Boekenkartel is verdacht

De Tweede Kamer wil de vaste boekenprijs in een wet vastleggen. De Europese Unie vindt zo'n prijskartel verdacht. Nederland moet bewijzen dat de vaste prijs de cultuur echt helpt.

De vaste boekenprijs werd onlangs op een studiedag van de Vereniging voor Media- en Communicatierecht (VMC) getypeerd als ,,een geloofsartikel''. Zoals wel meer oude credo's staat dat onder druk. Als er niets wordt ondernomen vervalt de prijsbinding in Nederland op 1 januari volgend jaar op grond van Europese regelgeving. Een initiatiefwetsvoorstel van D66, Groen Links en PvdA wil dat voorkomen. Het kan in de Tweede Kamer op een meerderheid rekenen, zo bleek deze week.

De pleitbezorgers hangen aan de vaste boekenprijs zo ongeveer het hele vaderlandse literaire erfgoed op: de garantie van een gevarieerd titelaanbod, de beschikbaarheid van bijzondere boeken voor een breed publiek, armslag voor uitgevers en boekverkopers om titels die niet zijn verzekerd van succes toch op de markt te brengen, ruimte voor de regionale én de gespecialiseerde boekhandel alsmede een vereiste voor een van subsidies onafhankelijk boekenvak.

Europa is minder gelovig en ziet de door uitgevers vastgestelde boekenprijs als een verboden kartel. De enige manier om onder deze valbijl uit te komen is de prijsafspraak te nationaliseren. Dat betekent twee dingen. De prijsbinding wordt overgeheveld van de bedrijfstak naar de overheid, zodat het formeel geen kartel meer is. En deze nieuwe regeling wordt strikt beperkt tot de nationale grenzen. Dan is er immers geen sprake van de internationale handel waaraan de Europese verbodsbepalingen zijn opgehangen. Een probleem blijft dat de vaste prijs een hele sector omvat - en dat is in Europese ogen op zichzelf verdacht.

De hamvraag blijft of de hoge culturele doelen een paardenmiddel heiligen. Dat een hele serie landen in Europa nog steeds vaste boekenprijzen kent, zegt niet alles. Er zijn serieuze redenen voor twijfel, zoals het overaanbod van titels op de Nederlandse boekenmarkt. Staat de vaste boekenprijs niet een behoorlijke selectie in de weg? In het verlengde daarvan ligt de kritiek van de Consumentenbond, die de vaste boekenprijs afschildert als een premie op luiheid van uitgevers zonder dat daar veel tegenover staat. Het valt immers niet te ontkennen dat de uitgeverij tegenwoordig tot in gespecialiseerde onderdelen wordt gekenmerkt door harde ,,targets''. Deze laten weinig ruimte voor culturele kruissubsidies.

Het economische bewijs vóór de vaste boekenprijs is niet geleverd, luidde een stelling op de VMC-middag. Dat is juist een reden voor de politiek om een positieve keuze te maken, reageerde een pleitbezorger als de voormalige staatssecretaris van cultuur Aad Nuis (D66). Waarom zouden we de vaste boekenprijs afschaffen als hij blijkt te werken? In Europa ligt de bewijslast echter omgekeerd: niet bij afschaffing maar bij handhaving. En anders zou dat nog wel eens het geval kunnen zijn bij de Nederlandse mededingingsautoriteit (Nma), die een eigen toetsingsbevoegdheid heeft.