Geheugenverlies of verdringing?

Merkwaardig met hoeveel affectie en waardering media nu over Ronald Reagan schrijven en spreken die hem twintig jaar geleden afdeden als een tweederangs acteur, zo niet verafschuwden als een houwdegen en oorlogshitser. ,,[...]achteraf valt moeilijk te ontkennen dat Reagans onversaagdheid een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontbinding van het Sovjetrijk'', schrijft de Volkskrant nu, die er in de jaren '80 wel een beetje anders over dacht.

Goed, mensen kunnen van mening veranderen. Dat getuigt zelfs van soepelheid van geest. Maar dan is het toch prettig wanneer die mensen erkennen dat zij van mening veranderd zijn. Maar zijn het wel dezelfde mensen die nu en toen aan het woord zijn, resp. waren? Meestal niet. Maar er is toch zoiets als een collectief geheugen, zoals er een collectieve verantwoordelijkheid bestaat?

Nu, met het collectieve geheugen is het, sinds de teloorgang van het geschiedenisonderwijs, slecht gesteld; en wat het persoonlijke geheugen betreft: het is altijd weer treffend mee te maken hoe mensen, volkomen te goeder trouw, van zichzelf menen altijd dezelfde mening over iets te hebben gehad, terwijl dat aantoonbaar onjuist is. Hier is dan sprake van onbewuste verdringing, en dan kun je het hun niet eens kwalijk nemen dat zij geen verantwoording hebben afgelegd van hun meningsverandering.

Zo heb ik iemand die een belangrijke rol had gespeeld in het Europese integratieproces, eens horen beweren dat het nooit de bedoeling van die integratie was geweest om te komen tot een Verenigde Staten van Europa? O, nee? Waarom heette Jean Monnets machtige pressiegroep die in de jaren '50 en '60 grote invloed op dat proces heeft uitgeoefend, dan Actiecomité voor de Verenigde Staten van Europa? We kunnen toch niet aannemen dat Jean Monnet de mensen een rad voor de ogen wilde draaien?

Verdringing was waarschijnlijk niet in het spel bij de commentator die onlangs schreef dat de PvdA tegenwoordig veel meer pro-Europees was dan vroeger. Daarmee deed hij politici als Van der Goes van Naters, Mansholt, Samkalden, Vredeling, Ruygers en vele anderen tekort. Zij behoorden tot de Europeanen van het eerste uur en waren geen roependen in de woestijn.

Het is waar dat de PvdA'er Drees, minister-president van 1948 tot 1958, niet tot die gelovigen behoorde. Hij moest zich dan ook voortdurend verwijten uit eigen kring laten welgevallen. Ook zijn opvolger Den Uyl, minister-president van 1973 tot 1977, was geen eurofanaat (zijn partijgenoot Vredeling noemde hem zelf eens ,,de grootste nationalist die er bestaat''), en bovendien had toen in de partij, waar Nieuw Links de lakens uitdeelde, de eurogeestdrift min of meer plaatsgemaakt voor eurowantrouwen.

Een van die Nieuwlinksers was Max van den Berg, van 1979 tot 1986 zelfs partijvoorzitter, die sindsdien, als lijsttrekker van de PvdA bij de Europese verkiezingen, ons probeert te doen geloven in zijn Europese gezindheid. Zeker, er zal blijdschap in de hemel zijn over één zondaar die zich bekeert, maar hoe is hij van Saulus Paulus geworden? Dat heeft hij, voorzover ik weet, nooit verteld. Vandaar mijn scepsis.

Minder scepsis koester ik jegens minister van Buitenlandse Zaken Bot, een scherpzinnig man, die niet bang is de puntjes op de i te zetten. Toch zei hij onlangs iets wat mij deed afvragen of er ook bij hem sprake was van een (al dan niet bewuste) bekering of gewoon van vergeetachtigheid – een uitspraak bovendien die hem in conflict met zichzelf leek te brengen.

Wat was het geval? In zijn rede voor de Berlijnse Humboldtuniversiteit op 2 juni zei hij, sprekende over de `belangrijke rol' van de lidstaten in het Europese integratieproces: ,,De EU is immers een unie van lidstaten. Laten we dat nooit vergeten.'' Nu zal ik dit niet bestrijden. Integendeel, ik geloof dat het helemaal juist is wat Bot hier zei.

Maar... wat is een unie van lidstaten anders dan het door generaal de Gaulle gepropageerde `Europe des états'? Deze conceptie – in Nederland meestal, en ten onrechte, in `Europe des patries' herdoopt (een uitdrukking die de Gaulle nooit gebruikt heeft) – deze conceptie nu was in Nederland vele jaren lang volstrekt politiek incorrect. Zij was immers het tegendeel van de Europese supranationaliteit of federatie, het ideaal van de meeste Nederlandse politici in de jaren '50 en '60?

Is bij Bot ook sprake van geheugenverlies? Het valt nauwelijks aan te nemen. Hij heeft als diplomaat nog een flink aantal jaren het regime van de Gaulle meegemaakt, en trouwens: de Gaulles opvolgers, incluis de socialist Mitterrand, dachten en denken nauwelijks anders dan de grote generaal. Betekent het dan dat Bot zich al dan niet bewust een kerngedachte van de Franse politiek eigen maakt? Zo ja, dan vraagt dit wel om een nadere verklaring.

Zo'n verklaring is des te gewenster, omdat Bot in dezelfde rede zegt: ,,Europa is een federatie in wording.'' Hoe rijmt hij deze uitspraak, die meer conform de Nederlandse consensus is, met zijn aanmaning niet te vergeten dat Europa een unie van lidstaten is? Tenzij, natuurlijk, hij onder staten verstaat wat in het Amerikaanse bestel states zijn. Hoe dan ook, precisering zou welkom zijn.

Precisering is ook nodig teneinde het debat over Europa – dat in Nederland nooit serieus gevoerd is (getuige o.a. de verwarring van `Europe des états' met `Europe des patries') – vrij te maken van verdachtmakingen. Bolkestein heeft hier onlangs helderheid in proberen te brengen in zijn Mandevillelezing voor de Rotterdamse Erasmus Universiteit van 27 mei:

,,In Europa wordt men ingedeeld in twee kampen, van voor- en tegenstanders, dat wil zeggen: van eurofederalisten en antifederalisten. Op nationaal niveau kennen we dit niet. Niemand is voor of anti Nederland. We zijn voor of tegen een bepaald beleid, maar niet voor of tegen ons land. In de Europese politiek doet men vaak alsof de politieke opponent niet jouw tegenstander is, maar een tegenstander van Europa. Beiden zijn voor Europese integratie, maar de een wil een ander soort Europa dan de ander.''

Deze precisering is nuttig, maar zal wel niet veel helpen. De tegenstander verketteren levert nu eenmaal meer publiciteit zie Nijs, zie Dijkstal dan een zakelijk debat.