Liefde kan alleen bij strijd gedijen

`Bang en hongerig' heet het eerste hoofdstuk van het autobiografische werk De zoon van een dienstbode (1886) door de Zweedse schrijver August Strindberg (1849-1912). Het boek heeft als ondertitel `De ontwikkeling van een ziel' en beschrijft de eerste drieëntwintig jaar van Strindbergs leven. Met aanduiding `bang en hongerig' heeft de schrijver, die uitmunt in zelfanalyse, zichzelf scherp gezien. Hij beschrijft de jongen die hij was als een kind dat heen en weer geslingerd werd tussen nieuwsgierigheid en in de greep gehouden door nauwelijks te benoemen angst.

Met felle bewoordingen in het hoofdstuk `De dressuur begint' schetst de auteur hoe hij zich als kind moest onderwerpen aan de tirannie van zijn vader. De kleine jongen heeft niets misdaan, maar zijn hardvochtige vader krijgt hem zover dat hij nooit begane zonden opbiecht. De vader zegt kortweg dat de jongen een appel heeft gestolen, en al deed hij het niet, hij moet bekennen. Het woord `dressuur' is goed gekozen; het betekent niet alleen een harde opvoedingspraktijk. Ook ligt hierin de kiem besloten van het schrijven voor toneel. De jonge August leerde van vroeg af omgaan met rollenspel.

Strindberg begon aan zijn levensbeschrijving in 1886, hij was toen bijna veertig en de even gevierde als omstreden schepper van een van de indringendste oeuvres uit de wereldliteratuur. In 1879 publiceerde hij de eerste Zweedse moderne roman, het maatschappijkritische werk De rode kamer. Opstandigheid tegen de gevestigde orde is altijd een van zijn drijfveren geweest. Hij heeft zich geuit in elk denkbaar literair genre. Het toneelstuk Freule Julie (1888) bezorgde hem wereldwijde bekendheid. Strindberg voert hierin een vrouw uit de hogere kringen op die verliefd wordt op een knecht. In die tijd een gewaagd onderwerp, want het standsverschil was nog volop van kracht.

De zoon van een dienstbode geeft een goed inzicht in Strindbergs biografie. Eerst de kleine, bange jongen; daarna de ambitieuze schrijver die in de Zweedse hoofdstad Stockholm rücksichtlos streeft naar roem en erkenning. Hij raakt verslaafd aan het toneel en wordt verliefd op een jonge actrice, Harriet Bosse. In deze jaren ontstaat de vrouwenbeweging, waartegen Strindberg zich verzet, mede door zijn eigen huwelijksproblemen. Zijn eerste huwelijk met Siri von Essen was stukgelopen. Hoewel Strindberg zijn echtgenotes zeker hun vrijheid gunde, was het hem onverdraaglijk dat zij `aloude moedertaken' als zorg voor de kinderen verwaarloosden.

Strindberg schreef in de ochtend, wanneer hij `door de brandende gloed van zijn bed was gewekt en eruit gegooid'. Op geel, ongesneden papier en met violet-zwarte inkt ging hij aan het werk, rokend en zwarte koffie drinkend. Hij schreef in vliegende vaart, als in een roes. Tegen twaalf uur was hij leeg en uitgeput.

Strindberg leefde in strijd. Met zichzelf, met de wereld om zich heen en met vrouwen, vooral binnen de huwelijkse staat. Aan een van zijn twee echtgenotes schreef hij: `Als mens ben je niet mijn meerdere, maar als vrouw ben je dat wel, want er bestaan gelukkig twee seksen die goddank veel van elkaar verschillen.' De Strindberg van de geëmotioneerde verhalenbundel Huwelijksverhalen (1884) kondigt zich aan. Hij was niet uit op harmonie, op een verhouding die berust op wederzijds begrip; hij zocht op intrigerende wijze de ongelijkheid op. Alsof liefde alleen bij spanning en strijd kan gedijen. Strindberg was de man van hunkering naar eenheid maar hij creëerde, misschien ongewild, tweestrijd.

De laat negentiende-eeuwse maatschappij die hij beschrijft berust op rangen en klassen. Hijzelf is een telg van de lagere, arme klasse, een plaats in de samenleving die hij altijd heeft gehaat en waaronder hij zijn leven lang gebukt ging. Op gevaar af te psychologiseren kun je Strindbergs drang tot rechtvaardigheid en zijn sterk ontwikkeld klassenbewustzijn terugvoeren op deze obsessie slechts de zoon van een dienstmeid te zijn. Het beeld dat hij oproept is allesbehalve zelfverheerlijkend, eerder ontmaskerend. August als kleine jongen en vroegrijpe volwassene was een lastig, betweterig kind. Zo schrijft hij over zichzelf als achttienjarige: `Niet minder pijnlijk was het zich aan te moeten passen aan het bevattingsvermogen van de kinderen; neer te moeten dalen tot het niveau van jongeren die veel minder in hun mars hadden, de hamer zo ver naar beneden schroeven dat hij het aambeeld raakte en de machine beschadigd werd.'

In zijn schrijfstijl was Strindberg beïnvloed door Franse naturalisten alsBalzac en Zola. Hij schrijft prachtig helder proza, strak getoonzet en zonder sentiment. De latere toneelschrijver schuilt vroeg in hem, op de manier bijvoorbeeld waarop hij van elke gebeurtenis meteen een drama weet te maken. Waar Strindberg een voet over de drempel zet, zou je oneerbiedig kunnen zeggen, zaait hij meteen tweedracht. Voor een toneelschrijver is dat natuurlijk een goede eigenschap. Als mens maakt het hem niet altijd even aangenaam.

Tegelijk met deze nieuwe uitgave van De zoon van een dienstbode (de eerste druk kwam uit in de reeks Privé-domein van De Arbeiderspers) verschijnt Strindbergs Huwelijksverhalen, ook vertaald door Rita Törnqvist-Verschuur. In dit boek vergelijkt hij het huwelijk met een gelegitimeerde vorm van prostitutie, een zienswijze die Strindberg de twijfelachtige eer bezorgde `vrouwenhater' te zijn. Hij schrijft: `Het is een uitvinding van de vrouw zich voor haar gunsten te laten betalen. In de prostitutie krijgt ze per keer betaald, in het huwelijk werkt ze op stukloon. Dat komt op hetzelfde neer.'

Man en vrouw leven in Strindbergs romans en toneelstukken altijd in durende onmin met elkaar, juist omdat ze ongelijk zijn en dat voor Strindberg ook moeten zijn. Hij had een hekel aan zijn Noorse collega Henrik Ibsen en diens pleidooi voor gelijkschakeling van de vrouw aan de man. Hij noemde vrouwen die gingen werken, en daardoor kinderen en huishouden lieten verslonzen, `Nora-vrouwen' naar Ibsens gelijknamige heldin.

Er is veel af te dingen op Strindbergs woede tegen de geëmancipeerde vrouw, maar het blijft interessant zijn visie in de historische context van de vrouwenbeweging te zien. De voors en tegens van de emancipatie, die rond 1850 in Zweden begon, komen scherp in beeld. De reden van het verzet vindt zijn oorsprong in de angst van de gehuwde man zijn vrouw te verliezen. Het door en door ironische verhaal `Een poppenhuis' (1879) gaat over een echtpaar dat al lange tijd getrouwd is, maar dat nog steeds verliefd is als een verloofd stelletje. Dan gaat de vrouw het toneelstuk van Ibsen lezen en meent zichzelf te herkennen in Nora, die door haar echtgenoot als `een pop' behandeld wordt. De liefde gaat kapot. Deze pijn van de voorbije liefde weet Strindberg prachtig te verwoorden, eerder met ironie en venijn dan sentimenteel. Zijn leven lang is Strindberg gebleven wat hij over zichzelf schreef als kleine jongen. Hongerig, naar liefde en ook erkenning; bang om dit alles te verliezen.

August Strindberg: De zoon van een dienstbode. Vertaald uit het Zweeds door Rita Törnqvist-Verschuur. Atlas, 415 blz. €24,90

August Strindberg: Huwelijksverhalen. Vertaald uit het Zweeds door Rita Törnqvist-Verschuur. Aspekt, 191 blz. €17,50