G8: hoffelijke gasten en ronkende gastheer

Steun van de wereldleiders voor hervormingen in het Midden-Oosten was president Bush' voornaamste agendapunt op de door hem georganiseerde G8-top. Hij kreeg maar zeer gedeeltelijk zijn zin.

,,U gaat uw geschiedenis herschrijven. En wij gaan u daarbij helpen.'' Dat zei de Amerikaanse president Bush woensdag letterlijk tijdens zijn onderhoud met leiders uit het Midden-Oosten die naar de top van regeringsleiders van de acht grootste industrielanden in Georgia waren gekomen. De bijeenkomst stond vrijwel geheel in het teken van Irak, en de wenselijkheid van hervormingen in het Midden-Oosten als spil in de strijd tegen het terrorisme.

Wat Bush tegen de aanwezige leiders uit het Midden-Oosten zei, kan worden begrepen als een aanbod. Maar ook als een opdracht. En namens wie, de G8 of enkel de Verenigde Staten?

De Amerikaanse president heeft er dezer dagen alles aan gedaan om, naast bondgenoot het Verenigd Koninkrijk, ook de rest van de wereldleiders te binden aan zijn versie van het bereiken van stabiliteit in het Midden-Oosten en het breken van het internationale terrorisme.

Bush, de gastheer van de G8, had het privilege de agenda te bepalen. En die agenda was overvol. De leiders van de G8 maakten afspraken over het verder beperken van de proliferatie van kennis en materiaal voor de productie van kernwapens. Ze zetten hun paraaf onder een initiatief om luchtvaart veiliger te maken, en steunden het trainen van 75.000 vredestroepen voor inzet in vooral Afrika. En ze beloofden hun best te doen om het internationale handelsoverleg, dat vorig strandde in het Mexicaanse Cancún, vlot te trekken.

Dat was het makkelijke deel. Bush, gesteund door de unanieme aanvaarding van de Irak-resolutie afgelopen dinsdag door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, wist de overige wereldleiders te scharen achter een door Amerika ontworpen plan voor het Midden-Oosten. Wel kwam er een veel explicitiere verwijzing naar een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict als voorwaarde voor stabiliteit en domcratisering in het Midden-Oosten.

En ook de term Midden-Oosten is nogal uitgebreid. Eerst werd het `Greater Middle East', daarna `Broader Middle East', en uiteindelijk werd Noord-Afrika er ook nog aan toegevoegd. Volledig uitgeschreven is er nu sprake van een `Partnership for the Progress and a Common Future with the Region of the Broader Middle East and North Africa'.

De kern van het Midden-Oosteninitiatief is in wezen de modernisering van het Midden-Oosten, en dan vooral van de economie. De verbetering van het rechtssysteem, de financiële infrastructuur en het afbreken van staatsmonopolies moeten het ondernemen in de regio bevorderen.

Want, zo onderstreepte Bush later, de massawerkloosheid in de regio werkt ontevredenheid in de hand. En ontevredenheid en uitzichtloosheid zijn de voedingsbodem voor extremisme. Het nagenoeg ontbreken van een middenklasse heeft tot gevolg dat er te weinig burgers zijn die iets te verliezen hebben en verantwoordelijkheid nemen.

Dit gezichtspunt is niet nieuw. Het propageren van ondernemerschap is ook de leidraad bij het Amerikaanse beleid voor ontwikkelingshulp. Zorg er voor dat zich een vrije markteconomie kan ontwikkelen, en de sociale, bestuurlijke en juridische volwassenheid volgt in het voetspoor.

De benadering is terug te voeren op Walt Rostow, de economisch historicus die in 1960 de theorie ontvouwde dat elk land de zelfde ontwikkeling doormaakt in de richting van de Westerse vrijemarktdemocratie. Rostows The stages of economic development: a non-communist manifesto werd een van de fundamenten van de Vietnam-politiek. Rostow zelf werd nationaal veiligheidsadviseur van president Johnson en een van de grootste Vietnam-haviken van destijds. Zijn zienswijze werd daardoor decennialang besmet, maar lijkt nu terug in een non-islamitische variant.

Hoewel economische ontwikkeling veel problemen kan oplossen, ligt het duwen van de Midden-Oostenregio in de richting van een Westers model gevoelig. Saoedi-Arabië, Egypte en Koeweit sloegen Bush' uitnodiging om naar Sea Island te komen af. Bush benadrukte gisteren in zijn persconferentie dan ook dat dit ,,niet het Amerika is dat probeert de rest van de wereld te doen lijken op Amerika''. De Britse premier Blair volgde hem daarin: ,,Wij zeggen niet: jullie moeten op ons gaan lijken.'' Maar, zo zei hij daarna: ,,Dit zijn geen Amerikaanse waarden, geen Britse of Europese. Dit zijn universele waarden.''

Dat Chirac pas laat in zijn toelichting op het Midden-Oosteninitiatief terugkwam, tekent de positie die continentaal Europa en ook Rusland op deze G8 innamen. Zij wilden niet worden gezien als sta-in-de-weg voor een oplossing van de huidige problemen in Irak. Bush' voormalige Europese tegenstrevers waren hoffelijk, maar niet meer dan dat. Het aannemen van de Irak-resolutie op dinsdag was één, maar het rechtstreeks betrekken van de NAVO in Irak ging hun vervolgens te ver. Hooguit, zei Chirac, kan de NAVO trainingen verzorgen voor Iraakse troepen. Ook Bush' oproep voor een substantiële kwijtschelding van Iraks schulden ontmoette weerstand van Frankrijk, Duitsland en Rusland.

Maar waarom schaarde Frankrijk zich toch achter het Midden-Oosteninitiatief van Bush? President Chirac legde er de nadruk op dat het plan moet worden gezien als een antwoord op een verzoek uit landen in het Midden-Oosten zelf. ,,In die context moet u het zien. Wij steunen enkel hervormingen die zij zelf hebben gestart.''

Bovendien nam Chirac snel de indruk weg dat hervormingen in het Midden-Oosten los konden staan van een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

En de mooie, ronkende conclusies in het slotdocument van de G8 in Sea Island dan? Die, zo zei de Franse president, zijn voor rekening van gastheer Amerika.