Medea is meer dan gestichtsrijp

`Het zwembad van een psychiatrische kliniek.' In zijn toneeltekst Medea materiaal gaf Heiner Müller aanwijzingen voor een dergelijk decor en regisseur Anatol Vassiliev volgt ze op zijn manier op. Het zwembad is bij hem een klotsende, op een beeldscherm geprojecteerde zee en de psychiatrische kliniek – tsja, daar moet je vanzelf aan denken zodra Medea d'r mond opendoet.

Want deze Medea, door Valérie Dréville gespeeld, spreekt niet, nee, ze grauwt, brult, knauwt en krijst. Zoals men haar in haar ballingsoord Korinthe noemt, zo is zij geworden: een barbaarse. Een beest, een vreemdeling, gewond, gevaarlijk en meer dan gestichtsrijp. Met een verstoorde grimlach roept ze Jason, haar man, haar alles, haar verrader die met de dochter van de Korinthische koning wilde trouwen hoewel hij zijn leven en zijn twee zoons aan haar, Medea, te danken had. Jason is al dood, Medea blikt terug en het is duidelijk dat haar wraak haar niet gelukkiger heeft gemaakt.

Ze herhaalt hem nog eens, die wraak, minder om het publiek te overtuigen dan om zelf te begrijpen wat ze heeft gedaan; ze leeft in de gesloten wereld van de waanzin en als zij de jurk voor Jasons bruidje volgens plan in vlammen ziet opgaan raakt ze bevangen in duistere muziek. Die beweegt mee met de zwarte golven op het scherm, de golven van de gevaarlijke overtocht van Kolchis naar Korinthe, de golven van Jasons en Medea's lot. En bij de moord op hun kinderen, twee strooien poppen hier, wordt het zo aardedonker dat alleen het vuur waarin de doden smeulen even oplicht.

Het vuur, de golven en de poppen: dat zijn de spannende momenten in een voorstelling die verder net zo hermetisch is als Medea's gekte. De Nederlandse toeschouwer heeft moeite om het verhaal te volgen, niet alleen omdat Dréville de Franse versie van de oorspronkelijk Duitse tekst gebruikt maar ook omdat haar Frans een vermínkt Frans is, passend bij haar slachtoffers en haar gemoedsgesteldheid en heel slecht te verstaan. Dat Müllers tekst vooraf kort op het scherm verschijnt, in het Nederlands, biedt maar weinig soelaas: om goed bij de les te blijven wil je niks anders dan een synchrone vertaling. Nu kijken de toeschouwers veertig minuten naar een vrouw die naakt en wijdbeens op een soort baarkruk zit te raaskallen. Dramaturgisch verantwoord, want baren en doden zijn bij Müller één, en wel één grote vergissing, één grote tocht naar het dolhuis. Maar wie al in dat dolhuis is beland, zoals de Medea van deze Russische regisseur, die verzet zich woedend tegen contact met de normalen en dus haakt het publiek af.

Holland Festival. Voorstelling: Médée Matériau. Tekst: Heiner Müller. Regie: Anatoli Vassiliev. Gezien: 9/6 Theater Bellevue, Amsterdam. Daar t/m 14/6.