Vluchtelingen drukten stempel op het voetbal

Euro 2004 viert de vijfde verjaardag van United Colours of Football, een door Nelson Mandela geïnspireerde campagne in het voetbal. ,,Voetbal heeft de kracht te inspireren en te verenigen en brengt hoop waar wanhoop was.''

Europa wordt steeds veelkleuriger. De populariteit van het voetbal kan mensen samenbrengen. Dat was een van de conclusies in het Portugese Braga waar vertegenwoordigers van het Europees parlement en de Europese voetbalbond (UEFA) eind mei samenkwamen onder het motto `Rooting out the racists' (racisten wegvagen). Zij spraken over voetbal als middel om asielzoekers en migranten te verbinden met de oorspronkelijke gemeenschap.

Tijdens de EK die zaterdag in Portugal begint, is er ook aandacht voor jonge slachtoffers van burgeroorlogen. In samenwerking met het Internationale Rode Kruis lanceren de scheidsrechters die de komende weken in Portugal fluiten de campagne onder het motto `Mensenrechten. Bescherm alle kinderen!' Zo keert het voetbal terug naar zijn artistieke en wereldwijde roots uit de negentiende eeuw: de uittocht van mensen zonder rechten en zonder hoop, op de vlucht voor armoede en onterende omstandigheden. Het vrijheidslievende voetbal dat toen ontstond was een schreeuw van onmachtigen en vernederden: Iers-Schots, Joods-Boheems, Afro-Amerikaans.

In hun odyssee naar het licht vonden deze verworpenen der aarde drie dingen die het leven draaglijk moesten maken: de populaire muziek (folk, pop, blues, jazz, tango en samba); de sociaal-democratie en het voetbal.

De vertolkers van deze vrije voetbalstijlen – afstammelingen van mensen die op de vlucht waren – brachten de voorbije eeuw het avontuurlijkste spel. `Celts', joden, zwarten en ook andere migranten stonden overal ter wereld onderaan de samenleving. Het voetbal hielp hen als mens vooruit.

De Schotten, onder invloed van de Ierse diaspora na de grote hongersnood (1845-1847), zijn de grondleggers van de artistieke gedachte in het voetbal: `the passing game'. Dat stond heftig in contrast met het hoekige Engelse spel en diende als antwoord op de minderwaardige maatschappelijke positie van Schotten en Ieren in het Verenigd Koninkrijk. Na een Europese rondreis met Celtic bleef John Madden in Praag hangen. Hij vertoefde er van 1904 tot 1940 als coach van Slavia. Hij gold als brein achter de Praagse stijl die in de jaren dertig het fraaiste voetbal van Europa opleverde.

John Hurley verruilde in 1909 Glasgow voor Montevideo. De donkere straatkinderen pikten zijn `passing game' gretig op. Uruguay werd dé voetbalnatie van de jaren twintig.

Jimmy Hogan werd geboren bij Manchester, als nazaat van Ierse immigranten. Hij smokkelde in 1914 de passing game als coach naar joods Wenen en joods Boedapest. Hij verrijkte Austria en het nationale elftal in de jaren dertig met zijn inzichten. Zijn diverse passages langs MTK Boedapest lagen aan de basis van de exploten van de `Magic Magyars' (Puskas en co) in de jaren vijftig.

Charlie Miller was de zoon van een Schotse vader en Braziliaanse moeder. Hij bracht de blijde voetbalboodschap van São Paulo tot Rio. Tot vandaag worden onmogelijke Braziliaanse bewegingen bedacht met de bijnaam Chaleira.

Rond 1900 ontstond een nieuwe voetbalcultuur uit het spontane en gekleurde straatvoetbal in Montevideo, de Afro-Amerikaanse. De overheid stippelde een sociale sportpolitiek uit. De Celestes (hemelsblauwen) lanceerden de gekleurde voetbaldans en wonnen het eerste WK, in 1930. De Braziliaanse auteur Mario Filho schreef in de jaren vijftig het fascinerende O Negro do Football Brasileiro: ,,Er is geen enkel fenomeen dat de Braziliaanse mensen zo verenigt en in euforie kan samenbrengen. De dans op het veld bezorgt de mensen vervoering in het stadion en vreugde in het leven. Het voetbal helpt de zwarte, de mulat, de indiaan en de cafuso – kruising van indiaan en zwarte – om de ketens van zijn slavernij te breken.'' Brazilië plukte hiervan de vruchten met de veelkleurige wereldteams van respectievelijk 1958 en 1962, 1970, 1994 en 2002: de ongrijpbare samba van de Seleçao.

In het tsaristische Rusland, verjoeg antisemitische wetgeving rond 1880 joden naar Berlijn en München. Ze bestreden hun discriminatie onder meer via het voetbal. Bayern koos met Kurt Landauer een joodse voorzitter (1913-1933). De journalist Walther Bensemann verspreidde na de Eerste Wereldoorlog in de Weimarrepubliek het idee van `voetbal als levensgenot'. Landauer en Bensemann droegen bij tot een zachter politiek klimaat, met vele internationale contacten.

Tijdens het interbellum ontstond het behagende Donauvoetbal vanuit de as Wenen-Boedapest; aan de passing game werd onder joodse invloed de individualistische elegantie toegevoegd. Wenen was de metropool en Hugo Meisl, met Hogan, de aanstichter. Geen stad ter wereld telde tussen 1925 en 1935 zoveel uitstekende elftallen. In Boedapest maakte intussen MTK goede sier, met elf opeenvolgende landstitels tussen 1914 en 1925. MTK kende evenzeer een vrijzinnig-joodse basis. MTK kopieerde – via Jimmy Hogan – ook het Schotse passingspel. De joden van MTK kantten zich tegen het zionisme en verwierpen elke godsdienstige orthodoxie. Bela Guttman zou deze filosofie later een gezicht geven. De kosmopoliet ontsnapte op het nippertje aan de nazi's door zijn vlucht naar de Verenigde Staten en geniet bovenal roem omdat hij het voetbal van de Magic Magyars na 1954 naar Brazilië transformeerde, waar het werd verfijnd door Didi en Pelé. Vervolgens bracht hij op zijn beurt het gekleurde Braziliaanse idee in 1960 naar Eusebio's Benfica. Later zou Cruijffs Ajax, ook al gedragen door een vrijdenkende joodse omgeving, zich verdiepen in deze systemen. Oranje 1974 vond in spelstijl en uitstraling aansluiting bij de romantische idealen van de grote Donauschool, die volledig werd vertrappeld door de nationaal-socialisten, en bij de Hongaarse ploeg van 1954 en Brazilië in de periode 1958-1970. Gemeen hadden zij de liefde voor het genotvolle spel en de ongrijpbare bal. In Maradona (WK 1986) en het huidige Franse nationale team vonden ze waardige erfgenamen.

Het vrijheidslievende voetbal contrasteerde de voorbije eeuw met de conservatieve voetbalsystemen van onder meer Engeland, Duitsland, Italië, Spanje, het voormalige Oostblok en Argentinië. Het is de eeuwige tweestrijd tussen controle en kunst en tussen verjaagd worden en thuiskomen.

Na de exodus rest vaak slechts de bal. Of, zoals asielzoekers het zeiden in augustus 2003 in Manchester zeiden bij het slot van de Unity Cup: ,,Voetbal is het enige dat ons verenigt en ons in staat stelt om één te zijn.''

Dit is het eerste deel in een serie over de United Colours of Football en de relatie tussen voetbal en integratie.