Een aardig begin van consensus

De verkiezingen voor het Europese Parlement, waarin Hongarije recht heeft op 24 van de 732 zetels – drie minder dan Nederland – hebben geleid tot plotselinge beschikbaarheid van Hongaarse politici voor de buitenlandse pers. Journalisten werden door premier Péter Medgyessy aan het ontbijt genood.

In een prachtige langwerpige zaal in het parlement, met zicht over de Donau, zit Medgyessy achter een tafel en murmelt monotoon en langdurig in de microfoon. De verzamelde pers zit weerloos verspreid aan tafeltjes, nipt aan de flesjes water en knabbelt op zoete koekjes.

Medgyessy wil graag benadrukken dat de regering, een centrumlinkse coalitie van de grote socialistische MSzP en de kleine links-liberale SzDSz, al haar verkiezingsbeloftes nakomt en de beloftes die zij nog niet heeft waargemaakt, alsnog waar zal maken. Hij zegt dat het hem tot zijn spijt niet is gelukt de stijl van de Hongaarse politiek te veranderen. Hiermee doelt hij, zonder het bij naam te noemen, op wat de politica Ibolya Dávid eerder dit jaar zo fraai het `piranha-model' noemde: de hebbelijkheid van Hongaarse politici elkaar publiekelijk voor rotte vis uit te maken.

Péter Medgyessey: ,,Nergens in Centraal-Europa is de politiek nog verfijnd. Er zijn collega's die in het parlement hun mond houden maar op straat des te luider hun mening verkondigen.'' Verder betreurt de premier het dat een ,,Duits weekblad'' (Der Spiegel) onlangs bekende Hongaarse politici (met name Victor Orbán van de oppositionele centrumrechtse Fidesz) in één adem had genoemd met extreemrechts in Europa. ,,Zo moet er niet gesproken worden. Dat is niet goed voor het land.'' Hoewel de premier gedurende het onderhoud de warmte uitstraalt van een ijskelder heeft hij, even, door de bezorgdheid over het imago van zijn voornaamste rivaal en het welzijn van het land iets van een staatsman. Medgyessy: ,,We hebben een bepaald soort consensus nodig.''

De volgende dag is de internationale pers op de thee genodigd bij Ibolya Dávid. Zij leidt het MDF (Hongaars Democratisch Forum, twee procent van de stemmen volgens de laatste peiling in mei) en is opmerkelijk genoeg de populairste politicus van het land, met een grote voorsprong op Medgyessy (zevende plaats) en diens rivaal Orbán (zesde plaats). Al weken vraagt zij zich af of er tussen de twee grote partijen van het land, MSzP en Fidesz, niet allang een consensus bestaat. Volgens velen hebben deze elkaar publiekelijk te vuur en te zwaard bestrijdende partijen achter gesloten deuren een deal gesloten en verdelen ze bij alle grote bouwprojecten de overwinst onderling: zeventig procent voor de MSzP, dertig procent voor Fidesz. Een aardig begin van consensus, zou een cynicus zeggen.

De MDF zit in een fraaie oude villa – binnen bladdert de verf van de muren, buiten komt het stucwerk los van de gevel, in de tuin tiert het onkruid. Het blonde haar van Ibolya Dávid is duidelijk het enige goud waar de partij over kan beschikken. Ze hekelt het gebrek aan transparantie bij de besteding van de overheidsgelden. ,,De grote partijen willen de regels op toezicht niet aanscherpen. Deze democratie is niet correct. Het overheidsapparaat is veel te zwaar en duur. Alleen landen als Kazachstan, Azerbajdzjan en Wit-Rusland hebben een hoger percentage mensen in overheiddienst. De concurrentiepositie van Hongarije lijdt onder de te hoge kosten van de overheid.''

Ze somt de vragen op die ze in het parlement heeft gesteld en waarop ze geen antwoord kreeg: waar het geld voor de verkiezingscampagnes vandaan kwam – ,,Doodse stilte''. Hoe het mogelijk is dat Hongarije de duurste snelweg van Europa bouwt, in een vlak stuk land – ,,Doodse stilte.'' ,,Ik heb voorgesteld corruptie en het sluiten van kartels strafbaar te maken. Doodse stilte.''

Maar of de MDF het bij de Europese verkiezingen beter doet dan bij de nationale is de vraag. Het campagnegeweld van de grote partijen is te groot en wellicht blijft Ibolya Dávid als geweten van Hongarije alleen over. Op elke straathoek van Boedapest grijnst Pál Schmitt, de kandidaat van Fidesz, met twee handen vaderlijk om een jongetje en meisje geslagen, je tegemoet. De socialisten manifesteren zich minder geprononceerd en zouden een persoonlijker aanpak – huisbezoeken – toepassen.

Van de MDF nauwelijks een spoor.

    • Jaap Scholten