Bommen Berend

Ik sta aan de rand van een bosje in Drenthe. Meer dan tien jaar geleden had een archeologische wandelroute me ook hier gebracht.

Via hunebedden, middeleeuwse karresporen, prehistorische grafheuvels, een oude boerderij en een tankgracht uit de Tweede Wereldoorlog was ik uitgekomen bij het Deurzerdiep. Rechts ligt het dorp Rolde, een kilometer naar links begint Assen. Gescheiden door prikkeldraad en hoog gras rijden op enkele tientallen meters afstand fietsers voor me langs. Net als tien jaar geleden wil ik roepen: ,,Meneer, mevrouw, jongens, meisjes, stop eens, kom eens kijken. Hier ligt het Poepenhemeltje! Hier heeft Bommen Berend geslapen!'' Maar weer doe ik het niet en de fietsers trappen onverstoorbaar door.

Eigenlijk is er ook niet zo heel veel te zien. Een tachtig centimeter hoge, vierkante aarden wal van ongeveer tien bij tien meter, met een droge gracht er om heen. Dan heb je het wel gehad. Maar als je het groen uitgeslagen informatiebord leest en je fantasie laat werken, wordt het vanzelf 1672.

Het is voor de Republiek der Nederlanden een rampjaar. Ze wordt aangevallen door de Engelsen, Fransen en de bisdommen van Keulen en Munster. Scheiding tussen kerk en staat bestaat nog niet. Cristoph Bernard van Galen is bisschop én vorst van het in Westfalen gelegen Munster. Hij heeft ook een leger. Eind mei valt hij Overijssel binnen, daarna trekt hij door naar Drenthe, en bezet Coevorden. De nacht van 18 op 19 juli overnacht hij bij Rolde. Ter bescherming richten zijn soldaten een kleine schans rond zijn tent op. Na een goede nachtrust, trekt de bisschoppelijke krijgsheer verder om de vesting Groningen in te nemen.

Hij bestookt de stad met vele bommen, maar behalve de bijnaam Bommen Berend levert het hem niets op. Nou ja, de kunstenaar Romeyn de Hooghe maakt een spotprent van hem: aan zijn bisschoppelijke mijter hangen worsten en als je de tekening omdraait zie je een varkenskop. Er zit voor Bommen Berend niks anders op dan zich met zijn Westfaalse soldaten, die in de volksmond Poepen heten, terug te trekken. Twee jaar later is het weer vrede en verdwijnt de spotprent uit de handel.

In 1985 hebben vrijwilligers het schansje opnieuw opgebouwd. De afgelopen tien jaar is er niets veranderd. Of toch wel, ik zie aan een richtingwijzer dat er nu ook een wandelroute van de ANWB langs het Poepenhemeltje leidt. Mooi, zo wordt het schansje steeds bekender. Wie weet is over weer tien jaar het Poepenhemeltje zo'n begrip geworden dat hier zelfs fietsenrekken staan.