Alles wat Allah verboden heeft, is gepermitteerd

De transcripties van telefoongesprekken van een van de hoofdverdachten van `11 maart' werpen enig licht op de wijze waarop aan Al-Qaeda gelieerde terreurcellen opereren.

Een aantal banden met transcripties van afgeluisterde telefoongesprekken die deze week uitlekten bieden een uniek inkijkje in de denkwereld van Al-Qaeda. Tot dusver was het droevig gesteld met dit soort informatie: de verdachten van de aanslagen van 11 maart in Madrid hebben zichzelf opgeblazen, zijn voortvluchtig, of zitten in de cel en ontkennen iedere betrokkenheid. Maar de maandag in Milaan gearresteerde Ahmed al-Sayed, die wordt gezien als een van de hoofdverdachten, babbelde er via zijn telefoon vrij onbekommerd op los over aanslagen die werden voorbereid in Nederland, Irak en vermoedelijk de Parijse metro.

De gesprekken, waarvan er een aantal werden gepubliceerd, zijn een sinistere mengeling van dweperige godsdienstwaanzin, berekenende moordzucht en snoeverige verhalen. Al-Sayed ontpopt zich daarbij als een raadsman die wisselend adviseert bij de juiste cd's met gebeden ter voorbereiding op het martelaarschap en de organisatie van de aanslagen. ,,Wij als jongeren moeten de eersten zijn om ons op te offeren'', zo spreekt Al-Sayed ene Yahia aan de andere kant van de lijn moed in. ,,God stelt het geloof van ons allen op proef: er is maar een oplossing, je aansluiten bij Al-Qaeda.''

Na zijn gesprekspartner te hebben toevertrouwd dat de aanslagen in Madrid, waarbij zeker 190 doden vielen, zijn idee waren geweest, noemt hij Nederland als één van de landen waar de broeders in de heilige strijd (jihad) klaarstaan om toe te slaan. De cel is inmiddels uiteengevallen, maar een van de deelnemers is nog altijd beschikbaar, aldus Al-Sayed. De martelaar in spe is terug uit de gevangenis en op van de zenuwen. ,,Maar alles op zijn tijd''', zo houdt Al-Sayed de moed er in.

De gesprekken werpen enig licht op de wijze waarop aan Al-Qaeda gelieerde terreurcellen opereren. De `slapende' cellen, ook in Nederland, moeten volgens Al-Sayed op iedere mogelijke manier een basis creëren. Daarbij is alles gepermitteerd wat Allah verboden heeft, inclusief het trouwen met christelijke vrouwen als hiermee de vereiste verblijfsvergunningen verkregen kunnen worden. Een seintje uit de top van de organisatie kan zo'n cel desgewenst activeren, waarna geld, explosieven en andere logistieke steun verleend wordt. ,,Dit bevestigt het beeld dat we hebben'', aldus de Marokkaanse terreurexpert Mohammed Darif, die overigens waarschuwt tegen overhaaste conclusie over de precieze rol van Al-Sayed in het terreurnetwerk.

Al-Sayed was tot dusver niet bekend onder terreurwatchers, maar dat zegt op zichzelf niets, aldus Darif. Wel valt het hem op dat hij als Marokkaan is omschreven, terwijl zijn achternamen eerder op een afkomst uit het Midden-Oosten duiden. Volgens de Spaanse politie verbleef de 33-jarige Al-Sayed, alias Mohammed de Egyptenaar, tussen begin 2001 en 2003 in Madrid en stond daarbij in nauw contact met Sarhane Fakhet. De laatste, die zichzelf opblies bij de aanslagen in Madrid, werd tot dusver gezien als de belangrijkste organisator van de aanslagen in Madrid. Eerder werd als hoofdverdachte Jamal Zougam aangemerkt, de sjoemelende uitbater van een telefoonwinkeltje in een volkswijk in Madrid waar de voor de aanslagen gebruikte mobiele telefoons waren omgekat. In plaats van zijn rol heldhaftig op te eisen, zei Zougam evenwel vanaf het begin af aan dat hij op het moment van de aanslagen nog in zijn bed lag.

Behalve het voortschrijden van het onderzoek naar `11 maart' vindt een deel van de verwarring vermoedelijk zijn oorzaak in de gelaagdheid van de structuur van het terreurnetwerk. Zo onderscheidt de politicoloog Darif op het hoogste niveau de harde kern die zich met de planning bezig houdt. De losstaande cellen voor het uitvoeren van de aanslagen zelf en de groepen die logistieke en financiële steun geven, kunnen daarbij als het ware inhaken als de top hun regio heeft voorbestemd voor een aanslag. Op uitvoerend niveau is door de jaren heen een amalgaam ontstaan van voormalige jihadstrijders uit Afghanistan of Bosnië, jongeren die zich aangetrokken voelen tot het geweld van de extremisten, tot en met kleine criminelen en drugshandelaars. In het geval van de aanslagen in Madrid zou het daarbij gaan om de Marokkaanse Islamitische Strijdgroepen of Salafistische Jihad, dezelfde groeperingen die verantwoordelijk worden gehouden voor de aanslagen van vorig jaar in Casablanca.

De nu gearresteerde Mohammed de Egyptenaar was al bekend uit het onderzoek dat de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón startte na de aanslagen van de 11 september 2001 in de VS. Aan hem wordt een belangrijke rol toebedeeld bij het opzetten van een terreurcel in Madrid. Hij sloeg begin 2003 op de vlucht naar Parijs, naar eigen zeggen uit angst voor de veiligheidsdiensten. Een en ander zou volgens de onderzoekers kunnen betekenen dat Al-Sayed, die in het Egyptische leger gespecialiseerd was in explosieven, naar een hoger niveau in het Al-Qaedanetwerk was gestegen.

Als gevolg van de losse organisatiestructuur zijn drie maanden na dato nog veel vragen onbeantwoord over de aanslagen in Madrid, waarvoor een twintigtal verdachten vastzit. Nog steeds vinden arrestaties plaats, zoals gisteren in het noordelijke Asturië, waar zes Spanjaarden werden opgepakt. De samenwerking tussen de Spaanse, Italiaanse, Belgische en Franse politie die de arrestatie van Al-Sayed mogelijk maakte lijkt er op te wijzen dat de internationale samenwerking op het gebied van terreurbestrijding vorm begint te krijgen. Uit de afgeluisterde gesprekken lijkt het er sterk op dat Al-Sayed bezig was aanslagen te organiseren. Naast Nederland worden Frankrijk en Duitsland genoemd, terwijl tevens wordt gesproken van twee terreurcellen die klaar staan om af te reizen naar Irak. Alleen in Spanje schat de politie het aantal potentiële terroristen op driehonderd.

Deel van een serie over moslimterrorisme. Eerdere afleveringen zijn te lezen op www.nrc.nl