Een bonbonnière voor iedereen

In anderhalf jaar tijd is het zeventiende-eeuwse Haagse theater Diligentia in oorspronkelijke staat gerestaureerd. ,,Pas nu hebben we er voor het eerst een echt theater van gemaakt.''

De microscooppreparaten, de Papiniaanse pot, de gyrochronoscoop en de andere attributen herinneren aan de Koninklijke Maatschappij voor Natuurkunde onder de zinspreuk Diligentia – het genootschap dat hier sinds 1805, bijna tweehonderd jaar lang, woonachtig is geweest. De apparatuur is uitgestald in een vitrine in een van de foyers, als echo uit het verleden. De foyer zelf, op de eerste verdieping, is daarentegen een strakke combinatie van rood en staal. Maar die grenst aan een tweede foyer, met uitzicht op het Lange Voorhout, die als een stijlkamer oogt. Zelfs de oude balken die onder een systeemplafondje tevoorschijn kwamen, zijn daar weer in ere hersteld, in roodbruin met contouren van bladgoud.

Diligentia, de bonbonnière om de hoek van het Binnenhof, waar Den Haag wordt voorzien van cabaret, kleinschalig muziektheater en kamermuziek, is grondig verbouwd. Toen koningin Beatrix in maart de heropening zou verrichten, stierf haar moeder. Nu is de ceremonie geprogrammeerd op 12 september. Het theater is intussen alweer in vol bedrijf, nadat het bijna anderhalf jaar lang gesloten is geweest. Achter de voorgevel bevond zich in die maanden vrijwel niets meer. ,,Vierhonderd jaar lang is hier gerotzooid'', zegt directeur Anja Overhoff. ,,Een stukje eraan, een stukje eraf, een trappetje weg, een trappetje erbij, een nisje weggehaald, en zo ging het maar door. En pas nu hebben we er voor het eerst een echt theater van gemaakt.''

De rondleiding begint in de hal, die al meteen de meest spectaculaire verandering laat zien. Waar zich voorheen een ietwat onbestemde ruimte zonder daglicht bevond, met een pontificaal naar boven buigende trap, is door architect Kees van Harmelen een lichthal gebouwd met een glazen dak. De nieuwe constructie steunt op metershoge stalen blokken met grote uitsparingen. Door die gaten ontstaat uitzicht op verweerde, bakstenen muren. Ze zijn weliswaar wit geschilderd, maar hier en daar gelig uitgeslagen door vocht en mossen. Ooit waren dit buitenmuren: de achterkant van het voorhuis en die van het achterhuis, grenzend aan een binnenplaats. In het nieuwe Diligentia is die binnenplaats herontdekt en opengemaakt. Tijdens de eerste weken na de onofficiële heropening zag Anja Overhoff voortdurend bezoekers tegen elkaar opbotsen: ,,Ze bleven allemaal stilstaan om naar boven te kijken, en zagen niet dat er achter hen nog méér mensen naar binnen liepen.''

Die oude muren zijn de jaarringen van het gebouw, heeft de architect gezegd. Ze verwijzen naar een geschiedenis die vier eeuwen teruggaat, hoewel tijdens de graafwerkzaamheden ook nog bakstenen uit de veertiende eeuw werden aangetroffen. Het boek Diligentia, nieuw leven met een verleden, dat ter gelegenheid van de renovatie werd uitgegeven door de gemeente Den Haag, houdt het op twee panden die de oorspronkelijke kern van Diligentia vormen: een in de zestiende eeuw gebouwd woonhuis aan de Hoge Nieuwstraat, met een tuin die doorliep tot aan het Lange Voorhout, en een `uytstec' (erker) die een eeuw later in die tuin verrees – met de gevel aan het Lange Voorhout, die tot op de dag van vandaag de in stijlvol crème gesausde voorkant van het theater is. Dat de behuizing zich zodoende afwendde van de Hoge Nieuwstraat, heeft alles met status te maken. Het oudste huis grensde aan een straatje dat steeds donkerder werd, terwijl het Lange Voorhout, met de linden die er ook nu nog staan, allengs uitgroeide tot een geliefde wandelboulevard.

Baron

De eerste bewoner van het huis met de `uytstec', anno 1645, was Godert van Reede, Heer tot Nederhorst, wiens werkzaamheden als gecommitteerde ter vergadering van de Staten-Generaal wegens de provincie Utrecht zich op loopafstand bevonden. En ook in degenen die na hem kwamen, wordt weerspiegeld wie zich destijds zoal in Haagse kringen bewogen. Het jubileumboek vermeldt onder meer de namen van de douairière Petronella Borre, de luitenant-kolonel Ernst Hendrik van Ittersum tot den Oosterhof die tevens gedeputeerde ter Staten-Generaal en gezant te Münster was, de Gelderse gedeputeerde Wigbold Slicher en jonkheer Cornelis baron de Perponcher de Sedlnitsky, raad-ordinaris in den Hove van Holland, Zeeland en Friesland. Hij was de laatste particuliere eigenaar.

En toen kwam het genootschap dat aanvankelijk het Gezelschap ter beoefening van de Proefondervindelijke Wijsbegeerte heette en later voluit de Koninklijke Maatschappij voor Natuurkunde onder de zinspreuk Diligentia werd. Diligentiâ, met een accent circonflex eigenlijk, want er was sprake van een vijfde naamval: ,,Door vlijt en geduld.'' Het dakje op de laatste a staat dan ook in de door klimop en laurierbladeren omvatte naam op de ovalen gevelplaquette. Maar ook het genootschap zelf liet het accent in veel stukken gemakshalve weg. De heren – want dames waren er in die dagen vanzelfsprekend niet bij – zochten een `eigendommelijk locaal', omdat niemands woonhuis ruimte bood aan de ruim 250 leden en enkele honderden natuurkundige instrumenten van de vereniging.

Men verwierf de behuizing voor 8.500 gulden, maar daarna moest er nog 16.500 gulden worden uitgetrokken voor de benodigde verbouwingen. Uit die tijd stamt ook de huidige theaterzaal, die oorspronkelijk de gehoorzaal voor de lezingen was. Aan de leden werd melding gemaakt van een pand ,,dat het aanzien, de eer, de grootheid en de luister van dit gezelschap zoude vermeerderen en uitbreiden; de bloei van kunsten en wetenschappen bevorderen, en de genoegens en uitspanningen voor de ingezetenen dezer aanzienlijke Residentieplaats vergroten en meer algemeen maken''. In een ander epistel werden deze leden omschreven als ,,mannen van beschaafdheid, van zuivere smaak, door kennis en verstand en studie veredeld''.

Exploitabel was het gebouw echter niet zonder de zaal aan anderen te verhuren. Zo kwamen er al snel concerten bij, en in de loop van de twintigste eeuw diende zich tevens de wufte cabaretsector aan. Zo nam de jubilerende dichter-zanger J.H. Speenhoff er in 1941 een enveloppe met inhoud in ontvangst (,,ik dank de luitjes voor hun duitjes'') en na de oorlog volgden er velen. De grote Wim Kan speelde er wekenlange series. Ondanks de afkeer van de inwonende conciërgedochter Cornelia Wieringa, die er vanaf de jaren vijftig – door iedereen ,,juffrouw Puck'' genoemd – het bewind voerde. In haar ogen was de cabaretier ,,een mispunt'', zegt ze in het jubileumboek: ,,Als hij bij ons speelde, liep hij 's middags vaak op het Lange Voorhout in zijn plusfour zijn boterham op te eten. Op straat zeiden de mensen dan: goh, wat is die meneer Kan eenvoudig gebleven, hè. Maar ik vond dat maar ordinair hoor, buiten lopen eten. Bovendien maakte 't rotzooi op straat.'' Wat juffrouw Puck van huidige Diligentia-bespelers als Hans Teeuwen, Theo Maassen of André Manuel vindt, wordt niet vermeld. Wel vertelt ze dat ze eind jaren zeventig Youp van 't Hek heeft binnengehaald: ,,Youp bracht toen heel leuk en beschaafd cabaret. Tegenwoordig is dat helaas anders.''

Meneer

Van 't Hek stond voordien in het nabijgelegen theatertje Pepijn, dat sinds 1999 tot Diligentia behoort. ,,Het is onze kleine zaal'', zegt Anja Overhoff, ,,en die broedplaats voor jong talent zou ik niet graag meer kwijt willen.'' Ze wijst op de Vliegende Panters, het uiterst succesvolle cabarettrio dat zeven jaar geleden nog in Pepijn stond (,,met hun ouders op de eerste rij, en alleen een paar vrienden en verder geen hond''), het jaar daarop voor een vol Pepijn speelde, daarna een paar jaar lang volle zalen in Diligentia trok en nu zeven maandagavonden achtereen het Circustheater in Scheveningen vult, even buiten de stad.

,,Diligentia is het enige theater waarin de toneelmeester met `meneer' wordt aangesproken'', oordeelde de cabaretgroep Don Quishocking in een boekje uit 1980. Nu is deze aanspreekvorm echter afgeschaft, zelfs hier in Den Haag. En ook in veel andere opzichten kregen de artiesten in toenemende mate reden tot klagen. Steeds meer decors en effecten moesten worden gekortwiekt omdat het toneel te klein was, en ook achter het toneel was het behelpen. Wie achterom van de ene kant naar de andere kant wilde lopen, stootte zijn hoofd en kon zelfs schaafwonden oplopen.

Om daaraan definitief iets te verhelpen, was een eigendomsoverdracht nodig. Na lange, moeizame besprekingen lukte het de gemeente Den Haag in 2002 het theater voor 1 euro te kopen van de Koninklijke Maatschappij met de lange naam. Op voorwaarde, dat er ook de komende tweehonderd jaar gratis ruimte wordt geboden aan de lezingen. Vervolgens stelde de gemeente acht miljoen euro beschikbaar voor de ingrijpende verbouwing. Die was te klemmender geworden nadat de brandweer en de Arbo-inspectie het theater ronduit hadden afgekeurd. Het was veel te gevaarlijk. ,,Als er niet snel iets gebeurde, moesten we dicht'', aldus Anja Overhoff.

Voordat de bouwvakkers een diepe krater sloegen in de brede, ondiepe zaal, werden de vijfhonderd oude pluche-stoeltjes geschonken aan een hulpbehoevend theater in Paramaribo, dat er echter maar vierhonderd nodig had. Met enige verbazing heeft de directeur intussen gezien dat de resterende honderd nu op internet worden aangeboden. Maar belangrijker is dat Diligentia zelf nieuwe stoelen kreeg. Plus een veel hogere toneeltoren. Speciaal voor de kamermuziek, die twintig keer per jaar door een zelfstandige stichting wordt geprogrammeerd, kan er bovendien een doosvormig omhulsel naar beneden zakken, om de akoestiek te handhaven. Het goudkleurige hekwerk rond de rand van het balkon, dat veel artiesten op het podium visueel houvast geeft, kon eveneens blijven.

Jaarlijks ontvangt Diligentia een gemeentelijke subsidie van ruim 517.000 euro. Volgens een recent advies van de commissie-Zonderop, de Haagse versie van de Raad voor Cultuur, kan dat volgens het kaasschaaf-procédé wel iets minder. Vooral de educatieve projecten, die de lastig bereikbare Haagse achterstandswijken naar binnen moeten halen, kunnen volgens de commissie wel vervallen. Maar niet volgens de directeur. ,,Er is nog steeds een groot verschil tussen de Hagenaars en de Hagenezen, tussen het veen en zand'', zegt ze. ,,En omdat we door iedereen worden betaald, vind ik dat we er ook voor iedereen moeten zijn.'' Los daarvan vervult het theater wel ,,een nuttige rol'', aldus het advies aan de gemeente.

Triomfantelijk laat Overhoff het bezoek de geheel gerenoveerde kleedkamers zien. En trots trekt ze een deur open waarachter zich een douche bevindt. ,,Nu durf ik de artiesten weer te ontvangen'', zegt ze. Ook het nog altijd dertien meter brede toneel zal niet gauw te klein meer zijn. Artiesten die het te ondiep vinden, kunnen het desgewenst 2,5 meter extra de zaal in laten steken. ,,Maar nu komt die achterlijke Bert Visscher met een show met een zwembad – en dat past hier nog steeds niet in. Ik kan niet blijven verbouwen.''