Alles begon met Don Quichot

De `Europese Literatuur', bestaat die eigenlijk wel? Margot Dijkgraaf maakt een tour d'horizon. Deze week de Spaanse schrijver Juan Goytisolo: ,,Ik geloof ik niet dat we literair gezien een groot moment beleven.'

Enorm opgelucht voelt hij zich. Eindelijk kan hij weer slapen. Nu heeft hij wel tijd voor een gesprek over Europese literatuur. De Spaanse schrijver Juan Goytisolo (1931) is een ander mens nu bij de recente verkiezingen in Spanje José Maria Aznar aan de kant werd geschoven en Rodriguez Zapatero tot president werd gekozen. ,,Steeds vaker had ik de indruk dat ik vijftig jaar terug in de tijd was beland. De dynastie van Aznar was dezelfde als die van Franco. De ministers van Aznar waren de zonen en de neven van Franco. Alles kwam terug, de macht van de kerk, de koloniale minachting voor Marokko, de anti-Franse houding, alles. Het was verschrikkelijk en deplorabel. Nu voel ik me weer goed.'

Goytisolo, die sinds een jaar of vijf in Marrakech woont, is in Brussel op uitnodiging van het literaire festival Het Beschrijf dat grotendeels aan het thema `Europa' is gewijd. Een kleine dertig romans schreef hij, waarvan sommige autobiografisch, naast vele essays. Zijn meest recente werken, Cogitus interruptus en Etat de siège, zijn in het Frans beschikbaar. Sinds de jaren tachtig wordt zijn werk niet meer in het Nederlands vertaald. Te moeilijk, waarschijnlijk, te geëngageerd, te gevarieerd, te weinig gericht op het grote publiek.

Een luis in de pels van Spanje is Goytisolo, met in zijn vaderland `de treurige reputatie van een vogel die zijn eigen nest bevuilt', schrijft hij in één van zijn essays. Hij werd geboren in een welgestelde, burgerlijke familie. Zijn vader belandde tijdens de burgeroorlog in de gevangenis en in 1938 werd zijn moeder gedood bij de eerste in opdracht van Franco uitgevoerde luchtaanval. Twintig jaar later, na publicatie van zijn eerste roman die meteen op de lijst van verboden boeken werd gezet, vertrok hij naar Parijs, walgend van de dictatuur die zijn vaderland vergiftigde. Daar verkeerde hij in het geëngageerde, veelal communistische schrijversmilieu, trad hij in dienst van uitgeverij Gallimard en daar woonde hij tot voor enkele jaren.

Inmiddels is Goytisolo alom erkend als een van de grootste Spaanse schrijvers. Hij kreeg veel buitenlandse prijzen – vooral vanwege zijn aanval op de door de rooms-katholieke kerk gedefinieerde, gecanoniseerde zwarte lijst van verboden boeken – maar geen enkele Spaanse.

Goytisolo is een intellectueel die in zijn essays en artikelen fulmineert tegen de geschiedvervalsing zoals die volgens hem op middelbare scholen plaatsvindt; een literatuurcriticus die pleit voor de ontsluiting en analyse van de Spaanse literatuur uit vroeger eeuwen, zodat de Spanjaard eindelijk kennis kan nemen van het verleden dat hem zijn huidige identiteit verleent. Het is een kosmopolitisch denker die pleit voor erkenning van de Arabische en joodse invloed op het Spaanse cultuurgoed, dwars tegen de heersende stroom in; een schrijver met een groot historisch besef die strijdt voor integratie van alle aspecten uit het verleden; een publicist die niet schroomt in El Pais en in Le Monde op hoge toon zijn afkeer uit te spreken van de Spaanse deelname aan de oorlog in Irak; een geëngageerd auteur, die Tsjetsjenië, Sarajevo en Algerije bezocht en er boeken over schreef; een `intellectueel zonder mandaat', tenslotte, in Goytisolo's eigen definitie, die geen deel uitmaakt van welk machtsconglomeraat dan ook en alle middelen die hem ter beschikking staan aanwendt om te protesteren tegen de onverschilligheid en de domheid van de mens, de macht van de economie en de politiek, de tirannieke overheersing van het beeld boven het woord en de teloorgang van de individuele verantwoordelijkheid en de moraal.

Moslims en joden

Is voor Goytisolo de vraag naar een Europese literatuur een zinvolle? De schrijver wil alleen spreken over de literaturen die hij kent: de Spaanse, de Franse, de Russische, Italiaanse en Duitse. ,,Als ik me daarop baseer, geloof ik niet dat we literair gezien een groot moment beleven. Natuurlijk hebben die Europese literaturen de klassieke Griekse en Latijnse bronnen gemeen.'

Welke plaats de Spaanse literatuur inneemt binnen dat Europese palet? ,,De Spaanse cultuur is westers en Europees, maar genuanceerd. Ze heeft elementen in zich die andere Europese landen niet hebben. Gedurende tien eeuwen, van de achtste eeuw tot aan het begin van de zeventiende, was er, ondanks heftig verzet en de uiteindelijke verdrijving, een moslimgemeenschap in Spanje. Die heeft zijn stempel gedrukt op de taal, de gewoonten, de leefwijze, de literatuur en de kunst – tot op de dag van vandaag. Daarnaast was er in de Middeleeuwen een bloeiende joodse gemeenschap, die net als de moslims, radicaal door de rooms-katholieke koningen is verdreven in naam van religieuze homogeniteit en de puurheid van bloed.

,,Die invloeden van buiten op de Spaanse cultuur en literatuur moet je beschouwen als een rijkdom. Niet als een gebrek, zoals zo vaak gebeurt. In Spanje neigt men ertoe alles wat niet puur Europees is te verdonkeremanen. In de achttiende eeuw werd er in Frankrijk gezegd dat Afrika begon bij de Pyreneën. Dat was een pijnlijke beschuldiging. Sindsdien heeft men in Spanje altijd Europeser willen zijn dan andere Europeanen. Men heeft alles wat de verschillen tussen Spanje en de rest van Europa in beeld bracht, verre van zich geworpen. Voor alles moest de last van het verleden verdwijnen. De doctrine van de vooruitgang gold en Spanje moest net zo Europees worden als andere landen.'

Nadat de moslims uit Spanje waren verdreven werden hun monumenten voor het grootste deel vernietigd, precies zoals de Serviërs in Bosnië deden en de Grieken op Cyprus. Sommige monumenten ontsnapten de dans, zoals het wereldberoemde Alhambra. ,,Weet u wie het Alhambra ontdekte? Een Engelse reiziger, Washington Irving. De Spanjaarden wilden er niets van weten, minachtten het. Niet voor niets zijn het ook buitenlanders die El Greco hebben ontdekt en zo zijn er nog veel meer gevallen.'

In Cogitus interruptus schrijft Goytisolo dat in een anthologie van reisverhalen van de achttiende tot de twintigste eeuw reizigers hun verbazing uitspreken over de onwetendheid en het gebrek aan interesse van de inheemse Spaanse bevolking voor hun eigen verleden – dit ten gevolge van de vijandige houding van de rooms-katholieke kerk ten aanzien van moslims. ,,De blik van anderen maakt deel uit van de globale kennis die we van onszelf hebben. Die van buitenlandse reizigers droeg bij aan de bijstelling van onze visie op de kunst die moslims in ons land hadden achtergelaten.'

Dat geldt ook voor de literatuur. ,,De Spaanse literatuur verschilt van andere doordat er joodse aspecten in zitten en invloeden van de oriëntaalse literatuur. De oosterse literatuur is via joodse vertalers uit Toledo in Spanje gekomen en heeft zich zo verder verspreid. De eerste geschriften van Aristoteles bereikten Spanje via de Arabieren. Alphons X (1221-1284 – MD) wilde van Toledo de hoofdstad van de wetenschap maken. De theologie was verbonden aan de Sorbonne, het recht in Bologna en Toledo werd het centrum van wetenschap, astronomie en astrologie. Hij liet geweldige boeken vertalen uit het Arabisch.'

De Europese literatuur heeft de hele oriëntaalse literatuur in zich opgenomen, meent Goytisolo. Dat is een bewijs van gezondheid. Sinds enige tijd verdiept hij zich met name in de Vertellingen van de Duizend-en-één nacht, aangezien de universiteit van Madrid hem – voor het eerst, nadat hij jaren in de VS doceerde – verzocht daarover college te komen geven. Onderwerpen die aan de orde komen zijn de orale traditie en de verspreiding van de verhalen door de hele westerse literatuur heen. ,,Kijk eens naar Candide van de Franse filosoof Voltaire. Dat is duidelijk een parodie op het literaire procédé van de Duizend-en-één nacht. Je kunt ook fabels van La Fontaine vinden die er erg dicht bij staan.'

Volgens Goytisolo is een van de problemen van de Spaanse literatuur dat de grote auteurs geen navolgers hebben gekregen. De Spaanse karmelieter monnik, priester en mysticus Sint Jan van het Kruis (1542-1591), bejubeld door de auteur, werkte als `een solitaire vogel' en bleef onontdekt. Het anonieme meesterwerk La Celestine, geschreven rond 1500, is pas laat erkend. Goytisolo is degene die het meesterwerk nu becommentarieert en een plaats geeft binnen het Spaanse erfgoed. Zijn Franse vertaalster bereidt een Franse uitgave voor van dit nog niet eerder vertaalde meesterwerk.

Er is één boek dat volgens Goytisolo het aanzien van de hele Europese literatuur heeft veranderd: Don Quichot van Miguel de Cervantes (1547-1616). ,,Dat boek heeft alle literaturen bevrucht, de Franse aan het eind van de 17de eeuw, de Engelse aan het begin van de 18de en de Russische in de 19de eeuw. Alleen in Spanje was er tot in de 20ste eeuw geen erfgenaam.'

De Spaanse literaire traditie uit de negentiende eeuw is sterk gericht op het realisme, vertelt Goytisolo. Hij noemt La regenta van Clarin (1852-1901). Dat realisme vind je nu nog terug in de hedendaagse literatuur. Zelf schrijft Goytisolo allesbehalve realistisch. ,,Ik ben altijd bezig geweest met een onderzoek naar de bron van de taal. Elk van mijn boeken heeft een verband met Cervantes of met Sint Jan van het Kruis. Mijn roman Paysages après la bataille (1985) heeft een directe verbinding met Flaubert, met Flaubert als de lezer van Cervantes. Cervantes heeft voor het eerst de autoriteit van de auteur doorbroken, door van hem eveneens een personage te maken. Datzelfde gebeurt in de verhalen van Duizend-en-één nacht. Er zijn auteurs die daarna personage worden, er zijn verzonnen personages en personages die bij andere auteurs weer als personage terugkomen. Dat alles heeft Cervantes in de literatuur geïntroduceerd.'

In de roman Etat de siège (1995), die Goytisolo schreef na zijn bezoek aan het toen belegerde Sarajevo, gebruikt hij ook een dergelijk meerstemmige vertelvorm. De dood van een schrijver en een dichter in Sarajevo – wier lijk verdwijnt maar wier gedichten worden gevonden – wordt vanuit verschillende gezichtspunten bekeken, waardoor er een mozaïek ontstaat dat tegelijkertijd een metafoor is voor alle vormen van belegering. Dezelfde vorm koos Goytisolo voor zijn roman Trois semaines en ce jardin (1997), waarin leden van een leesgroep vorm proberen te geven aan het leven van een Spaanse dichter die uit een psychiatrische instelling is ontsnapt. Ook hier vormen de verhalen een ingewikkelde kluwen. ,,Ik heb geprobeerd de vorm van de roman opnieuw te formuleren. De orale, van oorsprong oriëntaalse traditie is heel belangrijk voor de Spaanse literatuur. Tot de uitvinding van de boekdrukkunst was het ritme, de prosodie van literatuur wezenlijk. Neem Louis-Ferdinand Céline, James Joyce of Emilio Gadda – hun werk moet je hardop voorlezen. Ikzelf heb op het marktplein in Marrakech de orale traditie ontdekt.'

Op dat marktplein, waar Goytisolo op een steenworp afstand vandaan woont, doen vertellers iedere dag eeuwenoude legenden, gedichten en kronieken uit de doeken. De verhalen van dat plein zijn door de UNESCO uitgeroepen tot `oraal erfgoed van de mensheid'. Een jury, onder voorzitterschap van Goytisolo, inventariseert sindsdien mondeling overgedragen erfgoed. ,,Het zijn fantastische verhalen, waar uiteraard geen enkele fabrikant van literaire producten in geïnteresseerd is.' Goytisolo leerde uit belangstelling voor het Arabische erfgoed, het Arabische dialect dat er in Marokko wordt gesproken, hetgeen hem in Spanje de bijnaam `l'arabe' opleverde. Reden temeer om hem een plaats binnen de Spaanse literatuur te ontzeggen.

Kritische houding

Twee jaar geleden kreeg Goytisolo de Octavio Paz-prijs vanwege zijn kritische houding ten aanzien van de Spaanse literaire traditie. Waaruit bestaat zijn kritiek? ,,Ik heb nooit de canon willen accepteren die het nationaal-katholicisme ons oplegde. De rooms-katholieke kerk bepaalde wat je wel of niet moest lezen. Ik heb dat icoon-beeld van de Spaanse literatuur willen verbreden en vermengen met andere literatuur. Ik heb de werken uit voorgaande eeuwen anders willen lezen en daarover geschreven in mijn kritische werk. Dat begeleidt mijn romans – het één is met het ander verbonden.'

Hoewel het rooms-katholieke geloof een groot stempel heeft gedrukt op de Spaanse literatuur in zijn geheel, is een aantal schrijvers toch aan die druk ontsnapt. ,,De schrijvers die ik het meest bewonder zijn zij die door de kerk veroordeeld waren: protestanten, joden, aanhangers van Erasmus, sceptici en leken. Dat zijn de werkelijk erudiete auteurs. Ze schreven heterodoxe verhalen, behoorden tot de periferie van de samenleving en niet tot het centrum. Daar denkt men zo vaak dat men tot de navel van de wereld behoort. Er zijn drie taboes met betrekking tot de Spaanse literatuur. Ten eerste wil men niet erkennen dat de eerste drie eeuwen van de Spaanse literatuur is geschreven in een neo-Latijnse taal met veel Arabische invloeden en modellen. Ten tweede weigert men te erkennen dat de literatuur uit de drie eeuwen die daarop volgden – van de vijftiende tot de zeventiende eeuw – draaide om het probleem van de zuiverheid van het bloed. Tot slot beweert men altijd dat de Spaanse literatuur geen erotiek kent. Dat is onzin. Je hoeft er La Celestina uit de vijftiende eeuw maar op na te lezen.'

Goytisolo komt terug op het gebrek aan belangstelling dat Spanjaarden aan de dag leggen voor hun eigen geschiedenis, hun eigen cultuur, literatuur en taal. Doordat hij zich het Marokkaans-Arabische dialect heeft eigengemaakt, is Goytisolo in staat om oude teksten te lezen en de origine van veel woorden te herleiden. ,,Door dat gebrek aan nieuwsgierigheid kunnen we nu de Spaanse cultuur niet bestuderen zonder te lezen wat de Franse, Engelse, Duitse en Amerikaanse onderzoekers erover hebben geschreven. En wat hebben Spanjaarden nu eigenlijk bijgedragen aan de kennis van de Franse, Engelse en Duitse culturen? Niets! In plaats van `subject' van reflectie zijn we `object' van reflectie!'

Natuurlijk, Spanje heeft vele malen zijn denkers en wetenschappers verloren, tijdens de Inquisitie, tijdens Franco. Spaanse Moren en de joden werden voortdurend verjaagd. Dat had ook zijn consequenties voor literatuur en wetenschap. Het verklaart Goytisolo's engagement als schrijver en zijn reizen naar Tsjetjenië, Bosnië en andere oorlogsgebieden. Die komen voort ,,uit de wil een zoektocht te ondernemen naar de waarheid', schreef hij een maand geleden in Le Monde, ,,zo niet dé waarheid dan toch míjn waarheid van de gebeurtenissen. Een waarheid verduisterd door de gigantische manipulatie waarvan wij allemaal het slachtoffer waren in de video-Golfoorlog: getrukeerde foto's, obscene eufemismen, vergiftigde berichtgeving met valkuilen, neutrale nieuwsberichten van een onverdraaglijke rauwheid.'

Goytisolo was vlakbij Srebrenica in juli 1995. ,,Ik heb gezien hoe de breuk tussen de moslimwereld en de westerse wereld zich voltrok. Servische extremisten hebben op één dag meer dan 7.000 personen in één stad vermoord. Ik heb in het ziekenhuis de overlevenden gesproken en per telefoon een heel verslag aan El Pais doorgebeld. Maar de internationale pers meldde het pas zo'n twee weken later. Het zijn steeds dezelfde menselijke tragedies. Lees Shakespeare, lees La Celestina, lees de Griekse tragedies. Er is niets veranderd. Er zit geen enkele vooruitgang in het menselijke ras.'

De genoemde titels van Juan Goytisolo zijn in het Spaans uitgegeven bij Alfaguara en in het Frans bij Fayard.