Grotestadsblues

Guus Middag luistert naar Nederlandstalige liedjes. Vandaag naar `Grachten van Amsterdam', de nieuwe single van de Drentse formatie Skik. Een lied waarin het veen het aflegt tegen de stad.

Ik hoorde op de radio een flard van een lied voorbijkomen. Het leek wel van Skik, maar het speelde zich af in Amsterdam. Vreemd. Skik is een Drentse, meestal in het Drents zingende groep, afkomstig uit Erica, bekend geworden met `Op fietse' (1997). Daarin zong zanger en schrijver en componist Daniël Lohues over zijn fietstochten door Zuidoost-Drenthe, en vooral over het daarbij horende gevoel van vrijheid. ,,Ik heb de band'n vol met wind, nee ik heb ja niks te klaag'n.'' Sindsdien kan men op dit traject de Skik-route fietsen, uitgezet door de VVV.

Skik hoort te zingen over de Verlengde Hoogeveense Vaart, het Drostendiep of het Stieltjeskanaal. Desnoods over de grachten van Utrecht, want daar woonde Lohues ooit, als student, heel kort – totdat hij van pure ellende het nummer `Noar huus' schreef en snel weer naar Erica vertrok. Maar wat had Skik nu op de grachten van Amsterdam te zoeken?

Nog maar eens luisteren. De zanger bleek het niet zelf te hebben bedacht, maar ,,zien wichie''. Zij had thuis, in hun veendorp, net zo lang ,,loop'n dramm'n'' tot hij de knoop had doorgehakt, en resoluut ook: huus verkocht, twee enkele reizen gekocht en toen per spoor naar ,,de gracht'n van Amsterdam''. Je kon wel horen dat de zanger bij dit alles zo zijn bedenkingen had, maar zien wichie was nu gelukkig, dus was hij het ook maar. Want ,,een kerel is bliede/ as hij zien vrouw behaeg'n kan''.

Eerst was alles mooi, maar na de nachtelijke lichtjes kwamen de dagelijkse zorgen. Er moest een baantje worden gezocht. De jongen kwam nu elke avond uitgeput thuis. Ze huurden een flatje, maar dat was duur en bevond zich bovendien ,,boov'n 'n kroeg met live muziek''. Een mooie plek voor een muzikant misschien, maar niet voor deze arme jongen. Zo moe, en dan niet kunnen slapen door de muziek onder je veel te dure en veel te kleine flat. En dan sleurde 't wichie hem 's nachts ook nog eens mee langs die inmiddels steeds meer vervloekte grachten van Amsterdam.

Steeds snerpender en jankender klinken de refreinregels. De gitaren worden venijniger en agressiever. Van een braaf countrybabbelliedje gaat de muziek over in een snijdende grotestadsblues (net als in het origineel, `The Streets of Baltimore', uit 1966). Een crisis kondigt zich aan. Uit de woordkeus blijkt al wel dat deze hardwerkende Drent en zijn vriendin uit elkaar aan het groeien zijn. ,,Ik zei dat zij zichzelf mus bliev'n'' horen we hem nog zeggen. Relatietherapietaal, in een laatste poging haar nog te bereiken, maar het mag niet meer baten. Dan volgen de mooiste regels van het lied, langgerekt en klaaglijk gezongen: ,,Ik zag al gauw: zij hield meer/ van die lichies as van mij.'' Ze snijden door de ziel. Man verliest van lichies. Het veen legt het af tegen de stad.

De afloop laat zich raden. ,,Ik nam dezelfde trein terug'', deelt de zanger ons mee, op verslagen toon. ,,Dezelfde trein'': alsof het zich allemaal op één dag, als het ware nog binnen de drie minuten van dit lied heeft afgespeeld. Na de mislukking linea recta retour. Geen huus meer, geen illusie meer, geen wichie meer. ,,En mien wichie löp/ langs de gracht'n van Amsterdam'' klinkt het tot slot, in een mengsel van woede en spijt. Hoe zou zij nu aan de kost komen? Het staat er niet met zoveel woorden, maar een wichie dat langs de gracht'n van Amsterdam loopt en van lichies houdt: daar hebben wij zo onze gedacht'n bij.

Een fragment van `Grachten van Amsterdam' is te beluisteren via www.nrc.nl