`IMF is te ver doorgeschoten in ontwikkelingshulp'

Deze maand bestaat het Internationale Monetaire Fonds zestig jaar. De Nederlandse econoom Koos Polak heeft de positie en de functie van het IMF door de decennia heen zien veranderen. ,,Het Fonds is altijd goed als doekje voor het bloeden.''

`Dit'', zegt Koos Polak (90) liefkozend, ,,is mijn beste vriendin.'' Hij wijst naar de computer op zijn bureau. De Nederlandse econoom zit in zijn werkkamer op de bovenste verdieping van het gebouw van het Internationale Monetaire Fonds in Washington. Thuiszitten is er voor hem niet bij, nog dagelijks wijdt hij zich hier aan onderwerpen die hem al zijn leven lang bezig houden. Over het maanden durende gesteggel rond de benoeming van de nieuwe directeur Rato wil hij echter niets zeggen.

Deze maand bestaat het IMF zestig jaar. Polak was een van de intellectuele grondleggers en bleef er tot zijn pensionering werken. Daarna werd hij als Nederlandse bestuurder verantwoordelijk voor het IMF-beleid ten tijde van de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis in de jaren tachtig. Toen ook aan die positie een einde kwam, bleef hij als speciale adviseur schrijven voor IMF-publicaties.

Het IMF heeft als idealistische doelstelling, de wederopbouw van de wereldeconomie na de Tweede Wereldoorlog te bespoedigen. Tegenwoordig is het Fonds doelwit van acties van de anti-globaliseerders.

,,Dat is een vreemde situatie. Ik vind het wel jammer dat ze de goede bedoelingen van IMF en Wereldbank niet erkennen. Het Fonds besteedt vrij veel geld aan pogingen om contact met hen te maken. Je moet vriendelijk tegen die mensen zijn en ze niet wegjagen.

,,Het Fonds heeft zich sinds de jaren tachtig erg geconcentreerd op de verlichting van armoede. Het heeft alleen maar arme en midden-inkomenslanden als cliëntèle en probeert hen uit de financiële moeilijkheden te helpen.

,,De anti-globaliseerders vormen een heterogene groep. Sommigen hebben het allerbeste voor met de armen in de wereld, anderen willen bescherming van hun eigen industrieën en vinden dat arbeiders in ontwikkelingslanden dezelfde lonen zouden moeten hebben als Amerikaanse arbeiders. Maar dat is natuurlijk belachelijk.''

Die mensen zeggen: het IMF legt ontwikkelingslanden alleen maar bezuinigingen op. Daar zijn de arme mensen de dupe van.

,,Twintig jaar geleden was de positie van het Fonds tegenover die landen simpel. Jullie hebben een begrotingstekort en een betalingsbalanstekort. We willen jullie wel geld lenen, maar alleen als je iets aan die tekorten doet. Wát je eraan doet, moet je zelf weten. Het Fonds was zogenaamd neutraal. Maar dit gaf twee problemen. De bestuurders van die landen gaven niet veel om de noden van arme mensen. Dus als ze al iets aanpasten, wentelden ze dat af op de armen. Het tweede probleem is dat ze beloofden iets te zullen doen, zonder dat ze zeiden wát ze zouden doen en vaak zonder te weten hóe ze dat zouden doen.''

Is het IMF zich daarom met het micromanagement van het economische beleid gaan bezighouden?

,,De ministers van financiën uit landen komen bij ons en vragen: jullie zeggen dat we moeten bezuinigen, maar hoe moeten we dat doen? We kunnen de benzineprijzen niet verhogen want dan worden de bussen te duur, we kunnen de graansubsidies niet verminderen want dan kunnen de mensen hun brood niet betalen. Belastingen worden toch niet betaald, dus het heeft geen zin die te verhogen. Dan vragen ze om technische assistentie waarbij een hoop van dit soort dingen tot in details worden uitgewerkt.''

Ben je dan niet bezig met ontwikkelingshulp?

,,Het Fonds beschouwt ontwikkeling tegenwoordig als zijn eerste taak. Het Fonds is een permanente aanwezige in ontwikkelingslanden geworden. Van tijdelijke aanpassingsprogramma's is geen sprake meer. Zeker in Afrika houden we ons tot in details met zaken bezig.

,,Het Fonds heeft daarbij zijn eigen prioriteiten. We kunnen ook niet wachten op de Wereldbank, want die werkt veel trager. Bij de Wereldbank duren dingen vaak een jaar en bij het Fonds is een maand al te lang.''

Is het Fonds hierin te ver doorgeschoten?

,,Naar mijn gevoel wel. Het Fonds heeft niet tot taak voor te schrijven hoe je kinderen moet voeden. Daarin zijn we geen experts. Maar wij kunnen ook niet beweren dat armoede een zaak voor anderen is en dat wij alleen naar de macro-economische cijfers kijken.''

Het Fonds heeft tweederde van zijn leningen uitstaan in drie landen – Turkije, Argentinë en Brazilië. Is dat geen risicovolle situatie?

,,Dat ligt aan hoe ze zich ontwikkelen. Turkije schijnt zich nu los te maken, Brazilië is in hoofdzaak voorbij, Rusland is aan het terugbetalen. Argentinië weten we niet, daar zitten we nog een hele tijd in. Het Fonds moet altijd rekening houden met nieuwe crises in landen waarvan de wereld, en dan met name de Amerikaanse regering, van mening is: die landen mogen we niet laten vallen. Als een land meewerkt, dan moeten wij het net zoveel geld geven als nodig is. Er zijn geen maxima meer. Een land krijgt het geld dat het nodig heeft.''

Veel mensen, ook binnen het IMF, vinden dat het Fonds zich in een existentiële crisis bevindt doordat het zich alleen nog maar toelegt op ontwikkelingslanden.

,,Daar ben ik het niet mee eens. Het is altijd de taak van het Fonds geweest om landen bij te staan die zich in financiële moeilijkheden bevinden en die bereid zijn maatregelen te nemen om er uit te komen.

,,Het Fonds heeft wél een aantal keren een verkeerde beoordeling gemaakt. Tijdens de Azië-crisis in 1998 deed men korte tijd verkeerde aanbevelingen. En die laatste lening aan Argentinië van vorig jaar had men bijvoorbeeld niet moeten doen.''

Het IMF kon Argentinië niet laten vallen omdat het een belangrijk land is?

,,We hebben Argentinië tenslotte wél laten vallen. In 1998 hebben we Rusland ook laten vallen. Maar er is een sterke neiging bij dit instituut, en trouwens ook bij de Amerikaanse regering, om te denken: `probeer het nog één keer'. Het vereist een heel sterke managing director om daar nee tegen te zeggen.

,,Dat is trouwens van alle tijden. In 1967 heeft de toenmalige directeur van het Fonds, Schweizer, tegen alle politieke druk doorgezet dat het Britse pond werd gedevalueerd.''

Is het Fonds nog in staat om een grote financiële crisis in de geïndustrialiseerde wereld te weerstaan?

,,Voor elk land dat kleiner is dan de Verenigde Staten, is het antwoord ja. Neem een crisis in Canada of Australië. Het Fonds moet dan meer geld op tafel leggen dan het gedaan heeft bij Argentinië of Turkije. Maar dat kan het aan. Ik weet niet wat het Fonds kan doen in het geval Amerika zelf het probleem is. Daarvoor heeft het Fonds niet de middelen. Het is denkbaar dat men geld zou lenen van de Europese Centrale Bank, of bij de Chinezen of Japanners.''

En bij een financiële crisis in een euroland?

,,Je kunt je indenken dat het binnen Europa financieel mis gaat in één land. Als de ECB zich dan houdt aan de afspraken en geen reddingsoperatie arrangeert, zal men tegen zo'n land zeggen: ga maar naar het IMF, jullie zijn ten slotte lid van het Fonds.''

Kunnen er in zo'n geval voldoende reserves worden gemobiliseerd?

,,Ik denk het wel. Het Fonds heeft het recht om te lenen. De ECB heeft het recht om aan het Fonds te lenen en de Federal Reserve, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, kan dat ook doen. Het is niet ondenkbaar dat het Fonds vele miljarden zou lenen van de centrale banken van China of Singapore. Als je 100 miljard nodig hebt om bijvoorbeeld Italië te redden, zie ik niet in waarom het niet zou kunnen. Dus mogelijk: ja. Als het nodig is en men het wil: ja.

,,Als het om de Verenigde Staten zou gaan, praat je over een situatie waarin de dollar aan het kelderen is. De VS moeten in dat geval afspraken maken met degenen die voor die dollarval verantwoordelijk zijn. Stel dat de Chinezen bezig zijn hun opgespaarde dollars te verkopen. Dan moeten de Verenigde Staten het eens worden met de Chinezen dat ze dat niet zullen doen. Het Fonds kan daarbij betrokken worden, het Fonds is altijd goed als doekje voor het bloeden.''

Zou het IMF een kredietfaciliteit aan de VS kunnen aanbieden?

,,Je kunt je in zo'n situatie voorstellen dat de ECB, de Chinese en Japanse centrale banken met elkaar afspreken dat ze hun dollars vasthouden of zelfs dollars kopen. Of je dat via een transactie met het Fonds laat lopen, is in hoofdzaak een kwestie van public relations. Legaal kan het Fonds alles. Het heeft het recht om geld in de markt te lenen, en tegenwoordig ligt nergens vast hoeveel het aan een land mag uitlenen. Dus als het een heel groot bedrag moet zijn, dan kan het Fonds het arrangeren.''

Zijn er op dit moment te veel dollars in omloop in de wereld?

,,Dat noemden we vroeger een dollar overhang. Dat begrip komt nu weer terug. Op het ogenblik valt het wel mee, want de dollarkoers zakt niet verder. De Japanse en Chinese centrale banken kopen voortdurend dollars. In zekere zin is dat nu ook al een dollar-reddende actie, al wordt het zo niet genoemd.''

Is dat verstandig van de Chinezen en Japanners?

,,De Chinezen voorkomen hiermee dat de Amerikanen beperkingen opleggen op de uitvoer van Chinese goederen naar Amerika.''

Ze kopen als het ware hun handelstoegang tot de Amerikaanse markt.

,,Ja. Maar op de lange duur is dat geen goed systeem.''

Bestaat er een kans op een dollarcrisis?

,,Het zag er een paar maanden geleden naar uit, maar het schijnt nu weer gekalmeerd te zijn. De opleving van de Amerikaanse economie trekt nieuw geld aan. Er heerst geen gevoel van imminente crisis.''

Er is eens een plan gelanceerd om een wereldmunt te creëren, de dey – een combinatie van de dollar, euro en yen. Ziet u daar iets in?

,,Met vaste wisselkoersen? Daar is niemand voor. Er is niemand in Europa, of in Japan of Amerika, die van de zwevende wisselkoersen af wil. Het is geen goed systeem, maar het is het enige mógelijke systeem. Bedrijven en landen hebben er problemen mee dat ze in een wereld met wisselende koersen moeten leven. Maar een vaste koers tussen Amerika en Europa is ondoenlijk en zal onverdedigbaar blijken. Aan de andere kant, tussen de twee grote, grotendeels gesloten economische blokken van Europa en Amerika, doen die schommelingen van de wisselkoersen ook niet zo heel veel kwaad. Dat hebben we de afgelopen jaren gemerkt: de euro is 0,80 dollarcent geweest en 1,30 dollar.''

Heeft u daar geen zorgen over?

,,Uiteindelijk zijn er natuurlijk limieten, het kan niet onbeperkt doorgaan als landen hun binnenlandse inflatie onder bedwang willen houden. En dat doen ze goed. Dat hebben ze wel geleerd in de afgelopen jaren.''

U staat ook bekend als de `uitvinder' van de special drawing rights, de SDR's, monetaire reserves die het IMF mag uitgeven. Ze zijn geen succes geworden, niemand wil er meer aan. Wat is er mee misgegaan?

,,In de jaren zestig vroegen we ons af of er voldoende geld in de wereld beschikbaar was. Was het nodig om naast het goud en de dollar [waarop het toenmalige wisselkoersstelsel was gebaseerd, red.] een andere internationale liquiditeit te scheppen? In 1970 activeerden we de special drawing rights. [De SDR's werden een gewogen gemiddelde van de belangrijkste valuta's uit die tijd en het Fonds werd gemachtigd die als monetaire reserves aan de lidstaten toe te wijzen, red.] Maar in 1971 bleek dit niet meer nodig: Amerika kon zijn inwisselbaarheid van dollars in goud niet langer handhaven. Dat was een enorme schok voor het Fonds, want het betekende het einde van het stelsel van vaste wisselkoersen. Toen er eenmaal sprake was van zwevende wisselkoersen verviel de noodzaak voor het IMF om SDR's te kunnen uitgeven.''

In de jaren vijftig was u de grondlegger van het IMF-beleid. Is dat model niet intussen hopeloos verouderd?

,,Het uitgangspunt is dat financiële problemen van landen bijna altijd te wijten zijn aan een te grote geldschepping door het banksysteem in de vorm van te veel kredieten aan de regering of aan binnenlandse debiteuren. Daar moet je dus iets aan doen. Als landen geld van het IMF lenen, kun je ze als voorwaarde opleggen dat hun kredietexpansie in een bepaalde periode niet meer dan zoveel mag zijn. Het fundament van het beleid is hetzelfde gebleven.''