Irak achtervolgt zelfverzekerde Deense premier

De Deense regering besloot vorige week, met steun van de oppositie, zonder problemen tot een verlenging van de Deense militaire missie in Irak.

Een paar weken geleden explodeerde er een houten kistje met wat vuurwerk voor het Deense ministerie van Defensie. Bij het kistje werden pamfletten gevonden waarin werd opgeroepen tot de terugtrekking van de bijna vijfhonderd Deense militairen in Irak. Er stonden teksten op als `steun het Arabische volk, Yankees go home' en `Deens imperialisme weg uit Irak'. Niemand eiste de verantwoordelijkheid op, niemand raakte gewond.

Het klungelige protest heeft niet gewerkt. Het 179 zetels tellende Deense parlement ging vorige week – zonder noemenswaardige tegenstand – akkoord met een verlenging van het mandaat in Irak met een half jaar. Alleen de Socialistische Volkspartij (12 zetels) en de rood-groene Eenheidslijst (4 zetels) waren tegen. De grootste oppositiepartij, de sociaal-democraten, steunde zonder veel moeite de centrum-rechtse regering.

Voor de Deense geestverwanten van de Partij van de Arbeid was dat al lang een uitgemaakte zaak, zelfs voordat de Veiligheidsraad van de VN zich had uitgesproken over een nieuwe Irak-resolutie. De Deense bevolking was in de kwestie-Irak vanaf het begin pro-Amerikaanser dan veel andere Europese landen, en zeker ook dan Nederland. Toch was een kleine meerderheid niet blij toen Deense militairen samen met de Amerikanen, Britten, Australiërs en Polen daadwerkelijk ten strijde trokken, nadat het ministerie van Defensie op 22 maart 2003 officieel de oorlog had verklaard aan Irak.

De toen nog zeer zelfverzekerde premier Anders Fogh Rasmussen was ervan overtuigd dat Saddam Hussein beschikte over massavernietigingswapens en dat er daarom moest worden opgetreden. ,,Dit is niet iets wat we vermoeden. We weten het'', aldus de premier. Al in oktober 2002 wees hij op het gevaar: ,,Het is te laat als het eerste gifgas zich in een van onze steden verspreidt.''

Van die stelligheid is weinig overgebleven. Een aanvankelijk anonieme Deense veiligheidsagent zaaide in februari twijfel over de reden voor de oorlog. De nu ontslagen en wegens het lekken van vertrouwelijke informatie vervolgde Frank Soholm Grevil zei in de krant Berlingske Tidende dat de rapporten van de Deense veiligheidsdienst DDIS helemaal niet zo duidelijk waren over Saddams wapenarsenaal. Het waren volgens Grevil ,,herformuleringen van Amerikaanse en Britse rapporten met een toefje kritisch, Deens gezond verstand'', maar juist dat kritische toefje liet Rasmussen weg.

,,Mijn indruk is dat Denemarken in dezelfde situatie zit als VS en Verenigd Koninkrijk'', zei de sociaal-democratische oppositieleider Mogens Lykketoft, naar aanleiding van Grevils beschuldigingen, ,,met een regering die het beeld dat door de veiligheidsdiensten is geschetst, heeft gemanipuleerd en verdraaid.''

De premier wilde een einde maken aan het tumult met de publicatie van een deel van de veiligheidsdienstrapporten. ,,Ik vind dat iedereen nu moet ophouden te beweren dat de regering allerlei verborgen motieven had'', zei hij. De regeringsgezinde Jyllands-posten was het daarmee eens en vond dat de oppositie onterechte beschuldigingen had geuit en zich had laten leiden door één veiligheidsagent. Maar volgens de Berlingske Tidende had de premier misschien niet gelogen, maar op zijn minst nuances uit het rapport weggelaten. En Politiken noemde de informatie onduidelijk en tegenstrijdig en drong aan op een parlementair onderzoek. Ook de oppositie eiste – tevergeefs – zo'n onderzoek.

Ook minister van Defensie Svend Aage Jensby mengde zich in het debat. Op tv legde hij uit dat niemand in de parlementaire veiligheidscommissie ,,in twijfel trok dat de regering de informatie correct had gebruikt''. Dat had hij beter niet kunnen zeggen, want over dit soort besloten vergaderingen mag je niet praten. Het ministerie van Justitie concludeerde dat Jensby in strijd met de wet had gehandeld. En de minister zag zich – na een ,,lastercampagne'' – gedwongen op te stappen en werd op 24 april opgevolgd door Søren Gade.

Sindsdien is de Deense regering voorzichtiger. ,,We hebben het parlement niet gevraagd om troepen voor Irak vanwege de massavernietigingswapens, maar omdat Saddam niet wilde samenwerken met de wapeninspecteurs'', aldus minister van Buitenlandse Zaken Per Stig Møller. ,,[Saddam] was een gevaar en zou een steeds groter gevaar zijn geworden.'' Maar Stig Møller wil niet langer stilstaan bij wat geweest is. ,,Als de negatieve krachten erin zouden slagen de mensen uit Irak te verjagen die er zijn om vooruitgang en stabiliteit te brengen, bestaat het gevaar dat Irak een fundamentalistische staat wordt.'' Daarover verschilt de regering niet van mening met de sociaal-democraten. ,,We steunden niet de Deense deelname aan de oorlog'', aldus partijleider Lykketoft. ,,Maar na de oorlog zien we de noodzaak om het land te stabiliseren.''

Rasmussen heeft de verlenging van de Deense militaire missie in Irak zonder kleerscheuren door het parlement gesleepd, Maar hij heeft wel veel van zijn krediet verspeeld. Niet meer dan een derde van de Deense kiezers is nog tevreden met de premier, voor wie `Irak' eenzelfde soort drijfzand is geworden als voor premier Blair en president Bush.