Europese verrassing

De Europese verkiezingen in Nederland hebben gezorgd voor een aantal verrassingen. De belangrijkste hiervan is dat de kiezers naast de gebruikelijke politici, waakhonden en klokkenluiders naar Brussel hebben gestuurd. Outsider Van Buitenen, die zonder noemenswaardige campagne met twee zetels plaatsneemt in het Europarlement en de Socialistische Partij die een extra `bijtertje' mag afvaardigen. En niet te vergeten is daar de ietwat dromerige Dierenpartij die bijna de kiesdeler haalde. De drie partijen, die tezamen 17,5 procent van de kiezers vertegenwoordigen, hebben met al hun verschillen, met elkaar gemeen de afkeer van de klassieke partijen en hun agenda voor verbetering van de Europese Unie. Een niet mis te verstaan signaal na de electorale gebeurtenissen in de nationale politiek van 2002.

Dit geldt des te meer gezien de opkomst van de kiezers, die onverwachts opveerde van onder de 30 procent in 1999 naar bijna 40 procent nu. Zo bezien behoort staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken, VVD), wiens inzet het was de opkomst te verhogen, tot de winnaars. Immers, als er één algemeen thema kan worden aangewezen van deze Europese verkiezingen dan is het dat zij vooral gingen om de verbetering van de legitimatie van het Europees Parlement. Nu die althans in Nederland lijkt te groeien, is dat winst voor de democratie in Europa. Waarbij moet worden vastgesteld dat 40 procent opkomst nog altijd te laag is om bijvoorbeeld op nationaal niveau consequenties te verbinden aan de uitslag.

Dat is precies wat de PvdA wel doet. Partijleider Bos betoogt dat de uitslag erop wijst dat de steun aan het kabinetsbeleid in Den Haag is ontvallen omdat de coalitiepartijen hun meerderheid hebben verloren. De PvdA heeft geprobeerd het beleid van Balkenende II tot inzet te maken van de verkiezingen, maar niets wijst erop dat dit is gelukt. De optelsom van Bos mag voor de coalitie verkeerd uitpakken, maar deze verdonkeremaant tegelijkertijd het feit dat het CDA nog altijd de grootste partij is gebleven. Voorzover dat zou kunnen worden vertaald naar de nationale situatie, is dat in het licht van de harde ombuigingsmaatregelen die het kabinet-Balkenende II voorstaat eerder opmerkelijk.

Het verlies van de VVD van 19,7 procent in 1999 naar 13,2 procent nu is echter wel significant. Het siert fractievoorzitter Van Aartsen dat hij daar gisteren niet omheen draaide. Met zijn opmerking dat dit betekent dat het huidige beleid beter moet worden uitgelegd, sloeg hij echter de plank mis. Het adagium dat de kiezer altijd gelijk heeft, gaat immers ook nu op. Daarnaast was de conclusie van de fractievoorzitter dat de partij in verband met het succes van Van Buitenen de koers moet bijstellen, intrigerend. Eerder zag Van Aartsen immers de thema's van Pim Fortuyn als richtinggevend.

De nederlaag verklaarde Van Aartsen uit het feit dat kiezers niet willen stemmen op een ruziënde partij. Het tumult in de liberale gelederen deze week rond de harde aanval van Dijkstal op de koers van de VVD en de déconfiture van staatssecretaris Nijs is echter slechts één aspect hiervan. Daarnaast kan gewezen worden op de mislukte Europese campagne van de liberalen, die de lijsttrekker en zijn ideeën goeddeels aan het zicht onttrok. Het overkoepelend probleem van de VVD blijft evenwel de onopgeloste leiderschapskwestie. Is het vice-premier Zalm, die vorig jaar lijsttrekker was, of toch Van Aartsen, die tegen diens zin gekozen werd tot fractievoorzitter? Wil de VVD een dramatisch resultaat bij de volgende Kamerverkiezingen voorkomen, dan zal de partij over deze kwestie ruim tevoren duidelijkheid moeten verschaffen aan de kiezers.

Het valt, tot slot, toe te juichen dat de Nederlandse verkiezingsautoriteiten in weerwil van de Brusselse regels, de uitslag van de verkiezingen per ommegaande aan de kiezer bekend hebben gemaakt. Uitstellen van de resultaten totdat deze in alle landen van de Unie vaststaat, op zondagavond, is heilloos, want een geringschattend signaal aan de Nederlandse kiezers. In plaats van op dit punt te buigen voor Brussel, zou het beter zijn als ook de andere landen van de Europese Unie het Nederlandse voorbeeld volgen en de kiezer zo snel mogelijk helderheid geven over de resultaten. Ook dat draagt bij aan een transparanter Europa.