Voetbalsprookje in Riga

Letland is debutant op het EK en tegenstander van Oranje. Het geheim van een jonge voetbalnatie die voornamelijk Russische internationals telt. ,,Jullie spelen toch ook met Surinamers?''

Het middeleeuwse centrum van Riga kan wedijveren met de mooiste hoofdsteden van Europa, maar in de buitenwijken van de Letse hanzestad is het nog armoe troef. In de buurt van het nationale voetbalstadion – een betonnen bak met torenhoge lichtmasten dat nog uit de Sovjettijd stamt – zien we deze zonnige voorjaarsochtend meer zwervers dan hoge hakken en Mercedessen die juist het straatbeeld in het centrum bepalen. Het is een paar dagen voor de toetreding tot de Europese Unie en de middelste van de drie Baltische staten heeft op het eerste oog nog een inhaalslag voor de boeg. Maar wie tien jaar geleden een bezoek aan het armzalige buurland Estland heeft gebracht, beseft dat het snel kan gaan aan de boorden van de Oostzee. The Baltic states are booming.

,,De politiek moet een voorbeeld nemen aan het voetbal. Kijk wat wij in korte tijd allemaal bereikt hebben'', vertelt bondsdirecteur Janis Mezeckis in zijn opgeknapte kantoor van de Letse voetbalfederatie (LFF). In 1992 deed hij de administratie nog in een houten keet, zegt hij grijnzend. ,,We didn't have nothing. Geen fax, geen internet, alleen een krakende telefoonlijn. Stap voor stap hebben we de nieuwe apparatuur kunnen aanschaffen en structuur kunnen aanbrengen in de opleiding. Het EK kan het voetbal in Letland het laatste zetje geven. IJshockey en basketbal zijn hier van oudsher populairder, maar het verschil is niet zo groot meer.''

Mezeckis vertelt dat de twee grootste sportbonden in Letland jaloers zijn op de LFF, die ontwikkelingsgeld krijgt van de wereldvoetbalbond FIFA en de Europese voetbalbond UEFA. ,,We hebben de afgelopen vier jaar een miljoen dollar ontvangen. Daarvan hebben we ondere andere kunstgrasvelden aangelegd. Vóór het EK hebben we wel een lening moeten afsluiten om de reiskosten in Portugal te kunnen betalen. De spelers zitten in een hotel van 55 euro per persoon (Oranje bijna 500 euro pp, red.) en dat is voor Letse begrippen veel geld. We gaan op trainingskamp naar buurland Litouwen, scheelt weer dure vliegreizen. Het toernooigeld van circa 5.5 miljoen dollar krijgen we pas na afloop. Ik heb jullie meneer Sprengers (Nederlandse penningmeester van de UEFA, red.) nog gevraagd van tevoren uit te betalen, maar dat mag niet.''

Onze gesprekspartner was speler-militair in Kaliningrad (vroeger Königsberg geheten) en hij is sinds 1993 secretaris-generaal van de LFF, vermeldt zijn visitekaartje; alsof het communisme nog niet is afgezworen. Om misverstanden te voorkomen, Mezecksis is allesbehalve een Sovjetadept. Wel kreeg hij bepaalde privileges waarvan de doorsnee burger alleen kon dromen. Hij was een staatsamateur die als arbeider stond ingeschreven, maar slechts twee keer per maand naar de fabriek ging: om zijn loonstrookje op te halen. ,,Het was geen slechte tijd voor topsporters. Maar ik heb geen goede herinneringen aan het communisme. Ik moest altijd nadenken wat ik at, waar ik liep. I was always under control.''

Uit angst voor een gewelddadige revolutie vluchtte Mezeckis in augustus 1991 naar België, op de dag dat er tanks door Moskou reden en de dagen van partijleider Gorbatsjov geteld waren. Mezeckis durfde vanuit de Russische hoofdstad niet terug naar Riga (,,ik heb gebeld met mijn familie en die zei dat het erg onrustig was'') en nam spontaan het vliegtuig naar Brussel, waar hij bij kennissen kon logeren en zich zijdelings met voetbal ging bemoeien. ,,Ik ben anderhalf jaar in België geweest. Dat land was als een tweede universiteit, ik moest alles opnieuw leren. Op een dag zag ik op de tv dat Letland was ingedeeld bij de loting voor het kwalificatietoernooi van het WK'94. Ik wist niet wat ik zag. My country to the World Cup? En ik maar denken dat het voetbal in Letland niets voorstelde. De volgende dag zat ik al in het vliegtuig naar huis. Ik wilde mijn land helpen en mijn ervaring overdragen. Ik was in de Sovjettijd ook al bestuurder. Nee, ik deed niet aan omkooppraktijken. Zie ik er zo onbetrouwbaar uit?''

Mezeckis beschouwt de Letse kwalificatie voor het EK ook als een persoonlijk succes. Het favoriete Turkije, de nummer drie van het afgelopen WK, werd na een dubbele barrage verrassend verslagen. Foto's aan de muur van zijn kantoor herinneren aan de historische voetbalavond in november 2003 in Istanbul. Nog geen twaalf jaar na de toetreding tot de FIFA en de UEFA behoort Letland tot de zestien sterkste naties van het oude continent. En alle ondervraagden bevestigen dat Mezeckis aan de wieg stond van de Letse voetbalglorie. `Ask him, he can tell you everything'!

Mezeckis neemt aan de vooravond van een oefenduel tegen IJsland alle tijd voor een verzameling Franse en Nederlandse journalisten. Hij laat zich niet snel onder de tafel praten. Wanneer hij na een korte adempauze wordt geconfronteerd met het grote contingent Russische spelers in het nationale elftal van Letland, heeft hij het antwoord op een presenteerblaadje liggen. ,,Wat is daar op tegen? In jullie landen zijn toch ook Afrikanen en Surinamers. De taal is geen probleem. De voetbaltaal is over de hele wereld hetzelfde. Bovendien klinkt het Russisch prachtig in een kleedkamer. Ik vergeet nooit de KGB-agenten die mij vroeger in de gaten hielden; zij konden heel mooi zingen. Nee, in het voetbal zijn Russen en Letten vrienden'', zegt Mezeckis vier weken voordat een klein persbericht in de krant verschijnt. Hij heeft vorige week geprotesteerd bij de kledingsponsor, die de Letse ploeg heeft voorzien van Sovjetrode shirts, terwijl hij de Duitse firma toch had verzocht kastanjerode (Letse) tricots te leveren.

Letland telt 2,4 miljoen inwoners, van wie 800.000 Russen, Oekraïeners en Wit-Russen. De overheersing van het grote buurland (180 miljoen inwoners) dateert van 1940, een jaar nadat de Russische communist Molotov en de Duitse nazi Ribbentrop een naar hen vernoemd pact sloten dat de Sovjet-invloedssfeer uitbreidde tot de Baltische staten. Tussen 1941 en 1944 kwam Letland in Hitlers handen, cynisch genoeg tot opluchting van nabestaanden van slachtoffers in Siberië. Tussen 1944 en 1991 kwam Letland weer onder Sovjet-gezag. Intussen had nog geen twee procent van de joodse bevolkingsgroep in Letland de Holocaust overleefd; ofwel tussen de 70.000 en 80.000 doden. Mezeckis ziet er joods uit, maar geeft geen antwoord op de vraag of hij joods is. ,,Let's talk about the future.''

Toch nog even terug naar het recente verleden; hoe heeft Letland zich sinds de oprichting van een onafhankelijke voetbalbond in 1992 zo snel kunnen ontwikkelen? Op die vraag wil Mezeckis maar al te graag antwoord geven. ,,Het was hier een grote rotzooi, toen ik uit België terugkeerde. De spelers liepen erbij als zigeuners. Er was geen geld voor nieuwe kleren. Ik vond dat we er als team bij moesten lopen en heb via sponsors wat kunnen regelen. Ik had in België het goede voorbeeld gezien. De mentaliteit van de spelers was in het begin ook niet best. Iedereen dacht aan zichzelf, misschien wel door alle politieke veranderingen, er was nog geen groepsgevoel. We verloren onze eerste officiële wedstrijd met 2-0 van Roemenië. Daarna speelden we thuis 0-0 tegen Denemarken. Dat resultaat is heel belangrijk, want hoopgevend geweest. Speltechnisch was het zo slecht nog niet.''

De grote ommekeer kwam in 1996, toen de puissant rijke voorzitter van de vier jaar eerder opgerichte club FC Skonto ook voorzitter van de Letse voetbalbond werd. Guntis Indrikson heet deze selfmade zakenman die tijdens ons bezoek in Oekraïne aan het handel drijven is. Pogingen hem telefonisch te spreken, zijn tot mislukken gedoemd. Zijn secretaresse verwijst ons bij herhaling naar bondsdirecteur Mezeckis, die immmers het voetbalbeleid uitstippelt. Indrikson is meer het type `suikeroom'. UEFA-voorzitter Lennart Johansson noemde hem tijdens een bezoek aan Riga niet voor niets de `Letse Berlusconi'. Hij heeft 63 bedrijven, variërend van olie- en metaalfirma's tot restaurants en een voetbalclub die de afgelopen twaalf jaar kampioen van Letland was. FC Skonto koopt alle goede spelers uit de provincie en heeft zelfs een paar buitenlanders onder contract staan. Andersom heeft het zijn beste spelers – zoals de Letse topscorer Maris Verpakovskis die naar Dinamo Kiev verhuisde – op lucratieve wijze van de hand gedaan. Verder heeft Indrikson in Riga een nieuw stadionnetje uit de grond gestampt met circa 10.000 zitplaatsen. De betonnen bunker aan de andere kant van de stad, waar het bondsbureau zetelt, krijgt de functie van communistisch museumstuk.

De dubbelfunctie van zakenman, bestuurder en weldoener Indrikson stuit niet op grote bezwaren in Letland. Volgens zijn rechterhand Mezeckis heiligt het doel – aansluiting vinden bij de Europese subtop – bijna alle middelen in het internationale voetbal. ,,Ik geef toe, er zit een contradictie in zijn voorzitterschap bij de club en de bond, maar he is doing a wonderful job. En vergeet niet dat hij alleen geld aan de club geeft, waar de bond indirect van profiteert. We zijn blij met de bemoeienissen van meneer Indrikson. Zonder hem hadden we niet in de jeugdopleiding kunnen investeren. Zonder hem waren we niet naar Portugal gegaan.''

    • Jaap Bloembergen