Een bitter verdriet

In Den Haag wordt morgen prinses Catharina-Amalia gedoopt. In 1769 verliep de geboorte van een erfopvolger van het Oranjehuis heel wat minder voorspoedig.

Prinses Máxima stond na haar huwelijk met kroonprins Willem Alexander onder zekere druk. Zij werd geacht zo spoedig mogelijk een gezond kind te baren opdat de rechtstreekse continuïteit van de Oranjedynastie gewaarborgd zou zijn – ook al zijn er Oranjezijtakken met kinderen.

Hoe anders ging het er vroeger aan toe. Vele generaties lang hing het voortbestaan van het Oranjehuis aan een zijden draadje, of liever aan (de zwangerschap van) één prinses van Oranje c.q. koningin. Om de bekendste voorbeelden te noemen: de prinsen Willem III en Willem IV werden geboren na de dood van hun vader. Wilhelmina bleef na de dood van haar drie halfbroers als enige Oranje over; zij werd koningin, maar kreeg pas na acht jaar en enige miskramen één kind, Juliana, dat op haar beurt wederom als énige van de Oranjefamilie overbleef, tot de geboorte van prinses Beatrix.

Dat zijden draadje waaraan de Oranjes telkens hingen was extra dun door de gevaren die met het baren gepaard gingen. In vroeger tijden kon een vrouw, prinses of niet, wel zwanger zijn, het was altijd weer de vraag of de geboorte voorspoedig zou verlopen. Ook de Oranjes kregen hiermee te maken, zoals blijkt uit de dramatische bevalling die professor dr. F.B. Lammes, emeritus hoogleraar verloskunde en gynaecologie (UvA), recentelijk heeft beschreven in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Hij deed dit op basis van een tot nu toe onbekend gebleven baringsverslag van lijfarts H.D. Gaubius, dat zich in het Koninklijk Huisarchief bevindt. Het betreft de eerste, ongelukkig verlopen bevalling in 1769 van de 17-jarige Wilhelmina `Willemijn' van Pruisen, vrouw van stadhouder Willem V.

De zwangerschap van deze prinses van Oranje verloopt probleemloos en velen in ons land zien uit naar de geboorte van een erfopvolger. Op 22 maart 1769 kondigt de geboorte zich aan. Lijfarts Gaubius en een vroedvrouw begeleiden de bevalling die echter niet naar wens verloopt. Willemijn heeft 's avonds, 's nachts en de volgende ochtend zeer heftige weeën, maar ,,ondanks dappere pogingen van onze goede Prinses'', aldus Gaubius, ,,voldeed de vooruitgang van het kind niet aan onze verwachtingen''. Men stelde vast dat het hoofd te groot en het bekken van de moeder ,,erg nauw'' was.

De arts besluit ,,in deze verschrikkelijke omstandigheden'' de hulp in te roepen van de Amsterdamse vroedmeester A. Titsingh, ,,de meest ervaren man die er in de Republiek ooit was geweest''. Per postkoets spoedt deze deskundige zich van Amsterdam naar het Stadhouderlijk Kwartier op het Binnenhof, een rit van zo'n zes uur. Hij onderzoekt de prinses en geeft toe dat de doorgang erg nauw is. Maar, zo oordeelt hij, bij primaparae (vrouwen die voor 't eerst bevallen) komt dit dagelijks voor.

Titsingh laat de kraamvrouw eerst enige tijd rusten. Rond zeven uur 's avonds beginnen de weeën weer, echter zonder resultaat. De vroedmeester vreest het ergste ,,als deze nutteloze inspanningen nog langer worden volgehouden'' en besluit ,,de natuur kunstmatig te helpen''. Hij beschikt over een bijzonder verloskundig instrument: een gebogen spatel die als hefboom werkt en het hoofdje uit de beklemming kan bevrijden. Titsingh begint met deze handgreep ,,aangespoord door de werkelijk heroïeke inspanningen van de Prinses''. Na ruim twee uur weet hij de geboorte van het kind tot stand te brengen. Maar, aldus Gaubius, ,,de vreugde die men verwachtte bij dit einde der smarten werd onmiddellijk gevolgd door een bitter verdriet'': het kind, een jongen, was tijdens de baring gestorven.

Er is dus geen erfopvolger – en dat is ernstig. Gaubius wil niet het risico lopen dat men hem de schuld geeft van het overlijden van het prinsje, zeker ingeval de prinses van Oranje onverhoopt kinderloos blijft. Daarom stelt hij het gedetailleerde baringsverslag op. Prins Willem V voegt er een met de hand geschreven en verzegelde authenticiteitsverklaring bij. Het geheel wordt opgeborgen bij de `Sekreete Stukken'. En nu, 235 jaar later, kunnen wij dankzij de speurzin van professor Lammes alsnog kennisnemen van deze aangrijpende gebeurtenis in de geschiedenis van de Oranjefamilie. Wat de prinses betreft: zij wordt de moeder van koning Willem I.