`Mijn boek is als een spiegelwand'

Het is voor de Amerikaanse schrijfster Siri Hustvedt maar een kleine stap van de geldautomaat naar een filosofische bespiegeling. Haar nieuwe roman is een familiedrama én een schets van de New-Yorkse kunstwereld: ,,Dit boek moest kloppen met de Zeitgeist.''

In de lobby van het Amsterdamse hotel staat een echtpaar. Hij is donker en gezet, zij lang en slank als een ballerina. Hij heet Paul Auster, schrijver, zij heet Siri Hustvedt, schrijfster. Auster is wereldberoemd, Hustvedt nog niet. Dat zou echter kunnen veranderen. Haar derde roman, What I Loved (2002) heeft een soepele stijl en emotionele lading. Het boek biedt het beste van twee werelden: een aangrijpend familiedrama – verdeeld over twee families – gecombineerd met diepere gedachten over de betekenis van liefde, kunst en leven. Hustvedt verwerkte ideeën over linguïstiek en `culturele' ziektes als hysterie en anorexia in een verhaal dat speelt in hedendaags New York. Dat gebeurt doorgaans op een virtuoze manier. Zo kan een alledaagse handeling als geld trekken uit een machine, waarop de tekst `May I help you' staat, uitlopen op een filosofische bespiegeling over het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden door automaten.

Siri Hustvedt (1955) is van Noorse afkomst en groeide op in een dorpje in Minnesota. In de jaren zeventig kwam ze naar New York, waar ook haar debuut The Blindfold (1992) zich afspeelde. Ze praat snel en gedecideerd. Het blonde haar zit rommelig opgestoken, haar ogen zijn zo blauw als een zwembad.

What I Loved (besproken in Boeken, 11.04.03) verscheen zo'n anderhalf jaar geleden en inmiddels is Hustvedt bezig aan een nieuwe roman, maar de vijf hoofdrolspelers zijn haar nog altijd dierbaar: kunstschilder Bill, kunsthistoricus Leo en hun vrouwen, de dichteres Lucille, wetenschapster Violet en linguïste Erica. De roman beschrijft de ontwikkeling van de relaties tussen de echtparen, en later hun kinderen: van kennismaking tot vriendschap, symbiotische vergroeiing en de onvermijdelijke desintegratie.

Dat proces beslaat vijfentwintig jaar. What I Loved begint in 1975, en eindigt in 2000. Anders dan in Hustvedts debuut, The Blindfold, zijn de gebeurtenissen in What I Loved gesitueerd in een duidelijk herkenbaar New York, compleet met feitelijk kloppende mode, muziek en kunstenaars.

Dit boek moest kloppen met de Zeitgeist, vond Hustvedt (1955) tijdens het schrijven. ,,Ik kon putten uit eigen kennis en ervaring. Al moest ik er drie jaar bijsmokkelen. Ik kwam zelf in 1978 in New York wonen, en net als Leo, Bill en de anderen woonde ik een tijdje in Soho. Ik heb de ontwikkeling van de kunstwereld, die klein en geïsoleerd is, van dichtbij kunnen volgen.''

Vegetarisch

Het verhaal What I Loved wordt terugkijkend verteld door de oude, bijna blinde Leo. Hustvedt beschrijft veel gesprekken van Leo met schilder Bill, die heen en weer schieten tussen het banale en het verhevene: van vegetarische gerechten en kunst tot hysterische aandoeningen en sokken. Sommige motieven uit The Blindfold keren hier terug: de belangstelling voor persoonlijke objecten (een zakmes, kam), die een `verhaal' kunnen vertellen, en de hang naar travestie. Dat die thema's steeds terugkeren, is voor Hustvedt zelf `onverklaarbaar': ,,Dan denk ik `Oh my gosh, daar ga ik weer!'. Tja, het blijken nu eenmaal dierbare motieven in mijn werk te zijn'', zegt ze, alsof ze het over iemand anders heeft.

Haar boek valt uiteen in twee episoden. In de eerste worden de gezinnen opgebouwd: de twee echtparen krijgen allebei een zoon. Het tweede deel begint met de dood van Matt, de elfjarige zoon van Leo en Erica. Als indirect gevolg hiervan gaan Leo en Erica uit elkaar, en raakt Mark, de zoon van Bill en Violet, enkele jaren later verzeild in de wereld van raves en drugs.

De toedracht van Matts dood heeft Hustvedt staccato, in meedogenloos puntige zinnetjes opgeschreven. Hustvedt zegt dat ze deze scène als een losstaand gedeelte schreef. ,,Het was alsof ik in trance was. Ik schreef en schreef. En daarna heb ik het jaren laten liggen. Het hele boek heb ik zo'n vier keer opnieuw geschreven, maar deze episode heb ik pas bij de laatste keer weer onder handen genomen.'' Is ze niet bang om met dit soort passages het lot te tarten? ,,Nee, zo'n overweging valt voor mij onder bijgeloof, en dat past niet in mijn wereldbeeld. Ik denk nu eenmaal niet dat het schrijven van fictie de werkelijkheid kan beïnvloeden. Bovendien, dat is juist de betekenis van schrijven voor mij: het opzoeken van angstaanjagende situaties. Want ik ken die angst. Toen ik moeder werd van mijn dochter en steeds dacht: `Wat als ik haar laat vallen en ze gaat dood', dat is een bekende angst.''

Terwijl het eerste gedeelte van het boek vooral gaat over de relaties tussen de mensen onderling, doet in deel twee de invloed van de populaire cultuur zich gelden. Het zijn de jaren negentig en ook New York staat in het teken van house en drugs. Mark, de zoon van schilder Bill, laat zich meeslepen in de house-scene. Hij liegt, steelt en gebruikt drugs. Uiteindelijk raakt hij verstrikt in een moorddrama. De moordenaar heet hier Terry Giles, een kunstenaar die bekend wordt met portretten van verminkte vrouwen. De geschiedenis van Giles doet denken aan die van Michael Alig, een in het New-Yorkse nachtleven bekende `clubkid', die met zijn extravagante uitdossingen en uitzinnige party's het nachtleven opluisterde. In 1997 werd Alig opgepakt wegens het vermoorden en in stukken snijden van zijn dealer, genaamd Angel. Nauwelijks verhuld spelen deze figuren een rol in Hustvedts roman, maar de vraag hoe zij met deze gebeurtenissen in aanraking kwam, beantwoordt ze plotseling stuurs met: ,,Ik praat niet over persoonlijke dingen''.

In de zes jaar dat Hustvedt schreef aan What I Loved, raakte ze er van overtuigd dat ieder motief in het boek verband moest houden met een ander. Daarom werden zo'n 150 pagina's uiteindelijk geschrapt. ,,Het boek is als een spiegelwand. Alles wordt verdubbeld, vermeerderd. Zoals de twee gezinnen, de twee zoons. Wat daarbuiten viel, moest uiteindelijk sneuvelen.''

Doem

Omdat Bill een schilder is kon Hustvedt, die ook over kunst publiceert, veel schilderwerken in het boek opnemen. De schilderijen worden behandeld als personages op zichzelf. Zorgvuldig ontleedt Hustvedt hun beeld en betekenis. Want, zegt ze, ,,de schilderijen vertellen je een verhaal dat de wat minder verbale Bill Wechsler niet verwoorden kan. Zijn vrouwelijke kant bijvoorbeeld die spreekt uit een portret van een vrouw, met als titel `Zelfportret'. Natuurlijk, ik had ze niet alleen bedacht om een betekenis mee over te brengen. Als ik een recensie over Bills werk zou moeten schrijven, dan zou het zeker een positieve zijn.'' Volgens Hustvedt kondigen Bills schilderijen ook gebeurtenissen aan die later volgen. ,,Bill voorvoelt de doem over de twee jongens. Hij kan het niet zeggen maar hij drukt het uit op zijn unheimliche doeken. Zo gaat het vaak met kunstenaars; ze beschrijven of schilderen dingen die later werkelijk gebeuren. Dat is voor mij dan ook de betekenis van kunst: een plek waar iemands innerlijk samenvalt met de cultuur.''

Siri Hustvedt: Wat me lief was, vertaald door Heleen ten Holt. Cargo, 476 blz. €23,90

    • Hester Carvalho