Geef ons het einde der tijden

Christelijke fictie beleeft in Amerika hoogtijdagen na 11 september 2001. De serie Left Behind over Armageddon en het einde der tijden voert de bestsellerslijsten aan. In het laatste deel rekent Jezus af met Satan, die via de Verenigde Naties de wereld in zijn greep houdt.

Satan rijdt in een Humvee, een legervoertuig. Zijn `Unity Army' beheerst de wereld, zijn `Global Community News Media' monopoliseert alle informatie. Alleen een laatste groep rebellen, een `rag tag bunch of earnest, impassioned believers' strijdt nog tegen Satan, en hoopt op een overwinning van God.

Dit is geen islamitische propaganda over de oorlog in Irak. Het is het decor van het laatste deel uit de Left Behind-reeks, christelijke fictie over het einde der tijden en de wederkomst van Jezus, een serie die in Amerika al sinds 1995 een stormachtig succes kent. Onlangs verscheen het laatste deel, Glorious Appearing, waarin Jezus (op een wit paard) terugkeert op aarde en het laatste oordeel kan losbarsten.

De wereldwijde, religieus geladen onrust na 11 september 2001 heeft de belangstelling voor deze apocalyptische fictie een nieuwe, krachtige impuls gegeven, ook al zullen Amerikaanse soldaten zich niet herkennen in het Unity Army, net zomin als verslaggevers van Fox Networks in hun organisatie een satanisch complot zullen zien.

Dat is ook niet de bedoeling. De auteurs van de reeks, de fundamentalistische dominee Tim LaHaye en schrijver Jerry B. Jenkins, staan natuurlijk pal achter de interventie van Bush in Irak. De Satan in hun boeken is geen Amerikaan maar een kind van Europa, èn van de Verenigde Naties, die het brandpunt zijn voor zijn diabolische plan om de heerschappij van Lucifer te vestigen. De helse ontknoping heeft plaats, hoe kan het anders, in Israël.

Toch wekt de manier waarop de verdorven moderne wereld in deze boeken wordt verbeeld (goddeloos, kosmopolitisch, hebzuchtig, gewelddadig en pornografisch) een onweerstaanbare associatie met het beeld dat islamitische fundamentalisten hebben van het Westen. Sayyid Qutb, de Egyptische inspirator van het jihadisme die in de jaren veertig gruwde van de bandeloosheid die hij aantrof in Amerika (waar vrouwen en mannen op zondag met elkaar dansten, en soms ook nog zwart met wit), zou zich goed herkennen in de aanklacht van de Left Behind-auteurs tegen de goddeloze, mediamieke wereldheerschappij van Satan.

Apocalyptische fictie is niet nieuw in het Amerikaanse christendom, dat een brandender heilsverwachting koestert, en een sterker geloof in het einde der tijden dan de meeste Europese, hedendaagse kerken. Zorgen om het milieu, global warming en een politieke wereldcrises hebben sinds de jaren zeventig dat geloof nog gevoed, met tot gevolg onheilszwangere bestsellers als The Late Planet Earth van Hal Lindsey. Na 11 september en de oorlog tegen Irak is in Amerika een stormloop ontstaan op christelijke fictie en non-fictie over bijbelse profetie en de eindtijd. Maar het succes van de Left Behind-reeks is uniek. Van de eerste elf delen zijn, volgens de christelijke uitgever Tyndale House uit Illinois, wereldwijd ruim veertig miljoen exemplaren verkocht, en daarmee is de reeks de `snelst verkopende fictie-reeks aller tijden'. Er zijn inmiddels audio-boeken en stripversies van het verhaal, kalenders, en een kinderserie.

De auteurs zijn dan ook niet de geringsten. Dominee Tim LaHaye, de 78-jarige geestelijk vader van de reeks, is een oude bekende in het evangelische conservatisme dat de laatste decennia in Amerika is opgekomen. Eind jaren zeventig stond hij met Jerry Falwell en Pat Robertson aan de wieg van de `Moral Majority', de religieuze reveilbeweging die in het geweer kwam tegen het verval van Amerika door de culturele revolutie van de jaren zestig. LaHaye, die geldt als een kenner van de bijbelse eindtijd-voorspellingen, leidde een belangrijke kerkelijke organisatie in San Diego, richtte scholen op, en schreef tientallen boeken over de bijbel en het christelijke leven. Tot zijn hobby's behoren, ondanks zijn sterke apocalyptische verwachtingen (,,Ik kan nauwelijks wachten tot het zover is'', zei hij in een vraaggesprek), skiën, waterskiën, motorrijden en golf, aldus de flaptekst van de Left Behind-reeks.

Ook LaHaye's echtgenote, Beverly, heeft een lange staat van dienst. Zij is oprichtster van een conservatief religieuze vrouwenbeweging, de Concerned Women of America, die zich in 1993 beriep op een ledental van 600.000. Doel is vrouwen politiek te mobiliseren ,,van achter de keukentafel'', dus zonder hun van God gegeven rol als moeder en echtgenote te verwaarlozen. Vrouwen zijn beroofd van die natuurlijke status, meent Beverly LaHaye, en debet daaraan is het `seculiere humanisme' dat volgens christelijke fundamentalisten de staat en samenleving beheerst. ,,Feminisme en de seksuele revolutie zijn de tentakels van de octopus die humanisme heet'', meent LaHaye. De organisatie keert zich tegen abortus, porno, geweld op tv, en maakte zich sterk voor SDI, het antiraketschild van Ronald Reagan.

Hun evangelische activiteiten maakten van de LaHaye's multimiljonairs, maar Tims politieke ambities stagneerden eind jaren tachtig. Hij kwam in opspraak door antikatholieke en vermeend antisemitische uitspraken (de katholieke kerk noemde hij `die oude hoer die op de zeven heuvels van Rome zit, dronken van martelaarsbloed en die in bed ligt met de politieke leiders van de wereld') en verdween naar de achtergrond. Maar zijn idee voor een romancyclus over de eindtijd in samenwerking met de christelijke broodschrijver Jerry B. Jenkins, onder meer biograaf van Billy Graham, bleek een gouden greep. Het succes van het eerste deel, Left Behind (1995), luidde de zegetocht in van de twaalfdelige serie over de eindtijd.

De rolverdeling in de reeks zegt veel over het wereldbeeld dat deze boeken uitdragen. De gelovigen die het verzet tegen de Antichrist op poten zetten, zijn blanke mannelijke Amerikanen. De Antichrist daarentegen is een Europeaan, een gelikte jongeman uit Roemenië die vloeiend negen talen spreekt en, nota bene, lijkt op Robert Redford. Satan is met andere woorden een intellectueel, een liberal en een kosmopoliet – de onheilige drieënheid van populistisch religieus-rechts. Hij houdt kantoor waar anders? in het hoofdwartier van de Verenigde Naties in New York. Daar wordt het satanische plan uitgebroed om van de wereld één grote global village te maken, met één regering, één taal, één munteenheid. Het is een conspiratief thema dat ook bij niet-gelovig rechts in Amerika leeft en versterkt is in de aanloop naar de oorlog tegen Irak. Van de Toren van Babel naar de Verenigde Naties loopt een rechte lijn van duivelse hoogmoed, dat is de moraal.

Het verhaal is verder, hoe bizar ook, tamelijk eenvoudig verteld. Fundamentalistische groepen als die van LaHaye geloven op basis van bijbelteksten (enkele van de oudtestamentische profeten en de Openbaring van Johannes) dat de eindtijd zal aanbreken met de zogenaamde `Rapture', wanneer de ware gelovigen zullen worden opgenomen in de hemel. De rest van de mensheid (achtergebleven, vandaar de titel) staat vervolgens zeven jaar rampspoed en Armageddon te wachten, een laatste kans om het ware geloof te omarmen en bij de terugkeer van Jezus en het laatste oordeel alsnog te worden gered.

De opname van die ware gelovigen gebeurt in het eerste deel als bij toverslag: miljoenen mensen verdwijnen uit huizen, vliegtuigen, auto's, met achterlating van een stapeltje kleren, brillen en trouwringen. Ook ongeboren foetussen verdwijnen spoorloos uit de moederbuik richting hemel, uiteraard een aanklacht tegen de `abortusindustrie'. Langzaam dringt het dan bij de achtergebleven christenen door dat ze niet blij moeten zijn dat ze nog leven, maar juist verontrust. Zij zijn niet uitverkoren en het einde der tijden is nabij. Zeven jaar lang volgen er rampen onder de heerschappij van de Antichrist, die een totalitaire staat vestigt en de mensheid met miljoenen decimeert. Een kleine groep christenen bindt de strijd aan tegen de Satan, in afwachting van de beloofde wederkomst van Jezus.

Om de literatuur hoef je het verslag van hun titanenstrijd niet te lezen. Het proza van de boeken, waarvoor de populaire veelschrijver Jenkins tekent, is alledaags, vlak en gespeend van literaire brille. De meeste personages spreken eenzelfde soort modern therapeutisch Amerikaans, en dat leidt tot onbedoeld komische passages: `Rayford lay communing with God', staat er, en `We do get to interact with these guys, don't we?', vraagt een gelovige over de oudtestamentische profeten die zijn opgestaan uit de dood. En na de langverwachte wederkomst van Christus piekert Rayford Steele prozaïsch waar hij die avond na de show, zou je bijna zeggen moet gaan slapen: `Rayford would have to reconnect with his friends and see who might have room for him.' Zo blijft iedereen zijn besognes houden, in afwachting van de hereniging met geliefden die uit de dood opstaan (`Aunt Marge! Dad! Grandma!').

Wie zijn de lezers? Allereerst natuurlijk talloze gelovigen die zich aangetrokken voelen tot de millennaristische boodschap: de overtuiging dat de boodschap van de bijbel over de eindtijd ernstig genomen moet worden. Dat zijn zeker niet allemaal radicale fundamentalisten. Volgens Newsweek, dat bij de publicatie van het laatste Left Behind-deel een omslagartikel wijdde aan de `pop-profeten' LaHaye en Jenkins, gelooft 36 procent van alle Amerikanen dat de apocalyptische Openbaring van Johannes letterlijk genomen moet worden, 74 procent dat Satan bestaat, en 17 procent dat de eindtijd in hun leven zal aanbreken. Amerika is vanoudsher een intens religieus land, waar de godsdienstige herleving die zich de laatste decennia wereldwijd afspeelt in strijd met theorieën over onstuitbare secularisering diepe sporen heeft getrokken.

Newsweek noemt de auteurs bovendien niet voor niets `pop-profeten'. Want ook al zetten LaHaye en Jenkins zich af tegen de profane moderne cultuur, hun werk is ervan doordrenkt, en spreekt mede daardoor een breed lezerspubliek aan. De helden van het verhaal spreken hedendaags Amerikaans, tikken zich suf op laptops, sluiten moeiteloos gsm's aan op de boordapparatuur van vliegtuigen en suizen in het eerste deel uit 1995 al soepeltjes over de `informatie-supersnelweg' (zoals internet nog werd genoemd in de tijd van Al Gore). Dat is opnieuw een overeenkomst met andere vormen van fundamentalisme: de moderne wereld wordt afgewezen, maar heeft eigenlijk al gewonnen.

Ook de verteltrant heeft niets archaïsch. Left Behind kent, op de beste momenten, de suspense van een Stephen King-horrorverhaal, en heeft dezelfde panklare cadans als de liefdespulp en cowboyromans die in de Wall Mart bij de kassa liggen. Het zijn boeken die lezen zoals je een zak chips eet: gedachteloos en zonder het gevoel dat je echt iets binnen krijgt – maar dit keer mèt het keurmerk van bijbelse, spirituele waarheid.

En zo gebeurt het dat de Antichrist, incarnatie van Satan, aan het hoofd van zijn troepen rondrijdt in een `Humvee', een legervoertuig dat de Amerikanen gebruiken in Irak. En zich afvraagt, als de temperatuur onbehaaglijk stijgt vlak voordat Jezus terugkeert: `Wat is er toch met de airconditioning aan de hand?' En zo kan het ook gebeuren dat een gelovige over het nieuwe, spirituele lichaam van zijn vrouw bij haar wederopstanding, opmerkt: `Eén ding mag je zeggen van dat spirituele lichaam: ze ziet er uit als zichzelf en geen dag ouder.' Blasfemische satirici hadden het niet beter kunnen verzinnen, denk je dan – en wie weet zijn deze `pop-profeten'dat op de keper beschouwd ook.

Vooral in het openingsdeel Left Behind, als de metafysische rekeningen nog niet worden vereffend, is de herkenbaarheid voor gewone Amerikanen groot. Een van de hoofdpersonen van de reeks, de piloot Rayford Steele, worstelt in dat deel nog met zijn huwelijk en een lastige dochter. Zijn vrouw heeft zich bekeerd tot het born again christendom, hijzelf is een pragmatische kerkganger die God vooral ziet als metafoor voor het goede in de mens – eigenlijk is hij een `ietsist'. Hij kan ook al niet op tegen zijn dochter, een rap van de tongriem gesneden studente die is ondergedompeld in kritische theorie. De onzekere, goedbedoelde gesprekken die hij met haar voert (`I'm not starting on you. I want to make sure you know enough to not drive if you drink too much'), zijn de meer realistische passages van de boeken.

In het portret van die vader en dochter tonen zich de obsessies van LaHaye, enigszins getemperd door de menselijke schrijfstijl van Jenkins. Rayford Steele is ondanks zijn achternaam een slappeling, die geen voeling meer heeft met geloofsbegrippen als zondeval, redding, boete en heiliging. Dochter Chloe is een sarcastische rationaliste, die zuchtend reageert op vaders christelijke zoektocht en hem de les leest over een God die mensen naar de hel stuurt: `Then God is spiteful, hateful, mean. Who wants to go to heaven with a God like that?' Slappe vader en sterke dochter: beiden exemplarische producten van het door fundamentalisten zo gehate `seculiere humanisme'.

In die afkeer spelen klassenhaat en seksisme een grote rol. Het werk van LaHaye, wiens vader werkte in een autofabriek in Michigan en die zelf als beginnend dominee vijftien dollar per week verdiende, is doortrokken van haat tegen de elites die Amerika met hun verlichte wereldbeeld van de morele ankers hebben losgehakt. Soms lijkt zijn eindtijd vooral een laatste oordeel over zulke betweters, de wraak van `de gewone, goede Amerikanen' op de bedilzieke Sprachherrschaftsklasse. LaHaye moet niets hebben van de vergevingsgezinde en liefdevolle God die moderne theologen in soft focus van Hem hebben gemaakt, hij omarmt de Wreker, de God die hoogmoed straft, geloof stelt boven kennis, en hardleerse zondaars onverbiddelijk in de poel van vuur werpt.

Die afkeer van het liberale, goddeloze Westen strookt met andere vormen van fundamentalisme en `occidentalisme' die Ian Buruma en Avishai Margalit in hun boekje Occidentalism hebben geanalyseerd (Boeken, 07.05.04). Vrouwen en intellectuelen (om te zwijgen van de ergste soort, intellectuele vrouwen), krijgen er ongenadig van langs. In het voorlaatste deel, Armageddon, wanneer de inmiddels bekeerde en gelukkig-getrouwde-jonge-moeder Chloe een gruwelijke martelaarsdood sterft (onthoofd met een guillotine), krijg je het stellige gevoel dat ze hier alsnog het verdiende loon krijgt voor het neerbuigende intellectualisme dat ze tegenover haar vader aan de dag legde in het eerste deel. De obsessie met vrouwelijke seksualiteit, en met de noodzaak die te beheersen, is een vast onderdeel van fundamentalisme, dat volgens de socioloog Martin Riesebrodt kan worden gezien als `een patriarchale protestbeweging' in een dynamische, globaliserende wereld – zie, in de echte wereld, het misogyne schrikbewind van de Taliban.

Maar ook op een dieper niveau, voorbij alle spreektaal en elektronische gadgets, is de reeks schatplichtig aan het moderne wereldbeeld dat het afwijst. Aan de omgang van LaHaye en Jenkins met het bijbelse materiaal is namelijk zo weinig, of niets, spiritueels. Alles wordt juist feitelijk en concreet opgevat, zoals het hoort in een ontnuchterd rationeel wereldbeeld van feiten en bewijzen. Alles is hier letterlijk, elke bijbelse voorspelling wordt een historisch feit en elk `teken' Gods geldt als onbetwistbaar bewijs, waar je om je eigen bestwil niet blind voor kan blijven. Deze auteurs verkopen het christendom `als een kosmische verzekeringspolis', klaagde de theoloog Joseph C. Hough in The New York Times.

Die dubbelzinnige houding tegenover de moderne wereld is kenmerkend voor het hedendaagse fundamentalisme, meent de Britse publicist Malise Ruthven, het christelijke zo goed als het islamitische. Ondanks de openlijke afkeer van het secularisme, schrijft Ruthven in het pas gepubliceerde, prikkelende essay Fundamentalism, wordt religie door fundamentalisten juist geseculariseerd, dat wil zeggen: uit het rijk van de mythe verplaatst naar de echte wereld. Hier en nu spelen zich de apocalyptische confrontaties tussen goed en kwaad af die in de religieuze verbeelding doorgaans worden gevat in symbolische en tijdloze taal. Godsdienst wordt zo letterlijk `omlaag gehaald'. Voor fundamentalisten is `het woord vlees geworden', aldus Ruthven.

Zijn deze boeken dan `gevaarlijk'? Amerikaanse theologen hekelen het fatalisme dat uit de reeks spreekt, de als liefde verpakte rancuneuze boodschap en het gebrek aan compassie met de ongelovige Ander. Linkse commentatoren maken zich zorgen om de invloed van religieus-rechts op de buitenlandse politiek van George Bush, zelf immers een born again christen. Het is onbekend of de president de reeks leest, maar de boodschap strookt waarschijnlijk met zijn particuliere wereldbeeld, en in elk geval heeft hij ooit een (niet gepubliceerde) toespraak gehouden voor een conservatief-religieus instituut waarbij ook LaHaye betrokken is. In hoeverre hij zich door zulke ideeën laat leiden, is natuurlijk een heel andere vraag.

Bovendien, LaHaye en Jenkins schrijven toch fictie, zou je zeggen. In die zin is hun bewerking van het laatste oordeel tot een reli-soap eerder een teken van terreinverlies voor de religieuze ervaring dan winst. Ook Ruthven relativeert de macht van christelijke fundamentalisten in Amerika: ze zijn een `doorn in de zijde' van liberal Amerika, maar worden in toom gehouden door de scheiding van kerk en staat en de politieke balans van een open samenleving. Aanslagen op abortusklinieken, zijn spectaculaire uitzonderingen. Maar in de Arabisch-islamitische wereld, aldus Ruthven, komen apocalyptische fictie, complottheorieën en terreur samen in een explosief mengsel dat een doem over de planeet heeft gelegd.

Toch is het niet zo simpel. Zeker, Left Behind is fictie, maar het verband met echte gebeurtenissen in het Midden-Oosten wordt bewust gezocht. LaHaye zegt in interviews de stichting van de staat Israël in 1948 als een teken te zien, en te vermoeden dat we ,,wel eens dichterbij [de eindtijd] kunnen zijn dan we denken''. Dat mag ingegeven zijn door winstoogmerk, maar die koppeling aan de actualiteit, in het besef dat de boeken zijn gebaseerd zijn op bijbelteksten die door de meeste lezers als `echt waar' worden beschouwd, geeft de boeken een andere lading dan louter fictie.

Hoe loopt het af? Ja, Jezus keert weer. Goddank spreekt hij geen contemporain Amerikaans, maar bijbelse taal. Het Armageddon dat volgt, is een orgie van bloed en geweld die vooral een tekenfilm-karakter houdt, maar ook associaties oproept met echt religieus geweld. Gods vijanden barsten uiteen in explosies van bloed en darmen, als `offerbeesten om te slachten voor de Heer'. `Het bloed kolkte in grote golven uit hen weg', tot rivieren van `vijf voet diep', en `miljoenen vogels verlustigden zich aan hun overblijfselen'.

In dit profane evangelie is geen ruimte voor `gewone' gelovigen die er op de tast het beste van proberen te maken. En die God daarom misschien juist dierbaarder zijn dan Prinzipienreiter en fanatici. Redding is louter het loon van onwrikbaar, op eigen lijfsbehoud gericht geloof. Dat is het wereldbeeld dat deze christenpulp de lezers voorhoudt, fictie of geen fictie.

Jerry B. Jenkins en Tim LaHaye: Glorious Appearing. Tyndale House, 399 blz. €25,– De Left Behind-serie verschijnt in vertaling bij Kok als `De laatste bazuin'. De vertaling van `Glorious Appearing' verschijnt in november.