Neoconservatieven

Onder de kop `Het failliet van de neoconservatieven' betoogt Sjoerd de Jong dat het project Irak een neoconservatieve zeepbel was (NRC Handelsblad, 1 juni). Hij vergeet dat regime-change in Irak al een doelstelling van Clinton was en handhaaft voorts niet duidelijk genoeg het onderscheid tussen conservatieven en neoconservatieven.

Een conservatief is van mening, dat regeerders hun werk goed moeten doen, maar beschouwt de wil van het volk niet als hoogste maatstaf voor wat een goede regering is. Een conservatief is hooguit democraat bij gebrek aan beter en zal de verbreiding van democratie zeker niet als hoogste doel nastreven. Maar in de Verenigde Staten is sprake van een revolutionaire volkssoevereiniteit (We the people...), zodat echt conservatisme daar ongrondwettig is.

Om dit probleem op te lossen, is het neoconservatisme uitgevonden en De Jong heeft het terecht over conservatieve revolutionairen. Echte conservatieven in de Verenigde Staten kunnen eigenlijk alleen maar de revolutie ongedaan willen maken en zouden er voorstander van moeten zijn, dat hun land zich aansluit bij het Britse Gemenebest. Geen gek idee trouwens, ook niet voor andere landen.

Eigenlijk zijn de conservatieven rond de Burke-stichting eveneens neo's, want Burke gispte wel de vernielzuchtige Franse revolutionairen, maar deed als anglicaan niet moeilijk over de dissolution of the monasteries die toch ook een destructieve breuk met oude tradities inhield. Voor echt conservatisme moet je nog verder terug in de geschiedenis om als sceptische Byzantijn te constateren hoe al die westerse nieuwlichters tegen de lamp lopen.