Hoogstaand erfgoed

De gemetselde fabrieksschoorsteen is een symbool van industrieel Nederland. De Stichting Fabrieks- schoorstenen pleit voor behoud van dit culturele erfgoed.

Op een steenworp afstand van de Duitse grens, midden in de Drentse veenkoloniën, staat de voormalige turfstrooiselfabriek van Veldkamp. De bakstenen muren van het hoofdgebouw – tegenwoordig het Turfcafé – zijn een lappendeken van reparaties, maar de schoorsteen ernaast rijst fier, glad en recht dertig meter de lucht in. De stichting die nu het vermogen van de familie Veldkamp beheert, heeft 50.000 euro geïnvesteerd in de renovatie ervan. Dat was koren op de molen van de Stichting Fabrieksschoorstenen, die dan ook – tot verbazing van de erven Veldkamp – haar tweejaarlijke prijs, `Het Klimijzer 2003', toekende aan dit particulier initiatief. Bij de uitreiking afgelopen vrijdag was het weer eens druk in het Turfcafé.

De Stichting Fabrieksschoorstenen zet zich in voor het behoud van een representatieve selectie van de gemetselde schoorstenen die het symbool zijn van de industrialisering die in de negentiende eeuw begon. ,,Het zijn zeer karakteristieke elementen in het vlakke Nederlandse landschap'', zegt initiatiefnemer Arjan Barnard. ,,Tussen 1880 en 1970 zijn er rond de 10.000 gemetselde fabrieksschoorstenen gebouwd. Voorzover wij weten staan er nog maar zo'n 600. Het waren er zo veel, en iedereen vond ze zo gewoon, dat niemand het als een verlies ervaart dat ze worden afgebroken. Totdat we op een dag gaan denken: hé, waar zijn ze gebleven?'' Barnard vergelijkt de schoorstenen met windmolens: ,,Allebei zijn ze cultureel erfgoed. Net zoals niemand het meer in z'n hoofd zou halen om een windmolen af te breken, zou het nu ondenkbaar moeten zijn om een fabrieksschoorsteen neer te halen.''

In het dagelijks leven is Barnard juwelier en uurwerkmaker in het Overijsselse Hardenberg. Zijn twee medebestuursleden zijn van beroep notaris respectievelijk conservator in het Postmuseum in Den Haag. Ze worden bijgestaan door Peter Nijhof, specialist in industrieel erfgoed bij de Rijksdienst Monumentenzorg, en schoorsteenbouwer Harm Meijer. De stichting is inmiddels ook aangesloten bij de Federatie Industrieel Erfgoed Nederland (FIEN), net als zo'n zestig andere clubs, ieder met een eigen specifieke liefhebberij zoals sluizen en watertorens.

Het is allemaal in 1984 begonnen, vertelt Barnard, toen de zuivelfabriek vlak achter zijn huis werd gesloopt – inclusief schoorsteen. ,,Toen drong het tot me door wat een gemis dat was. Ik raapte een van de stenen op, met daarop een stempel van `De Ridder'. Dat bleek een van de twee belangrijke schoorsteenbouwers van de negentiende eeuw te zijn.''

Het hele archief van De Ridder bleek bewaard te zijn gebleven. Zo kwam Barnard erachter dat de schoorsteen achter zijn huis uit 1928 was en dat De Ridder in dat jaar nog 116 andere had gebouwd. De amateurhistoricus was al snel hooked en richtte in 1996 zijn stichting op, die inmiddels ruim 40 donateurs telt. Al tweemaal eerder werd `Het Klimijzer' uitgereikt, in 1999 aan de gemeente Gilze-Rijen die de schoorsteen van een oude leerfabriek midden in een woonwijk heeft weten te behouden, en in 2001 aan de eveneens Brabantse gemeenten Boxtel en Sint-Oedenrode.

Naast de oude fabriek van Jansen & Tilanus in Vriezenveen, tegenwoordig Löwiks meubelshowroom, staat een schoorsteen die Barnard misschien wel de mooiste van Nederland vindt. Hij is, vermoedelijk in 1902, van gele stenen gemaakt met sierpatronen in rode stenen – de enige tweekleurige schoorsteen in het land. Dat restauratie dringend noodzakelijk is, kan zelfs de leek zien: je kijkt dwars door de scheuren heen, en wegens instortingsgevaar zijn er van de 50 meter hoogte al zeven afgeknabbeld. ,,Na lang praten is de eigenaar bereid mee te werken aan plaatsing op de monumentenlijst'', meldt Barnard opgetogen. ,,Maar de procedures duren erg lang. Ik hoop dat er straks nog iets over is om te beschermen.''

Barnard is bezig met een naslagwerk over de gemetselde fabrieksschoorsteen. Het kan nog een jaar of twee duren, schat hij. Maar ondertussen staat het werk niet stil, want naast de 600 gemetselde schoorstenen zijn er nog zo'n 750 van beton en metaal. ,,Die van beton worden ook zeldzamer'', mijmert hij. ,,Misschien moeten we die ook tot ons werkgebied gaan rekenen.''