Wapen bedreigt neutrale positie van een journalist

De BBC gaat bodyguards meesturen met journalisten in risicogebieden. Helpt dat, of werkt het averechts?

De Britse omroep BBC heeft besloten om onder ,,uitzonderlijke'' omstandigheden gewapende lijfwachten mee te sturen met journalisten in oorlogsgebieden. Hoewel het besluit kwam twee dagen na een aanslag op twee BBC-journalisten in Saoedi-Arabië, heeft het volgens de omroep niets met dit incident te maken. De BBC wil slechts ,,een laatste toevlucht'' bieden om de veiligheid van journalisten te vergroten. Tot nu toe werden bodyguards alleen gebruikt voor de bescherming van kantoren.

Zorg over de veiligheid van journalisten is door de oorlog in Irak alleen maar toegenomen. Vorig jaar zijn volgens de IFJ, de Internationale Federatie van Journalisten, 83 journalisten omgekomen, het jaar daarvoor waren dat er nog zeventig. Dit jaar, dat nog niet eens voor de helft om is, ligt het aantal gedode journalisten al op 59.

De vraag of journalisten zichzelf in conflictsituaties met een wapen moeten beschermen, keert dan ook regelmatig terug. De meeste journalisten voelen er niets voor. Ook bij BBC-journalisten trekken het nieuwe beleid in twijfel. ,,Gewoonlijk is de belangrijkste bescherming voor een journalist in een conflictgebied het feit dat hij als een neutrale waarnemer wordt gezien'', zei Joel Simon van het Committee to Protect Journalists onlangs in The Wall Street Journal. ,,Het dragen van een wapen zou daar verandering in kunnen brengen.''

Volgens David Halberstam, die voor The New York Times de oorlog in Vietnam versloeg, kan het dragen van een wapen averechts werken. Een verslaggever die met een wapen wordt gepakt ,,zal moeite hebben om uit te leggen dat hij journalist is'', aldus Halberstam, en niet bijvoorbeeld voor de vijand spioneert. Een bewapende journalist brengt niet alleen zichzelf in gevaar, maar tast ook de reputatie van de journalistiek als geheel aan.

John Kifner, die in de jaren tachtig verslag deed van de burgeroorlog in Libanon, vertelde in The Wall Street Journal, dat hij zelfs zijn kogelvrije vest vaak uitliet. ,,Het was een belemmering om met mensen te praten, alsof je wilde zeggen dat je eigen leven belangrijker was dan dat van hun.''

Maar de situatie in conflictgebieden is wel veranderd. De Amerikaanse nieuwszender CNN, die al langer gewapende bodyguards gebruikt om medewerkers te beschermen, ondervond dat tijdens een reportage in april in Tikrit. Naast het CNN-konvooi kwam ineens een auto rijden van waaruit geschoten werd. Gelijktijdig werd het vuur geopend vanuit een wegblokkade. Volgens Michael Holmes, een van de CNN-correspondenten, zou iedereen zijn gedood als er niet was teruggeschoten. ,,Dit was geen gewone roofoverval. Ze hadden het op onze levens gemunt'', zei Holmes later.

Schrijvende journalisten vallen minder op en hebben geen auto vol veelal dure apparatuur bij zich. Toen bleek Dexter Filkins, die voor The New York Times in Irak werkt, begin dit jaar een pistool bij zich droeg, leidde dat dan ook tot een heftig debat. De nieuwschef in Bagdad, Susan Sachs, vreesde dat de krant ,,te zeer bewapend'' zou worden. En een paar weken later vaardigde de krant een richtlijn uit die het dragen van wapens verbood, omdat het ,,de neutrale status van journalisten aantast''. Zelfs meereizen met andere bewapende journalisten is voortaan voor de krant uit den boze.

Op een conferentie van de IFJ een paar weken de internationale gemeenschap opgeroepen zich meer in te zetten voor het belang van ,,veilige verslaggeving''. Het vorig jaar opgerichte International News Safety Institute (INSI) probeert journalisten beter voor te bereiden op conflictsituaties.

Wellicht heeft Rajiv Chandrasekaran, Washington Post-verslaggever in Bagdad, gelijk als hij zegt: ,,Als je het gevoel hebt dat je voor je verhaal een pistool nodig hebt, moet je het verhaal niet maken.''