Gluren in de diepste spelonken (Gerectificeerd)

Zo nietsontziend als A.M. Homes is al lange tijd niet meer geschreven in de Amerikaanse literatuur. Ze beschrijft een verstikkende wereld, waarin geweld de enige uitweg is.

De verhalen van A.M. Homes in Wat je moet weten spelen zich af in een wereld waar intimiteit en illusies loze begrippen zijn geworden, steekwoorden uit tot folklore gestolde tijd. Wat er in die verhalen gebeurt, is nogal eens verbijsterend, en hoe het is opgeschreven is vaak ijzingwekkend goed. Een man zegt tegen zijn vrouw dat hij wou dat hij dood was. Die verzuchting maakt weinig indruk omdat ze het al zo vaak van hem heeft gehoord. `Jij denkt dat de dood zoiets is als Bali', zegt ze tegen hem. Ze slaapt met een honkbalknuppel onder haar bed, en als ze hem 's ochtends na het ontwaken vertelt wat ze die nacht heeft gedroomd, neemt hij in stilte een besluit over de methode van zijn zelfmoord. Het wordt verhanging.

Deze scène uit `Rustig blijven, graag' is nog een van de minst akelige uit de elf verhalen in Wat je moet weten. Elders in de bundel zeilen dood, verkrachting, illusieloosheid, psychose en mishandeling de verhalen binnen, en het onrustbarende is dat Homes alle beproevingen en wreedheden laconiek presenteert, op het opgeruimde af. In `De whizzkids' hebben de ouders van een studieuze jongen volstrekt niet door dat diens schoolvriend hun zoon voortdurend seksueel belaagt. Vader en moeder zien een hechte jongensvriendschap, maar zodra de ouders hun hielen hebben gelicht, begint de schoolvriend zonder omwegen aan een seksueel verrassingsoffensief, waarbij het niet duidelijk is in hoeverre de zoon des huizes de seksuele handelingen vrijwillig ondergaat. Likt de jongen de ongewassen anus van zijn vriend om andere activiteiten te vermijden en voorkomen? Laat hij zich onder dwang een aantal voorwerpen in zijn kontgat duwen, of voeren ze louter rollenspelletjes uit waarbij de één net doet alsof hij de vermoorde onschuld is en de ander een doorgewinterde pseudo-aanrander? Als de ouders van de verteller na een avondje uit thuiskomen, zijn ze blij dat de schoolvriend hun zoon die avond gezelschap heeft gehouden. De moeder zegt tegen de naamloos blijvende – schoolvriend: `Wat leuk dat je vanavond hier bent gebleven. Ik vind het vervelend om jeweetwel alleen thuis te laten. Hij wordt er depressief van.'

Tegen het eind van het verhaal lopen de twee jongens aan de rand van een honkbalveld een meisje tegen het lijf met wie ze op school zitten, en de belager van de twee haalt haar over een stille plek in het stadspark op te zoeken, waarna het meisje een soortgelijke seksuele aanval krijgt te verduren. Dit keer is er van rollenspel geen sprake. Maar de whizzkids zien geen essentieel verschil tussen hun onderlinge sekspelletjes en de aanranding van hun klasgenote, ook niet als ze begint te schreeuwen en tegen te spartelen. In het verhaal is de verkrachting geen gitzwarte apotheose of een dramatische ontknoping. Het is routine.

Het kan niet anders of wie nog nooit iets van A.M. Homes (1961) heeft gelezen, zal Wat je moet weten met toenemende verbijstering lezen. De nachtmerrie-achtige verhalen spelen zich voornamelijk af in de op het oog rimpelloze buitenwijken van Amerikaanse slaapsteden maar pretendeert de schrijfster werkelijk dat dit de alledaagse realiteit is in het postmoderne suburbia van de Verenigde Staten? Vormen desillusie, onverschilligheid, ziekte en aanranding-uit-verveling inderdaad de droesem van de American dream?

Wie de twee belangrijkste romans van A.M. Homes kent The End of Alice (1996) en Music for Torching (1999) – weet dat dit soort vragen geen recht doen aan de aard en inzet van haar schrijverschap. Moreel getinte vragen over de wreedheden en het verval in haar verhalen en romans zal zij afdoen als achterhaald en irrelevant. Die wreedheden vormen namelijk de natuurlijke stoffering van de levens die ze beschrijft. Haar personages weten niet beter en kennen niet anders. Wanneer zij een ander verminken of aanranden, wordt dat niet gepresenteerd als iets problematisch. De dingen die je allemaal moet doen en laten ná zo'n verkrachting of mishandeling bezorgen hun nog de meeste hoofdbrekens.

Homes' verhalen in Wat je moet weten zijn te lezen als variaties op en als addenda bij de twee eerdergenoemde romans. De schoolvriend die uit routine aanrandt, lijkt als twee druppels water op de negentienjarige Alice uit The End of Alice. Dit meisje verdient wat bij als oppas bij gezinnen uit de buurt. Wanneer een ouderpaar hun kinderen aan Alice heeft overgelaten, begint de oppas aan een trits van bizarre seksspelletjes, waaraan alleen de allerjongsten lijken te kunnen ontsnappen, maar die worden dan weer aan een hondenriem buiten in de tuin vastgemaakt, waarna ze voor hondenjongen mogen spelen.

Alice – niet toevallig vernoemd naar het meisje uit Lewis Carrolls Wonderland – schrijft brieven over haar avonturen aan een man die al 23 jaar gevangen zit wegens seksuele geweldpleging en die ooit vanwege die misdrijven voorpaginanieuws was in Amerika. Sindsdien krijgt deze gevangene allerlei morbide fanmail, maar hij heeft de 19-jarige Alice uitverkoren tot vaste correspondente. De twee lijken een soort verbond op afstand te hebben ontwikkeld, waarbij de oppas uitvoert wat de veroordeelde pederast haar indirect per brief influistert. `Vergrijp je aan kinderen, jongens, meisjes, die nog nét niet uit zichzelf seksueel zijn. Zijn ze eenmaal veertien of ouder, dan zijn ze abject en afstotelijk', volgens de aristocratische verkrachter in de gevangenis, en zo op het oog ook volgens Alice. Hij prent haar in: `Een andere reden waarom ik meisjes van een bepaalde leeftijd verafschuw is dat als ze onthuld, onbedekt zijn, ruiken naar seksuele stoom [...]. Ik haat de lucht van een kut die er helemaal klaar voor is. Ik wil haar groen, voordat ze rijp is, voordat ze een lucht heeft die gemakkelijk wordt waargenomen.'

Homes formuleert dit niet zonder reden zo onopgesmukt mogelijk. Haar antiheld is, zoveel is wel duidelijk, een nazaat van Humbert Humbert uit Nabokovs Lolita, de lyrische en welbespraakte veertiger die zijn hart en libido verpandt aan de veertienjarige Dolores Haze. Maar waar Nabokov van Humbert Humbert nog een tragische minnenzanger maakt, ten prooi aan een begeerte die hij diep in zichzelf vervloekt en minacht, daar creëert Homes een ontbladerde nazaat van deze Humbert, iemand die zich niet meer in lyrische taal beroept op karakterzwakte en verzachtende omstandigheden. A.M. Homes verwijst naar de wereld van Nabokov en Lewis Carrol, maar bericht uit de wereld van na Marc Dutroux en Hannibal Lecter.

Het verhaal `Raketten rond de maan' uit Wat je moet weten is onverbrekelijk verbonden met Homes' andere grote roman, Music for Torching. In verhaal en roman stichten mensen brand omdat ze ervan overtuigd zijn dat vuur hen zal bevrijden. Music for Torching is het portret van het schrikwekkend slechte huwelijk van Paul en Elaine. Tijdens een etentje denkt Paul dat zijn vrouw hem wil vergiftigen door affreus te koken; Elaine beantwoordt de verdachtmaking door hem een vleesmes op zijn hals te zetten: `Als ik je wilde vermoorden, zou ik het gewoon zo doen.'

Het echtpaar heeft genoeg van elkaar en van zichzelf en besluit op zekere dag hun doorzonwoning in de suburbs in de fik te steken. Dat zal een eind aan alles maken, om te beginnen aan hun huwelijk. Wat volgt is een naargeestige anticlimax: de brand blijkt geen catharsis of een middel tot verdwijning. Alles blijft bij het oude; het echtpaar is gedwongen zijn oude leven van mislukking en desillusie te hernemen. In `Raketten rond de maan' heeft een huisvader een jongetje uit de buurt doodgereden; de man denkt dat hij van zijn problemen verlost zal zijn zodra hij zichzelf in brand steekt. De man overleeft de zelfverbranding, maar de zelfdestructie verspreidt zich als een virus door het huisgezin; zijn zoontje probeert zich niet lang daarna uit een wagentje van een kermisattractie te werpen. De zelfmoordpoging van het kind mislukt; op het beslissende moment kotst hij zichzelf onder, het braaksel spat hem in het gezicht en ontneemt hem voor even het zicht, zodat hij zich veel te onhandig uit het in de lucht zwiepende kermiskarretje wurmt. De kermisexploitant jaagt de jongen en zijn vriendje weg: `Stommeling! [...] Ga terug naar waar je vandaan komt. Ga naar huis.' Bij A.M. Homes verschrompelt en kind tot een querulant die te onhandig is om zichzelf adequaat en overtuigend om te brengen.

Zoals The End of Alice is te lezen als het nihilistische antwoord op Lolita, zo zijn Music for Torching en het verhaal `Raketten op de maan' opzettelijk radicale variaties op een bekend thema in de Amerikaanse literatuur: verstikkend gezinsleven in de buitenwijk. De roman doet sterk denken aan sommige romans van Updike en nog meer aan Revolutionary Road, de moderne klassieker van Richard Yates die veertig jaar na verschijning in Amerika en Europa de erkenning krijgt waar het eerder aan ontbrak. Maar waar Yates, Updike en bijvoorbeeld ook John Cheever in hun verhalen en romans met veel oog voor psychologische bijzonderheden van hun karakters, een huwelijk stapje voor stapje kunnen laten onstporen, om te eindigen in volledige ontluistering, vormt bij Homes dit eindpunt het begin, waarin ze personages presenteert die uit gewoonte het wurgkoord om hun nek dragen, symbool voor een status quo, waaraan alleen te ontsnappen valt door middel van geweld en excessen.

A.M. Homes durft in Wat je moet weten ieder onderwerp aan. Zo overtreft zij de verhalen van David Leavitt (in Family Dancing, 1985) en Lorrie Moore over kanker onder exceptioneel jonge mensen. Homes beschrijft in `Niet storen' de operatie, de chemokuur en de nasleep van een 38-jarige vrouw die lijdt aan baarmoederhalskanker. Wie zegt dat Homes zich in dit verhaal bedient van zwarte humor, laat zich eufemistisch uit; `Niet storen' schudt op de grondvesten door een cynisme dat bijna agressief en intimiderend aandoet. Zo krijgt de echtgenoot van de patiënte door een arts ingeprent dat hij moet blijven benadrukken dat hij zijn vrouw ook na de borstamputatie nog steeds aantrekkelijk vindt. Als de man tegenwerpt dat zijn vrouw geen borst- maar baarmoederhalskanker heeft, wuift de arts zijn vergissing weg en zegt kortaf: `Komt op hetzelfde neer.' Niet lang daarna ligt de vrouw tussen lotgenoten op een zaal allemaal vrouwen bij wie het haar is uitgevallen door de chemokuren. Eén van hen sist de vrouw toe: `Mijn man zegt dat ik er nu uitzie als een pornoster.' En heeft die kaalheid ondanks alles iets fiers? Nee. De echtgenoot concludeert: `Mijn vrouw ziet eruit als een rat', als iets waarop is gekauwd en wat is uitgespuugd, als iets wat iemand tevergeefs heeft proberen te elektrocuteren. En dan is het verhaal nog maar net op stoom.

Het proza van A.M. Homes is afwisselend laconiek, inktzwart en bijtend. Zo is er in de Verenigde Staten niet meer geschreven sinds Dennis Cooper en Bret Easton Ellis. Onder haar generatiegenoten komt misschien alleen Rick Moody, en dan vooral met diens roman The Ice Storm, in nietsontziende ijzigheid bij haar in de buurt. Voor de bloemlezing met verhalen van jonge Amerikaanse schrijvers, The Burned Children of America (2003), schreef de Britse Zadie Smith de inleiding, en benadrukte; `I feel Homes is one of the best short-story writers to come out of America in thirty years; you cannot shake a Homes-story out of your mind.' Er zijn schrijvers die van zo'n compliment acuut ontregeld raken en last van schrijfkramp krijgen ongeveer zoals Smith van de weeromstuit de weg kwijt leek na alle lof voor haar succesroman White Teeth. Homes lijkt me daarentegen iemand die allerlei superlatieven makkelijk overleeft zoals ze ook in de schaarse interviews die ze afgeeft, bijzonder stoïcijns reageerde op de boycot door uitgevers in Engeland, Zwitserland en Frankrijk van haar roman The End of Alice: een roman die twee pedofielen aan het woord laat zonder dat er een moreel oordeel wordt geveld, was niet welkom in die landen. Anders dan aan Bret Easton Ellis ten tijde van American Psycho kleeft aan Homes naam niet het schandaal en de controverse, en dat komt, denk ik, niet in de laatste plaats doordat deze schrijfster zich niet in martelaarachtige zelfbewening op de borst klopte nadat moraalridders haar proza de maat hadden genomen. Hoogstens zei Homes over die controverse in een interview: `Ik heb er geen behoefte aan te choqueren, maar ga het ook niet uit de weg als het verhaal dat met zich meebrengt.'

Tegelijkertijd valt op dat zich in de diepste spelonken van deze verhalen een lichtbaan van poëzie openbaart. In het even akelige als prachtige verhaal `Georgica' deelt een vrouw, een ogenschijnlijk idealistische amateur-strandwacht, condooms uit aan jonge stelletjes die zich 's avonds en 's nachts in de duinen ophouden. De vrouw blijkt een gluurster die zichzelf bevredigt, met voor haar ogen een nachtkijker waarmee ze de in de open lucht parende stelletjes minutieus observeert. De taferelen die ze ziet vindt ze ruw, dierlijk, weerzinwekkend en erotisch pure pornografie.

Het gluren in het verhaal `Georgica' dient een hoger doel; de vrouw verzamelt allerlei kort tevoren gebruikte condooms die ze met een pipet leegt, om zich vervolgens te kunnen insemineren. Die illegale zelfbevruchting windt haar onnoemelijk op; geen partner van vlees en bloed kan daar tegenop. Zwanger worden van een man die haar direct bevrucht, lijkt haar abject en ergerlijk.

Is de vrouw een eenzaam dolende ziel, zielig en beschadigd, of een pathetische en verknipte griezel? Homes geeft geen enkele aanwijzing die ons een keuze zou kunnen laten maken. Ze schetst slechts in kil en messcherp proza het gluurgedrag en de daaropvolgende solitaire sessies van de vrouw, die met geoefende bewegingen het niet voor haar bedoelde sperma van de haar onbekende jongens in zich laat lekken. Het liefst insemineert ze zichzelf als ze wijdbeens en met de heupen omhoog aan zee ligt, het pipet tussen haar benen: Het condoom is nog warm als ze het vindt. [...] Ze insemineert zich liggend op de plek waar zij hebben gelegen. Ze insemineert, luisterend naar de golven, de zee voor de storm uit [...]. Een fosforescerende droom: ze gelooft dat ze het voelt [...]: de zaadcel en de eicel die elkaar vinden en doordringen [...] en ze stelt zich een zeepaardje voor, een klein, gekromd ding, primitief, groeiend, handjes in de knop gebalde vuistjes – een doorschijnend hoofdje, uitpuilende oogjes.' De vrouw weet op dat moment wat het gaat worden: een meisje. Ze heeft al een naam: Georgica.

Het zijn stilzuivere zinnen in een intens smoezelig en treurig verhaal, precies zoals ook elders in Wat je moet weten smerigheid en schoonheid een monsterverbond in taal aangaan.

A.M. Homes: Wat je moet weten.

De Bezige Bij, 224 blz. €18,90

Rectificatie

Bij de bespreking van A.J. Homes' boek Wat je moet weten (Boeken, 11.06.04) zijn de vertalers onvermeld gebleven. Dat zijn Inge de Heer en Johannes Jonkers. De oorspronkelijke titel van het boek luidt Things you should know.