De ongerepte wereld van het schildersdorp

Anderhalve eeuw geleden was Nederland tegelijk heel groot en heel klein. Groot, omdat in het land een fantastisch gevarieerd scala aan landschappen en mensentypen te vinden was. De afstand tussen de Marker vissers in hun welhaast exotische klederdracht en de aardappeletende bewoners van het doodarme Brabant leek enorm. Net als die tussen het lichte IJssellandschap bij Hattem en de donkere bossen rond Oosterbeek. Welk land bezat zulke contrasten in schilderachtigheid? Maar het land werd steeds kleiner dank zij een groeiend aantal wegen en andere verbindingen, die het makkelijker maakten om al dat fraais te bezoeken. En het was al klein in die zin dat de mensen die dat deden – als kunstenaars of toeristen – zo'n overzichtelijk gezelschap vormden. Iedereen kende elkaar.

Zowel die veelzijdigheid als de (sociale) kleinschaligheid worden zichtbaar op een tentoonstelling in het Singer Museum in Laren. Vanaf het midden van de negentiende eeuw ontdekten kunstenaars overal in Europa `bezielde dorpen', met Barbizon als bekendste voorbeeld. Nederland bleef niet achter. De schrijfster van het boek bij deze tentoonstelling, Saskia de Bodt, behandelt veertien Nederlandse plaatsen die `schildersdorpen' werden: sommige met een internationale faam, zoals Volendam, en andere, zoals Kortenhoef, die minder beroemd werden. Een dorp als Laren trok naast schilders ook schrijvers en wereldverbeteraars, en allemaal trokken ze, na de artiesten, ook toeristen.

Het museum in Laren is zelf een uitvloeisel van Larens rol als kunstenaarskolonie. In 2002 was er een tentoonstelling over zulke kolonies in Europa; dit keer gaat het over de Nederlandse schildersdorpen en de schilderijen die er ontstonden in de periode van circa 1840 tot 1940. Daarbij wordt niet van `kolonies' gesproken, omdat de schilders lang niet altijd een duidelijk begrensd gezelschap vormden. Velen – zoals de productieve Jan Sluijters – bezochten verschillende dorpen. Ook woonde men er vaak niet, maar logeerde in de dorpsherberg. En soms vermengden de gasten zich met de ingezetenen, zoals toen de schilder Jan Kleintjes trouwde met de notarisdochter Hedwig van Osselen te Nunspeet.

Oosterbeek was Nederlands eerste schildersdorp; de schilderijen die kunstenaars als Koekkoek en Bilders er maakten zijn nog ouderwets-romantisch. Zijn bloei dateert uit de jaren 1840, toen de spoorlijn van Utrecht naar Arnhem, met een halte in Oosterbeek, werd voltooid. Het blijft een grappige paradox dat pas als een gebied een goede verbinding met de stad had, de stedelingen daar hun toevlucht gingen zoeken om aan die stad te ontvluchten. Men vond er een ongerepte wereld waarvan men wist dat die gedoemd was te verdwijnen, opgeslokt door de modernisering. Dat is natuurlijk ook gebeurd – althans wat betreft de cultuur.

Van het natuurschoon is ook nu nog steeds veel overgebleven, en dat wordt op de tentoonstelling gedemonstreerd met grote kleurenfoto's (één uit de omgeving van elk schildersdorp) gemaakt door L.J.A.D. Creyghton. Het zijn bijzondere, bijna surrealistische, scherp-verstilde foto's, het bekijken waard. Deze keer is het idee om `iets eigentijds' aan een kunsthistorische tentoonstelling toe te voegen heel aardig gelukt.

Bij de schilderijen zelf zijn gelukkig vrij veel onbekende, afkomstig uit particuliere collecties of kleine musea. Net als in werkelijkheid heeft ook op de tentoonstelling ieder dorp zijn eigen sfeer. Mooi is bijvoorbeeld Hattem, met een prachtig IJssellandschap van Jan Voerman sr. en twee fraaie gezichten op het dorp van de relatief onbekende schilders Luite Klaver (1861) en R.S. Bakels (1913). Bij sommige dorpen is bewust gekozen voor een speciale periode, zoals in Domburg, waar de nadruk ligt op naar abstractie neigende werken van Toorop, Mondriaan en Jacoba van Heemskerck. Saskia de Bodts boek Schildersdorpen in Nederland vormt een overzichtelijke en rijk geïllustreerde aanvulling op de tentoonstelling.

Tentoonstelling: Schildersdorpen in Nederland. Singer Museum Laren, t/m 29 aug. Di t/m zo 11-17 uur. Inl. 035-531 5656