Europees Parlement 4

Wat een zuur stukje over de Partij voor de Dieren (`De aap uit de mouw', NRC Handelsblad, 4 juni). Amanda Kluveld weet al helemaal waar het op uit gaat draaien: een partij die een heel eigen bijdrage gaat leveren aan de discussie over de islam in Nederland, vanwege het ritueel slachten. Meteen wordt de link gelegd naar Paul Cliteur en de zogenaamde riedel ,,achterlijke cultuur, wreed, barbaars''. De bio-industrie zal nog gepresenteerd worden als toppunt van beschaving, zegt ze vervolgens en de Partij voor de Dieren zou een zetbaasje zijn van de VVD.

Wat een onzin allemaal. Ritueel slachten gebeurt ook door joden en het verzet daartegen heeft niets te maken met een zich afzetten tegen specifiek de islam, maar tegen een dubieuze methode van afmaken van dieren.

De Partij voor de Dieren komt niet alleen op voor de dieren in de intensieve veehouderij met zijn afschuwelijke uitwassen als bar slechte huisvesting en onwaardige diertransporten, maar voor alle dieren die wreed behandeld worden en waarvoor de wetgeving en zeker de handhaving van de wet tekortschieten.

Daarover wil de partij in Brussel aan de bel gaan trekken. Waarom? Omdat tot nu toe geen enkele partij erin geslaagd is wezenlijke veranderingen te bereiken. Te veel wordt op de lange baan geschoven, besluiten traag genomen of met grote vertraging rechtsgeldig gemaakt. Dierenwelzijn komt in de partijprogramma's hier wat meer, daar wat minder – slechts mager aan bod. Als dat anders was, zou de Partij voor de Dieren niet zijn opgericht. Laat de politiek zelf ervoor zorgen dat er geen partij voor de dieren nodig is.