Kiezers komen als er wat te kiezen valt (Gerectificeerd)

De grote partijen verloren, de kleine wonnen: een klassiek patroon bij minder belangrijke verkiezingen. Maar het CDA won in Limburg, dankzij local son Camiel Eurlings.

Ruim 39 procent van de stemgerechtigden nam gisteren de moeite de gang naar het stembureau te maken. Dat is eenderde meer dan vijf jaar geleden, maar overigens de op 1994 en 1998 na laagste opkomst ooit bij verkiezingen in Nederland.

Dat meer mensen gingen stemmen dan vijf jaar geleden is wel verklaarbaar, vindt Cees van der Eijk, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en specialist op het gebied van kiezersgedrag. Hij ziet daarvoor vier oorzaken. In de eerste plaats was er in 1999 erg weinig aandacht in de media voor de verkiezingen: de oorlog in Kosovo eiste veel krantenpagina's en zendtijd op. Nu gingen de media in de aanloop naar de verkiezingen veel uitvoeriger in op het Europees Parlement.

In de tweede plaats is het politieke speelveld breder geworden. In 1999 was Paars op zijn hoogtepunt en waren zelfs de verschillen tussen traditionele tegenstanders PvdA en VVD nauwelijks zichtbaar. Dat is sinds 2000 aanzienlijk veranderd. ,,De depolitisering is afgenomen. Je ziet dan ook een hogere opkomst, zowel bij de Kamerverkiezingen van 2002 en 2003, als bij deze Europese verkiezingen.' Ook met betrekking tot Europa zijn de verschillen tussen de partijen zichbaarder geworden, met name de mate van euroscepsis. Er valt op dit punt meer te kiezen, en als er meer te kiezen is, gaan ook meer mensen stemmen.

Ten slotte – maar dat is moeilijker hard te maken – vermoedt Van der Eijk dat ook een zekere gêne over de lage opkomst van 1999 een rol heeft gespeeld. De grootste opkomstwinst ten opzichte van vijf jaar geleden zit in Noord-Holland, waar in vele gemeenten de opkomst tien tot vijftien procentpunt steeg.

Omdat het nu eenmaal verkiezingen voor het Europees Parlement zijn, ligt een vergelijking met die in 1999 voor de hand. Toch vindt Van der Eijk het zeker zo zinvol om de uitslagen van de Kamerverkiezingen van vorig jaar ernaast te leggen. ,,Een vergelijking met 1999 miskent de veranderingen in het politieke landschap die sindsdien hebben plaatsgevonden: de teloorgang van Paars, 11 september, de opkomst van de LPF.'

Wel vergt zo'n vergelijking van ongelijksoortige verkiezingen dat het specifieke karakter ervan wordt meegewogen. Europese verkiezingen zijn een uitgesproken voorbeeld van wat politicologen `tweederangs verkiezingen' noemen: er staat geen belangrijke machtsvraag op het spel. Dat betekent dat mensen zich vrijer voelen om `met hun hart' te stemmen. Daarom doen kleine partijen het altijd beter bij zulke verkiezingen.

Dit blijkt ook nu het geval: alle drie de grote partijen scoren slechter dan bij de Kamerverkiezingen. Dat was dus te verwachten door de aard van de verkiezingen en hoeft niet te duiden op verminderde steun indien er Kamerverkiezingen zouden zijn. De kleine partijen hebben ook allemaal gewonnen, behalve de LPF. ,,Het lijkt alsof de neergang van deze partij structureel is', taxeert Van der Eijk.

De vraag die gisteravond de televisiedebatten beheerste was of deze uitslag iets zegt over de steun voor het kabinet-Balkenende. Vooral de linkse partijen riepen het beeld op dat alle drie de coalitiepartijen hebben verloren, dús dat de kiezers ontevreden zijn over het kabinetsbeleid. Maar dat is wat kort door de bocht. PvdA, GroenLinks en SP behaalden samen 38 procent van de stemmen, bij de Kamerverkiezingen vorig jaar was dat 38,7. Voor oppositioneel victoriegekraai is weinig aanleiding.

CDA, VVD, LPF en de kleine christelijke partijen hebben wel verloren. Samen gingen ze van 55,9 procent bij de Kamerverkiezingen naar 46 procent nu. Van der Eijk vermoedt dat dit verlies voor een aanzienlijk deel naar Van Buitenen is gegaan. Ook Van Aartsen deed gisteravond die suggestie: de euroscepsis die bij de VVD onderdak vond, had in Van Buitenen een aantrekkelijk alternatief.

De aanhang van Van Buitenen is zeer ongelijk over het land verdeeld. Vooral in West-Brabant scoort hij hoog: in vele gemeenten ruim boven de tien procent. Het zal zeker een rol spelen dat hij daarvandaan komt, maar West-Brabant is bovendien een traditionele bron van proteststemmen. Centrumdemocraten, LPF, allemaal scoorden ze hoog in die regio. In het noorden daarentegen waren de resultaten van Europa Transparant relatief bescheiden. In Harlingen kreeg hij zelfs geen enkele stem.

In Brabant lijkt vooral het CDA te lijden onder Van Buitenens triomf. Het contrast met Limburg is opmerkelijk: ten opzichte van de Kamerverkiezingen won de partij in geheel Limburg (op Mook en Middelaar na, in de top van Noord-Limburg), maar in slechts een handvol gemeenten daarbuiten. Het Camiel-Eurlingseffect is onmiskenbaar, en wellicht heeft ook Ria Oomen voor extra Limburgse stemmen gezorgd.

Opmerkelijk is ook dat het CDA hoog scoort in vergelijking tot de peilingen van de afgelopen maanden. Van der Eijk wijt dit vooral aan een structurele fout in de peilingen: ,,Degenen die de vraag `waarop zou u stemmen als er vandaag verkiezingen waren voor de Tweede Kamer' beantwoorden met `weet niet' worden niet meegeteld. Daardoor worden hun stemmen in feite ponds-ponds verdeeld over alle partijen. Maar niet alle partijen hebben een even grote kans op die stemmen. Als een partij minder populair wordt, verliest hij als eerste zijn `zachte aanhang'. Die kan twee dingen doen in een peiling: overlopen, of `weet niet' zeggen. Kennelijk zag die zachte aanhang van het CDA bij deze verkiezingen onvoldoende alternatief, zodat een aanzienlijk deel de partij is trouw gebleven. Maar het CDA moet bij elke verkiezing vechten voor die vijf procent van het electoraat.'

De PvdA is het slachtoffer van Camiel Eurlings geworden: de partij verloor aanzienlijk in Limburg. Ook in een aantal grote steden kregen de sociaal-democraten klappen: Amsterdam min 10 procentpunt, Utrecht min 7,4, Arnhem min 6,9. De winst voor de PvdA lag vrijwel geheel op het platteland van Noord- en Zuid-Holland.

Rectificatie

Harlingen

In het artikel Kiezers komen als er wat te kiezen valt (10 juni, pagina 6) staat dat Paul van Buitenen van Europa Transparant in Harlingen geen enkele stem kreeg bij de Europese verkiezingen. Ook in de illustraties bij het artikel neemt Harlingen een uitzonderingspositie in. Een en ander is het gevolg van verkeerd doorgegeven uitslagen. De uitslag voor Harlingen luidt: PvdA 1.503 stemmen, CDA 911, VVD 406, Europa Transparant 308, GroenLinks 283, SP 253, ChristenUnie-SGP 197, D66 117, overig 427.