het antwoord moet luiden dat er nog vrij wat over is, nog steeds stroef geschreven en minder netjes op orde dan je zou wensen. Het eerste verhaal `Barbara' maakt meteen duidelijk dat het hier niet om ontspanningslectuur gaat. Het vertelt van een veertiende-eeuwse volkszanger in York die vervuld is van de herinnering aan een jeugdvriendin en gaat rondzwalken in Scarborough waar hij haar af en toe meent te zien hoewel zij eigenlijk al jaren dood is, zoals blijkt uit het nawoord van een priester. Wat er in die dertig pagina's gebeurt is niet zomaar te onthouden; wèl blijft er een herinnering – als aan een droom uit de Middeleeuwen waarvan de details verloren zijn.

Wie hier Arden weer heeft leren kennen als een ongemakkelijke man in de literaire omgang zal met het vervolg wel overweg kunnen. Sommige verhalen zijn pure verzinsels net als dat over Barbara. Andere benutten ervaringen en kennis van zaken van de auteur, en dat werkt goed: de gebeurtenissen zijn dan helderder zichtbaar. Zo gaat het in `Secret Chats', over een mooi Iers meisje dat een Londense toneelcarrière wil maken en haar kans krijgt in `The White Devil', een bloedig werk van Shakespeares jongere tijdgenoot John Webster. Hoe het bij de repetities toegaat kan Arden zich best voorstellen.

Het ervaringselement is ook aanwezig in drie verhalen onder de verzameltitel `Perplexities of an old-fashioned Englishman'. Die Engelsman is een verzwakte gedaante van de auteur zelf: een journalist in Galway die kleine stukjes levert aan Britse bladen. Hij krijgt bijna de kans op een grote scoop wanneer hij van een oude Ier aan de bar een verhaal hoort over een noodlanding van een toeristenvliegtuigje op een geheim eiland in de Indische Oceaan waar wapens getest worden; heel spannend, maar minder geloofwaardig dan de tocht in een ander verhaal van de westkust naar Dublin wanneer alle transportmiddelen het laten afweten.

In een nawoord onthult Arden iets van de oorsprong en achtergrond van zijn verhalen; haalt met kracht uit tegen George W.Bush; en deelt mee dat hij niet meer rookt en zich voelt of hij een oude vriend verloren heeft, `Henry V expelling Falstaff, oh it's sad.' De jonge meester heeft zich tot een oude meester ontwikkeld, zou je kunnen stellen. Het is beter te zeggen dat Arden nog eens duidelijk een eigen geluid laat horen: vindingrijk, verstrooid en krachtig. Dat is ook niet niets.

John Arden: The Stealing Steps. Methuen, 319 blz. €32,85