Verdwalen in de AFM-registers

De Rekenkamer is kritisch over het toezicht op de markt van sparen, beleggen en lenen. Nauwelijks aangiftes, wel veel `normoverdragende' gesprekken.

Wie de effectentransacties van de voormalige Ahold-top in de registers bij de toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) wil nazoeken komt van een koude kermis thuis. De meeste bestanden zijn opgeschoond op verzoek van betrokkenen, een verzoek dat de AFM moet opvolgen. Tegelijkertijd blijkt overtreding van de meldingsplicht schering en inslag te zijn, terwijl de AFM zelden tot sancties overgaat.

De meldingsplicht voor effectentransacties van bestuurders en beleggers en de aanverwante openbare registers zijn wellicht illustratief voor de gordiaanse knoop waarin het toezicht op de financiële markten zich bevindt. De Rekenkamer constateert in een vanochtend verschenen rapport dat het toezicht soms afwachtend, reactief of nog niet voldoende effectief is.

Verder erkent de Rekenkamer een keur aan hiaten in wetgeving en een gebrek aan bevoegdheden van de AFM om zijn controle- en toezichtstaak fatsoenlijk te kunnen uitoefenen.

Bij de bestrijding van handel met voorkennis vreest de Rekenkamer dat er zaken tussen wal en schip vallen door afstemmingsproblemen tussen Justitie en AFM. Juist als het openbaar ministerie niet tot vervolging overgaat na aangiftes van de AFM, zou de toezichthouder alsnog over kunnen gaan tot het opleggen van bestuurlijke boetes, zo vindt de Rekenkamer.

Bedrijven en bestuurders blijken over een breed front hun effectenhandel te laat te melden. In 2002 kwam 37 procent van de meldingen over grote aandelenbelangen te laat bij de AFM binnen. In hetzelfde jaar meldden bestuurders en commissarissen in 15 procent van de gevallen hun effectentransacties te laat. De AFM legde in geen van de gevallen een boete op. In veel gevallen werd volstaan met discrete waarschuwingen of ,,normoverdragende'' gesprekken. Tweemaal werd aangifte bij justitie gedaan.

De Rekenkamer noemt het ,,op het eerste gezicht'' opmerkelijk dat er zo weinig boetes worden opgelegd bij zoveel overtredingen. Maar volgens de toezichthouder is er nagenoeg altijd sprake van first offenders waardoor wordt volstaan met waarschuwingen.

De meldingsplicht kent een lange traditie. In 1992 werd al de eerste vorm van meldingsplicht ingevoerd om de transparantie op de financiële markten te vergroten. Vandaag de dag is nog steeds onbekend hoeveel meldingen ten onrechte achterwege blijven. De AFM heeft volgens de Rekenkamer onvoldoende bevoegdheden om de meldingsplicht ,,actief te handhaven''. Zulke constateringen kunnen altijd op een gewillig oor rekenen bij de toezichthouder die al jaren strijdt om meer armslag.

Minder opbeurend voor de AFM zijn de conclusies dat het toezicht van AFM tekortschiet. Het ministerie van Financiën en de AFM stellen, in reactie op de bevindingen van de rekenkamer, ,,geen informatie'' te hebben over de betrouwbaarheid van hun registers. Sterker, volgens het ministerie is het ,,nooit de bedoeling geweest'' een betrouwbaar register in te stellen.

De AFM laat weten wel inzicht te hebben in het aantal te late meldingen, maar ,,dat dit aantal niet uit het computersysteem kan worden gegenereerd''. De Rekenkamer is weinig overtuigd en zegt dat die stelling ,,niet toetsbaar is onderbouwd'' en oordeelt vernietigend over de drie registers die de toezichthouder beheert. Volgens de rekenkamer zijn openbare registers ,,alleen zinvol voor beleggers als de informatie volledig, actueel en juist is''.