Kijk hoe het ego ten onder gaat

Jackson Pollock was een watje vergeleken bij Jack Rathbone, de hoofdpersoon van Patrick McGraths nieuwe roman Port Mungo. Van jongs af aan toont deze Jack zowel een enorme potentie als een enorm talent. Vrouwen verslindt hij, het schildersdoek valt hij min of meer aan. Een beetje minder kan niet. Daarvoor is zijn scheppingsdrang te wild, te ontembaar, te primitief.

Dat vindt althans Jacks zuster, die niet Jill heet, maar Gin, en die met hem is opgegroeid. De twee kinderen worden geboren in een aristocratisch Brits gezin. Hun moeder sterft vroeg, hun vader en oudere broer kijken niet naar ze om. Jack en Gin groeien symbiotisch op. Of hun verhouding daarbij platonisch blijft, komen we niet te weten, maar gezien de rest van Port Mungo lijkt dat niet erg waarschijnlijk.

Op zijn zeventiende moet Gin Jack afstaan aan een andere vrouw, Vera Savage, een oudere schilderes met wie hij de rest van zijn leven een stormachtige relatie zal onderhouden. Om tussen alle drank, overspel en seks nog aan werken toe te komen, dwingt Jack Vera tot een verhuizing naar Port Mungo, een stadje aan de golf van Honduras. Het spreekt vanzelf dat de twee in die klamme omgeving vol rum en mangrovebossen alleen maar dieper wegzinken in het moeras van hun driftlevens. Een en ander heeft fatale gevolgen voor hun twee dochters, Peg en Anna. De oudste, Peg, groeit ook al op tot wild, ontembaar wezen. Tijdens afwezigheid van Vera – Gin vraagt zich bezorgd af hoe Jack nu zijn seksuele behoeftes bevredigt – vadert de grote schilder op geheel eigen wijze. Als Peg een snee in haar voet heeft, desinfecteert hij die door er op te urineren. Gin kijkt geschokt toe. Wat een beest!

Het is Gin die ons deze geschiedenis uit de doeken doet, walgend van de onbesuisdheid van haar broer, maar ook nogal geboeid door zijn seksuele machtsvertoon – ze bewaart nog altijd de herinnering aan de glimp die ze van zijn penis opving toen hij hun gouvernante verleidde. Een hele onbetrouwbare verteller, deze Gin, laat McGrath je vanaf de eerste bladzijde duidelijk merken. Wat heet, Gin wordt neergezet als een stereotiepe, geremde tut die haar broer en zijn Talent door dik en dun blijft aanbidden. Ze stort het ene bedrag na het andere op zijn rekening, vangt hem op als hij na de mysterieuze dood van Peg – ze is verdronken in het mangrovebos – in zak en as terugkeert naar New York, en rust niet voordat ze hem in huis heeft genomen. Ze neemt hem, zijn Kunst en zichzelf bij dit alles schrikbarend serieus. `Oh, the ponderous nobility of his artistic endeavour!'

Helaas is Gin niet de enige onbetrouwbare verteller in dit boek. Patrick McGrath, die eer inlegde met ingenieuze, moderne `gothic novels' als Martha Peake en Asylum, stelt in Port Mungo teleur. Zijn poging je in spanning te houden over de ware aard van Jacks karakter is vergeefs; vanaf de eerste bladzijde is duidelijk dat Jacks ego vele malen groter en verwoestender is dan zijn talent. En McGrath slaagt er ook niet in je hiervan de tragiek te laten voelen. Integendeel, hij wekt de indruk dat hij mèt Gin onder de indruk is van heftige Jack, en daarmee verliest de roman aan geloofwaardigheid.

In plaats van in te gaan op de drijfveren van Gin, ondanks het cliché van haar onderdanigheid toch het meest complexe personage, blijft McGrath Jacks oeverloze ups en downs noteren. Te sporadisch ontstijgt hij Gins zwaarwichtige uitweidingen over dit ongetemd kunstenaarschap. Ook al dat broeierige ge-Hemingway in Port Mungo lijkt McGrath anno 2004 te beschouwen als volstrekt nieuw en van een ongehoorde diepgang, net zoals Gin dat doet. Helaas levert de combinatie gothic novel/Hemingway een overdosis broeierigheid die vooral op de lachspieren werkt. Als een seksuele tijgerin van een schilderes, vanzelfsprekend met lang rood haar, Vera Savage heet, zoek je naar ironie, maar in Port Mungo vind je die nauwelijks.

Daarbij wreekt zich nog de geforceerde constructie van het boek. Gin fungeert als vertelster van het leven van haar broer, dat zich grotendeels buiten haar waarneming heeft afgespeeld. Niettemin doet tut Gin zonder gêne verslag van wat er in de slaapkamer tussen Jack en Vera gebeurt. Natuurlijk kan zij dat niet weten, en dus moet er altijd een opzichtige bronvermelding bij. Jack `heeft het haar verteld', of `zij stelt het zich voor', staat er dan onbeholpen.

Tegen de tijd dat ook Gin ontdekt dat Jack niet de kunstenaar-god is waar zij hem voor houdt, maar een egomaan alcoholistisch halftalent dat zijn dochter heeft misbruikt, heeft de lezer afgehaakt. Gin en McGrath vergissen zich. In plaats van een verhaal over de oerkrachten van talent en de afgronden van de kunstenaarsziel is Port Mungo een would-be boek over een would-be schilder. Als een ware Jack Rathbone verliest McGrath zich in zijn eigen schepping.

Patrick McGrath: Port Mungo. Bloomsbury, 234 blz. €18,15. De vertaling door Liesbeth Teixeira de Mattos is verschenen bij De Bezige Bij (255 blz. €19,90)