Hard werken was een zegen des Heren

Hij was de zoon van een dominee en wilde zelf ook dominee worden. Gelukkig ging dat niet door. Cas Oorthuys (1908-1975) werd fotograaf, en wel een van de grootsten van Nederland. Zijn werk is vaak in boekvorm verschenen en nu is er opnieuw een boek, Amsterdam, met flink wat niet eerder gepubliceerde opnamen. Het is volgens de samenstellers Flip Bool (hoofd collecties van het Nederlands fotomuseum in Rotterdam) en Henk Raaff (journalist, filmer) een biografie in beelden. Als rode draad in de zwart-wit momenten hebben zij de band met en de liefde voor Amsterdam gehanteerd, die Oorthuys zijn leven lang heeft gekoesterd.

In feite beslaat het boek ruim twee minuten die in fotoseconden verstreken tussen de jaren dertig en zestig: zo'n 140 opnamen, van de vooroorlogse crisis toen Oorthuys, werkloos als bouwkundig tekenaar te arm was om te stoken, tot en met de stilte voor de '68-revolte, waarvan elk spoor op de schilderachtige grachtenportretten ontbreekt. Daartussen liggen Oorthuys' bekering tot het communisme, zijn verzetsjaren, de bevrijding en Herrijzend Nederland dat hij in architectonisch, industrieel maar ook in menselijk opzicht indrukwekkend heeft vastgelegd.

Oorthuys was een praktisch man, evenwichtig en `geen zeikerd', aldus collega-fotograaf en stadgenoot Willem Diepraam in de lezenswaardige inleiding. Dat moet helemaal waar zijn en de foto's zijn er het bewijs van: helder, evenwichtig en gespeend van mooimakerij, al moest Oorthuys zich naar eigen zeggen steeds weer tegen de verleiding van esthetisering te weer stellen. De anekdotiek van straat- en buurtleven, waar men in de nu lopende fotoboekenserie Holland zonder Haast zijn hart aan kan ophalen, was aan hem niet besteed. Hij keek er met zijn camera overheen, alsof de bouwkundige in hem de grote lijnen, brede invalshoeken, lucht, ruimte en proportie nooit uit het oog mocht verliezen.

In zijn inleiding herinnert Raaff aan het vrijgevochten en artistieke familieleven in Oorthuys' ouderlijk huis, aan diens `revolutionaire' visie als `arbeidersfotograaf' opererend onder de code `arfot 2' (arbeider/fotograaf), zijn verzetswerk en zijn betrokkenheid bij De Ondergedoken Camera, de groep van zo'n dertig fotografen die na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, honger en andere ellende documenteerden. Oorthuys fotografeerde in die context de zes lichamen van hongerslachtoffers die bij gebrek aan kisten op de koude vloer van de Zuiderkerk op hun teraardebestelling moeten wachten, en een bij een bominslag zwaargewonde vrouw, die alleen met een frontale blik in de lens gefotografeerd wilde worden.

Maar al snel volgen in het boek bevrijdings- en herdenkingsbeelden en vooral momenten van `schouders eronder, we gaan er weer tegenaan', zoals in de haven en op het Waterlooplein. Of het nu de nieuwe kinderspeelplaatsen en klimrekken van Aldo van Eyck waren, de bouw van de Bijlmer, de RAI, de net betrokken tuinsteden of glanzende graansilo's, steeds is er die tintelende atmosfeer van onstuitbare vooruitgang en zonovergoten toekomstsperspectieven. Daarvoor stonden vooral de zakelijke architectuur en grote infrastructurele projecten model, en die heeft Oorthuys met zoveel ingehouden passie vastgelegd dat zijn opnamen lijken te zijn losgezongen van tijd en plaats. Amsterdams bouwkundige sprong voorwaarts moest als het ware keer op keer in één monumentaal beeld gevangen worden. Intussen portretteerde hij ook zijn communistische groenteboer en de mannen in de haven die het èchte werk deden. Kijk naar hun gezichten – van allen is een last afgevallen, het was een zegen des Heren om weer hard te mogen werken. Van het latere, grimmige vakbondsverzet of ander massaal vertoon van `wij eisen dit en dat'-acties distantieerde Oorthuys zich liever, die vond hij maar `griezelig'. Overigens heeft hij de strijd tegen de esthetisering van zijn werk ook wel eens verloren. En ook daar boffen zijn kijkers mee.

Flip Bool, Henk Raaff: Cas Oorthuys - Amsterdam. Bas Lubberhuizen, 158 blz., €27,50 (geb. €39,50)