Mankes

Bij veilinghuis Christie's in Amsterdam konden we gisteren twee topstukken van Jan Mankes kopen. Dertig jaar geleden had ik nog kunnen meedoen, want toen deden de schilderijen van Mankes nog maar vijf- tot vijftienduizend gulden.

Spijtig dat ik toen nog niet van Mankes (1889-1920) had gehoord. Hij kwam aan het einde van de jaren tachtig in mijn leven om er niet meer uit te gaan. De Nescio onder de Nederlandse schilders heb ik hem al eens bij een andere gelegenheid genoemd. Zoals je Nescio kunt blijven lezen, zo kun je Mankes blijven zien. Ook Mankes is de schepper van een klein, in zichzelf gekeerd oeuvre, dat een tijdloze sereniteit ademt.

Als je zijn landschappen, (zelf)portretten en stillevens eenmaal hebt gezien, vergeet je ze niet meer. Toen ik na de veiling in de stad een terras betrad, hield ik de catalogus van Christie's onder mijn arm. Een beetje vertoon van culturele betrokkenheid kan nooit kwaad. Op de achterkant stond een kleine afbeelding van het zojuist geveilde zelfportret van Mankes uit 1913. De jonge buffetbediende die mij hielp, kan er slechts een glimp van gezien hebben, maar hij zei meteen: ,,Jan Mankes, hè?''

Waarmee ik niet wil beweren dat álle buffetbediendes van Amsterdam zo kunstminnend zijn. De mijne moest toegeven: ,,Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd.''

Bj Christie's ging naast het zelfportret ook Bomenrij uit 1915 onder de hamer. Het is een ijl, verdroomd boslandschap met twee nietige wandelaars. Prachtig maar ik zou toch eerder het zelfportret hebben gekozen. De richtprijs van het zelfportret was ook veel hoger: 200.000 tot 300.000 euro (tegen 100.000 tot 150.000 voor Bomenrij).

Gelukkig is ook in de kunst niet alles voorspelbaar. Het zelfportret ging weg voor 260.000 euro (met opgeld komt het op 296.450 euro voor de koper). Dat gebeurde vrij snel, zonder veel opbiederij.

Maar rond Bomenrij ontstond een felle slag. Eenzaam op de voorste rij, vlak onder het gestoelte van de veilingmeester, zat een kale, bejaarde man in ruitjesoverhemd – een particuliere verzamelaar. Hij voerde moedig strijd met een onzichtbare bieder, die via een van de telefonisten aan de zijkant van de zaal tegen hem opbood. Het ging met sprongen van 10.000 euro.

,,260.000.''

,,270.000.''

,,280.000.''

Zo kropen ze naar en over de 300.000 euro. De kale man liet zijn biednummer niet zien, hij volstond telkens met een nauwelijks waarneembaar knikje of handgebaartje naar de veilingmeester.

,,370.000.''

De veilingmeester keek snel naar de kale man. En hij keek nog eens. Maar de kale man gaf geen signaal meer af, hij capituleerde.

Zo werd Bomenrij voor 370.000 euro (417.450 voor de koper) verkocht een wereldrecordprijs voor een geveilde Mankes. Koper, zo bleek naderhand, was zakenman Dirk Scheringa, eigenaar van het Frisia Museum in het Noord-Hollandse Spanbroek (en van de voetbalclub AZ). Het is zijn veertiende Mankes. Hij had al een zelfportret uit 1913, vandaar zijn voorkeur voor Bomenrij. Of ook het zelfportret een Nederlandse koper vond, mocht Christie's mij niet zeggen.